over het leven en de dood

door johan_velter

De katholieke gelatenheid wordt er al vroeg ingeramd. Nog horen we de schoolmeesters oreren dat de herfst de mooiste tijd van het jaar is: de vele kleuren, de schakeringen van bruin en rood, de weemoed maar nog weten we dat dit onzin is: de zomer is het mooiste seizoen. Het Campo Santo, de begraafplaats in Gent (het vroegere Sint-Amandsberg – maar wegens het particularisme van het huidige nationalistisch-socialistische bestuur, dat het grondgevoel bij de burgers weer stimuleert, wordt teruggegrepen naar de toestand van vóór de gemeentelijke fusies en wordt niet alleen het citisme als kleinnationalisme gepropageerd ook wil men de burgers in de eigen wijk opsluiten: bloed en bodem is een machtsbasis, vul dit aan met het islamisme en je hebt een reactionaire cocktail waardoor alles weer mogelijk wordt), staat nu in volle bloei en doet de naam van dodenakker alle eer aan. De bomen die er staan zijn indrukwekkend, vergevingsgezind.

campo santo_boom 2

Je dwaalt tussen de graven van de onbekenden, je leest het leed, de ontgoocheling, soms ook de woede en de opluchting. Er wordt bewaard en vergeten.

campo santo_naamloos-2

Op de heuvel zie je het graf van Jan Emiel Daele, de moordenaar, die tussen de cultuurdragers een plaats gekregen heeft. Zijn graf is nog steeds merkwaardig verzorgd.

campo santo_jan emiel daele

Er is het graf van Yves De Smet, de constructivistische kunstenaar, dat vergeten en verwaarloosd is en nog weinig van doen heeft met de artistieke opvattingen die ooit toonaangevend waren.

campo santo_yves de smet

Er is het trieste graf van de dichteres Christine D’haen, die weliswaar geen grafsteen wilde en haar onverschilligheid tegenover de dood kan misschien sympathiek overkomen, maar hier ervaren we de onverschilligheid die in verwaarlozing ontaard is van ons, de overlevenden.

campo santo_christine d'haen

De rozen zijn dood. (In het najaar plant ik er wijnranken.) Als er een graf is, moet het graf onderhouden worden – of aan de natuur prijsgegeven worden.
Over de dood schreef ze: ‘Een intellectueel heeft geen tijd om te sterven. Als hij studerend elke dag meer weet en denkt dan de vorige, dan is het ophouden daarvan en het verlies, zinloos. Zo gauw de mens iets anders leert dan het direct nuttige ligt de onsterfelijkheid als een must in zijn geest besloten. Nadat uit materie leven ontstaan is, kan dat leven niet dulden dat het weer alleen maar tot levenloosheid terugkeert.’ (Uitgespaard zelfportret : verzameld proza, Meulenhoff, 2004, p. 642). Hier verwoordt ze de lucretiaanse filosofie maar tegelijkertijd toont ze ook de onvolmaaktheid ervan aan: voor wie een werkende geest heeft en dus met cultuurproducten omgaat, is de dood een absurditeit in de betekenis van een domheid: hoe kan men toelaten dat een mens (een bibliotheek van kennis, dromen en moraal) de wereld verlaat en niets achterlaat. De dichter heeft nog een troost : de woorden blijven (maar wat als ze niet gelezen worden?). In het achtste grafgedicht voor Kira Van Kasteel schrijft Christine D’haen in een horitiaans vers hoe grafzerken en –beelden van brons, marmer, arduin gemaakt zijn. Dat zilver en goud als versiering zijn aangebracht: alles bedrog. “Waardoor, waardoor verblijft uw lichaam hier ? / Wat neemt op aard de plaats in die gij naamt ? / Welk koper, welke steen vervangt er uw geraamt ? / Alleen mijn woorden, letterteekens, inkt, papier.”

Er zijn (altijd weer) de slakken op het nu bijna naamloze graf van Frans Masereel, ernaast kan de bezoeker op een provisoire bank uitrusten, verpozen, mijmeren, gedenken en lezen.

campo santo_frans masereel

Het graf van Jan-Frans Willems domineert nog steeds de heuvel, maar majestueuzer is de boom.

campo santo_boom 3_jan frans willems

Er is het graf van Jan Hoet dat toch nog niet het kunstwerk van Kris Martin gekregen heeft maar onder een zomerse vloed van planten en bloemen gelukkig ligt te wezen.

campo santo_jan hoet

Er is het graf van de schilder Philippe Vandenberg dat in het weiland lijkt over te lopen, onder de weelde van planten en bloemen een stilte geeft die de schilder tijdens zijn leven nooit gevonden heeft.

campo santo_philippe vandenberg

Er is ook het graf van Luc De Vos dat in zijn sentimentaliteit alle cultuur vernietigt. Het lijkt alsof de zanger nog in een houten kist boven de grond ligt – dit is uiteraard nep – en het speelgoed dat op de kist geëtaleerd staat, de cd met het slordige handschrift, dit zijn tekenen van een ander soort verwaarlozing: een vernedering van een gevoel tot sentimentaliteit, een debiele stoornis, een zelfvernedering van het rouwen.

campo santo_luc de vos

Advertenties