er waren eens drie maagdekens – een knuppel verborgen onder het stof

door johan_velter

De plooien van Lili Dujourie hebben niets te maken met de kleerplooien van de Bourgondische schilders uit de 15de en 16de eeuw maar wel met de theatergordijnen van de klassieke, Franse periode, de barok. Het moet gezegd: het fragment leent zich tot een verkeerde interpretatie (en soms gaat de kunstenaar daarin enthousiast mee: het werk wordt interessant en het is toch de kijker die het werk bepaalt ?); elk detail is multi-interpretabel, verplaatsbaar en inzetbaar in gelijk welk betoog.

Maar wie naar het werk van Lili Dujourie kijkt, kan daarin geen Bourgondische interpretatie zien. Het toont immers het barokke geweld en ze doet dit op een expliciete manier. Het exhibitionisme is bij haar nooit veraf: er zijn de naaktportretten, er is haar eigen melancholie die in o.a. de videowerken artistiek gebombardeerd wordt tot iets diepzinnigs, de sporen van haar handen moeten zichtbaar zijn, enz. Als dit werk minimalistisch genoemd wordt, dan staat het wel zeer dicht bij het expressionisme. De gordijnen bij Dujourie verbergen, er is een leegte, of een volte, die zich achter de gordijnen beweegt. De Bourgondische schilders gebruiken ook het gordijn, zoals bijvoorbeeld Hugo Van der Goes in zijn ‘Aanbidding door de herders’ (circa 1480),

lili dujourie_hugo van der goes_de aanbidding van de herders

maar ze doen dit om te tonen, om kennis, geloof, inzicht te geven. Het zijn leerstukken. Bij Dujourie hebben we een zwijgende wereld, een wereld die verstomd is omdat ze het niet meer weet. Er is geen handeling, er is een melancholische passiviteit, een vrouwelijk wachten op de zwarte prins op het witte paard. Wat is het geheim dat Dujourie niet toont? Wat is er te verbergen ? Bij Dujourie blijft er slechts een vorm over die leeg is: er wordt niets verborgen, er is geen geheim.

msk_lili dujourie_2015

In het MSK te Gent is van Dujourie het werk ‘Maagdendale’ te zien en het hangt in de nabijheid van ‘Het Lam Gods’ van Van Eyck dat daar nu gerestaureerd wordt én pontificaal wordt het gehangen/geplaatst naast en tussen werken uit de 15de eeuw – opvallend is dat dit gebeurt én dat er niet verwezen wordt naar de barok. De doeken overwelven de schilderijen, ze bezitten geen bescheidenheid, er is geen menselijke maat meer: de doeken verwijzen naar de macht, het brute geweld.

De bijna hysterische theatraliteit van Lili Dujourie contrasteert al te fel met de historische werken en is meer dan misplaatst. Deze hysterie past echter wel in het nieuwe beleid van het MSK. Catherine de Zegher verantwoordt deze ingreep met de voor haar voldoende kreet: ‘Dit sleutelwerk in haar oeuvre hangt hier prachtig tussen de oude meesters!’. Er blijft slechts vertoon over en het estheticisme is een voldoende argument – waarmee nog maar eens bewezen wordt hoe anti-rationeel dit beleid is.

Deze gillerige uitspraak is te lezen in een nieuwsbrief die het MSK rondstuurt. Of beter gezegd, niet het MSK maar een zekere Gerrie Soetaert (Press & Communication) verzorgt nu de public relations van het museum – net alsof de Stad Gent geen eigen communicatiebureaus heeft, het beleid is immers niet anders meer dan propaganda voor de eigen beurs. Deze brief werd in juni 2015 rondgestuurd, de titel van de mail was ‘Voorjaarsprogramma [sic] MSK Gent’, bovenaan prijkte een onduidelijke, wazige foto van Catherine de Zegher en de nieuwsbrief begint met ‘Catherine de Zegher (directeur) en het team van Het [sic] Museum voor Schone Kunsten Gent stellen het boeiende najaarsprogramma voor.’ Daaronder ‘Het Museum voor Schone Kunsten Gent toont haar MOVES’. Moves? De directeur wordt geciteerd: ‘[…] en we hopen dat iedereen, die van Lili Dujourie houdt ook naar Maagdendale zal komen kijken.’ Kunstliefhebbers ‘houden’ niet ‘van’ kunstenaars, zij houden zich ver van sentimenteel gesnotter: zij waarderen, of waarderen niet – met argumenten.

Verder in deze nieuwsbrief lezen we ook ‘[…] neemt het Museum voor Schone Kunsten Gent (MSK) haar [sic] taak […]’: we weten genoeg. Als u overigens de website wilt opzoeken: die is er niet meer, blijkbaar is er geen behoefte meer aan informatie (of communicatie).

