de lijn en het blad

door johan_velter

In Prestiges de Matisse schrijft André Verdet (Editions Emile-Paul, 1952) (er is in 2011 een heruitgave van dit werk verschenen) «Dans un rond, le fruit.». Voilà, zo wordt het werk van Matisse exact gekarakteriseerd.

bladen_henri matisse_fruits_andré verdet

Matisse benadert zijn onderwerpen op een emotioneel-gevoelige manier. Er is een betrokkenheid maar die is zacht, er is een gelijke relatie tussen het ding (het fruit, de natuur, de bloemen, de vrouw) en de kunstenaar, er is sprake van complicité. Er is wederkerigheid: de schilder kan niet zonder zijn onderwerp; het model bestaat in het oog van de meester. Zo zie je dat Matisse een breuk vormde in de Westerse cultuur – hij haalde de band met het oriëntalisme aan. Van Cézanne is de relatie naar het kubisme van Georges Braque en Pablo Picasso duidelijk en ondanks de grote verschillen is ook Marcel Duchamp een kind van Cézanne. Bij deze vier schilders was het oog niet meer samenwerkend met de natuur om erin op te gaan maar was het oog het mes dat analyseerde, bekeek, de dingen verdraaide, omkeerde en uit elkaar haalde. En zo afstand creëerden: de mens trad uit de natuur. Als Braque en Picasso fruit schilderden, bekeken ze de appelen en peren als objecten, als meetkundige figuren en dus als artefacten, menselijke dingen. Hier is er niet langer sprake van de natuur de natuur te laten maar was de balans doorgeslagen naar de zijde van de mens: hij die opnieuw (en beter) maakte; hij die de kunst als een intellectueel-wetenschapper bekeek. Men kan spreken van agressiviteit maar ook van menselijke durf, intelligentie en spiritualiteit.

De lijn van Matisse volgt de dingen, de rondingen, en maakt zo de wereld heel. De lijn van Picasso en Braque scheidt de dingen, maakt de wereld interpreteerbaar en verstaanbaar. Er is wel degelijk sprake van botsende filosofieën. Het kubisme is een vervolg op het Verlichtingsdenken; Henri Matisse gaat op in de arabeske (terug naar het Oosten en de middeleeuwse miniaturen: zie daarvoor de gelijkenissen in het schilderen van de bomen – overigens heeft ook een halve kubist als Jean Brusselmans de Middeleeuwse boomvorm overgenomen): de lijn wordt een beeld en dat beeld verdooft en houdt de wereld stil. Het is de oppositie van man tegenover vrouw; van het Westen tegenover het Oosten (dit is een beschrijving, geen waardering).

Het oeuvre van Matisse is een grote verleiding, een uitnodiging op te gaan in dat wat boven de wereld staat: dit is een klassieke wereld, de wereld van het paradijs. Daarom ook dat navolgers van Matisse zo snel door de mand vallen: het is precies door de matigheid, de meesterlijke beheersing van de verhoudingen, dat Matisse zijn oeuvre heeft kunnen rechthouden: het mannelijk bedwingen van de rode hengst. Wat Matisse gedaan heeft, is onmogelijk te realiseren – en toch heeft hij het gedaan.

bladen_henri matisse_feuillage

En hoe Matisse bladeren kon tekenen! De lijnen zijn hier niet overblijfselen van het mes maar schetsen de contouren om een volheid (van het leven) te suggereren. Ook hier is het fruit er niet om geanalyseerd te worden of om opgegeten te worden maar om een kamer te decoreren. Zoals een eenzame man een vogel in een kooi toefluit, zo houdt Matisse van de vormen van het leven – omwille van de vormen, zoals de man van de vogel houdt om het fluiten. En hoe andere kunstenaars ook steeds weer terugkeren naar de oervorm van het leven. Al eerder: https://sfcdt.wordpress.com/2014/07/14/banden-32/ ). Het rijtje is aan te vullen. Louise Bourgeois : ‘Untitled (Branch with eight leaves)’ (2004), ondanks haar agressiviteit, zelfhaat en onnozele arrogantie, de bescheidenheid van het blad als een meerdere erkent:

bladen_louise bourgeois_untitled_ les arbres

Of Geneviève Asse die in 2013 etsen bij Catherine Putman heeft uitgegeven (bijvoorbeeld: ‘Sans titre’, 2013) en zo het harde abstracte heeft teruggenomen en verzacht, hoe ze zonder kleuren het ongebonden leven in haar werk op een andere manier toeliet:

bladen_geneviève asse_sans titre_2013_galerie putman

En dan denk je aan Guido Gezelle en hoe zijn natuuropvatting spoort met dat van die kunstenaars die te midden van abstract of agressief-zichzelf kwetsend werk naar de natuur terugkeren: niet de grote natuurlandschappen, niet de rotsen of de woelige zee: maar blaadjes van een boom, de stilte van het leven, het ademen van de aarde, het opgaan in het al. “ ’t Er viel ‘ne keer een bladjen op / het water / ’t Er lag ‘ne keer een bladjen op / het water / En vloeijen op het bladje dei / dat water / En vloeijen dei het bladje op / het water / En wentelen winkelwentelen / in ’t water / Want ’t bladje was geworden lyk / het water / […] / Myn ziele was dat bladjen: en / dat water? – / Het klinken van twee harpen wa’ / dat water / […]” (Guido Gezelle, Proza en poëzie, 2002, Delta/Bert Bakker)

Beelden van Matisse uit: Prestiges de Matisse, André Verdet (Editions Emile-Paul, 1952)

Advertenties