In die zogezegde nieuwsbrief die qua vormgeving, inhoud en distributie herinnert aan de begindagen van het internet, lezen we onder de kop ‘Museumshop’: ‘Het MSK herdenkt [sic, het Nederlands is niet de grote kracht van Gerrie Soetaert, Press & Communication, in een volgende nieuwsbrief zal ze spreken van het ‘uitgangsleven’ – u mag u dit niet plastisch voorstellen] ook de inrichting van de inkomhal, balie en museumshop. Deze worden nauwer betrokken bij de rest van het museum en heringericht als ruimten voor beleving en ontspanning. Het startschot komt er dit najaar.’

Het startschot komt niet in het najaar maar is al gegeven. U kan immers elke zondag ‘deelnemen aan de open ateliers. Je werkje wordt meteen toegevoegd aan het Micromuseum Gent.’ (zie https://stad.gent/cultuur-sport-vrije-tijd/nieuws-evenementen/bouw-elke-zondag-gratis-mee-aan-het-micromuseum-gent?utm_campaign=20150717_GentNieuws&utm_medium=Email&utm_source=Nieuwsbrief_Gent ). In datzelfde persbericht staat dat ‘twee jonge kunstenaars’ in het MSK te gast zijn en samen met de museumbezoekers een micromuseum bouwen, met afgedankte, eenvoudige materialen ‘zoals oude stoffen en gebroken servies’. En uiteraard zal het resultaat ‘levendig en creatief’ zijn’. Wat opvalt is dat de namen van deze kunstenaars zelfs niet genoemd worden en dat er ook geen enkele intellectuele of artistieke verantwoording voor dit ‘project’ gegeven wordt – naast het feit dat dit museum toch geen ‘crea-atelier’ is of dat het hedendaagse kunstenaarsvriendjes van de ‘directeur’ voor het voetlicht moet brengen – terwijl de eigenlijke taak van het museum verknoeid wordt. Hoe en waarom de inkomhal, de balie en de museumshop ‘nauwer betrokken moeten worden bij de rest van het museum’ is een raadsel. Misschien zit het verborgen in de ‘Maagdendale’ van Lili Dujourie.

Want die De Zegher is inderdaad ook bezig met de vaste collectie te veranderen – wat daarvan nu al te zien is, is een ramp. Schilderijen die niets met elkaar vandoen hebben, hangen naast elkaar; er is geen enkele gedachtengang meer te bespeuren (noch intellectueel, noch artistiek, noch plastisch) maar de stempel is onmiskenbaar richting Inferno..

Wie nu het museum binnenkomt, wordt nu al afgestoten door de tekeningen die in de inkomhal te zien zijn, de museumshop is nog altijd geen museum waardig en de erezaal is nu gedegradeerd tot een kleuterruimte. Op de lage houten lambrisering zijn er nu inderdaad allemaal kleurrijke onnozelheden geplaatst waardoor de schilderijen in het belachelijke getrokken worden. Een volledige zaal wordt opgeofferd aan de speelruimte voor het zogenaamde micro-museum – en deze kanker verspreidt zich over het hele museum waardoor alles gedegradeerd wordt. Hier worden cultuur en kunst vernederd naar een niveau dat mensonwaardig is. De Zegher voert het vernietigende nationalistisch-socialistisch beleid met veel vreugde uit en vindt dat kunst moet verdoven, het merg uit de mens moet zuigen, zijn geest en moraal moet corrumperen.

Dit museum is overgeleverd aan de onnozelheid, de domheid en heeft de uitdrukkelijke bedoeling de functies en de taken van het museum te vernietigen. Hier is de anti-wetenschappelijkheid, de brutale cultuurloosheid aan het werk. Een museum heeft immers geen boodschap aan beleving en ontspanning – andere instellingen kunnen dit doen. Denkt deze zogenaamde kunstfunctionaris dat mensen naar het museum komen om te ‘beleven’ en zich te ontspannen zoals zij het wil? Willen mensen als kleuters behandeld worden? Gaan wij naar een museum om kraaltjes te vlechten? Om met papier-maché te spelen?

Worden ernstige mensen, na uit de bibliotheek en de theaters verjaagd te zijn, nu ook al het museum uitgejaagd? Zouden niet beter de tollenaars en de cultuurvernietigers het museum uitgeranseld moeten worden? Moet dit museum niet bezet worden door de kunstkenners, de kunstliefhebbers, de kunstenaars én de wetenschappers? Wie kunst en cultuur herovert, herovert ook de vrijheid en het leven.

Advertenties