tekst (10c) – thierry de cordier, maître, moraliste, ouvrier

door johan_velter

thierry de cordier_fragments héraclite_salon verlag

Mogen we ons afvragen of Thierry De Cordier een degelijk werk heeft afgeleverd met zijn Les fragments d’Héraclite selon Thierry De Cordier (Salon Verlag, 2015) ? We geven geen filologische studie, dilettant als we zijn. De Cordier heeft gedaan wat professionele vertalers niet (meer) durven: een interpretatie geven door de brontekst te verduidelijken – en toch is hij bijzonder trouw gebleven aan de overgeleverde woorden van Herakleitos. Daardoor toont de schilder-filosoof hoe sterk hij zich verbonden voelt met het werk van de Griekse filosoof, hoe de filosofie voor hem niet alleen verbonden is met lyriek maar ook met moraal. In de woorden van Herakleitos zoekt en vindt hij zich een affirmatie van het bestaan, een gedeelde rechtvaardiging voor het leven zoals hij het leeft en beleeft.

Het tweede fragment zoeken we eerst op bij Paul Claes (Alles stroomt, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2011), de vertaling luidt: ‘Maar hoewel deze leer algemeen geldig is, houden de meeste mensen er hun leven lang een eigen mening op na.’. J. Mansfeld vertaalde dit duisterder (Heraclitus : fragmenten, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1987) : ‘Daarom heeft men zich aan te sluiten bij het <universele, – dat betekent het> gemeenschappelijke, want het gemeenschappelijke is universeel. – Ongeacht het feit dat de uitleg een universele is leeft de grote massa echter alsof iedereen over particulier verstand beschikt.’ Laurens Vancrevel vertaalde (Heraclitus van Efese, PTL 7, 1969) : ‘Daarom is het een plicht het gemeenschappelijke te volgen. Maar hoewel de zin gemeenschappelijk is, leeft het merendeel alsof zij een eigen inzicht hebben.’ Everhard Hoek (Herakleitos : fragmenten, Balkema, 1944) vertaalde in de taal van toen: ‘Deswegen moet men het algemeene volgen. Hoewel de Rede algemeen is, leven de velen als hadden zij een eigen inzicht.’ En Jean Brun vertaalde in de onvolprezen reeks ‘Philosophes de tous les temps’ van de onvolprezen Editions Seghers (Héraclite, ou Le philosophe de l’éternel retour, 1965) dit fragment als: ‘Il faut donc suivre ce qui est commun, c’est-à-dire ce qui appartient à tout. Car ce qui appartient à tout être est commun. Mais, bien que le Logos soit commun à tous, la plupart des hommes vivent comme s’ils possédaient une pensée particulière.’

(Ach, de universele geest der Grieken die dezer dagen door nationalisme, oosterse moraal en demagogie vernietigd werd.)

Herakleitos zegt hier dat de mens zich moet onderwerpen aan de tijd en de plaats waar hij leeft, het stoïcisme zal dit later uitbreiden naar ‘leven naar de natuur’. Er is een gemeenschappelijkheid, een universele band, en toch zijn er mensen die denken dat ze buiten die band kunnen denken en leven.

Thierry De Cordier vertaalt dit als: «C’est pourquoi il faut suivre la marche commune des choses, et s’y conformer ; et quoique le Principe soit de l’ordre du commun, la foule cependant vit comme si elle disposait d’une intelligence privée.» De Cordier maakt hier een sprong van een epistemologische naar een meer morele uitspraak. Hij doet dit door toe te voegen «s’y conformer» en door het woord «la foule» te gebruiken – dat geen a-moreel woord is.

De Cordier heeft het Grieks, waaruit hij niet vertaald heeft, en het Nederlands samengevoegd om een Franse vertaling te maken die niet naar het Grieks verwijst maar wel een hedendaags-Belgisch Frans is. Als Mansfeld het 8ste fragment nog vertaalde als ‘Het strijdige samenkomend en uit het zich afzonderende de schoonste harmonie’ dan lezen we bij Thierry De Cordier: «Le contraire se liguant et de la discorde s’ensuit la plus belle harmonie et tout naît d’une dispute.». Er is een betekenisverschuiving: Herakleitos schreef wel degelijk over de schoonheid, De Cordier maakt er affirmatief het al van. Dit kan merkwaardig lijken omdat De Cordier toch een schilder is voor wie de schoonheid een relevante categorie zou moeten zijn. Maar hij is een kunstenaar die juist het begrip schoonheid door een morele categorie wenst te vervangen: net zoals Hadewijch of Bosch hebben de kunstwerken van De Cordier niet als doel mensen met beurzen te behagen, wel wil hij de door het heden bedolven lagen uit het verleden evoceren: hij toont ons de zwakke, de sterke, de zondebok, de gekruisigde, de marginaal. Ook de woestheid van zijn zeelandschappen is er niet om de tableaus als een marine boven de dressoir te hangen maar ze zijn een spiegel van de geest, het hart, de darmen. Klaagzangen van Job.

Naast de uitgave van Laurens Vancrevel heeft De Cordier waarschijnlijk ook de uitgave van J. Mansfeld gebruikt – Vancrevel gebruikte in zijn citaten geen cursief, Mansfeld wel en die cursieven komen ook bij De Cordier voor (toch zijn er ook verschillen). Fragment 20 als voorbeeld. Vancrevel: ‘Wanneer ze geboren zijn, hebben ze een wil om te leven en krijgen een doodslot, of eerder een rustplaats, en ze laten kinderen na om steeds opnieuw een doodslot te laten ontstaan.’ J. Mansfeld: ‘Eenmaal geboren, willen zij leven en dat is ook: het doodslot bezitten of liever : rust vinden, en zij laten kinderen na opdat opnieuw een sterfelijk lot wordt geboren.’ De Cordier in een veel simpeler en duidelijker Frans – en hij kan dit omdat hij de bedoeling had voor zichzelf deze duistere regels klaar te maken (zoals hij zwart schildert om ons te verlichten): «Une fois nés, ils veulent vivre et subir leur destin de mortel (ou plutôt : trouver le repos dans la mort) ; et ils laissent derrière eux des enfants, destinés à mourir à leur tour…» Voor De Cordier is filosofie een levensles – en die kan niet duidelijk genoeg zijn. De Cordier verricht geen filologisch werk, hij schrijft een moreel traktaat. (Daarom is het ook zo jammer dat dit boek een al te stijve rug heeft – om het te lezen moet het gekraakt worden.)

Er zijn fragmenten die anders vertaald worden. Paul Claes vertaalde fragment 71 als ‘Je moet ook denken aan wie vergeet hoe de weg leidt.’, te begrijpen als zij die vergeten dat de dood op het leven volgt. Laurens Vancrevel vertaalde: ‘Gedenk de mens die vergeet waarheen de weg voert.’ De Cordier: «Celui qui oublie vers où mène le chemin.» Jean Brun vertaalde dit als «On doit se souvenir de celui qui oublie où mène le chemin.» De Cordier is hier poëtischer of cryptischer dan de professionele vertalers.

Dat De Cordier nog andere uitgaven dan de vertaling van Laurens Vancrevel gebruikt heeft, wordt bevestigd door toevoegingen – die toch ook elders te vinden zijn. Zo luidt het 73ste fragment bij Vancrevel: ‘Men moet niet doen en spreken als een slapende.’ Paul Claes: ‘We mogen niet handelen en spreken alsof we sliepen.’ Brun: «Il ne faut ni parler ni agir comme des hommes endormis. Car dans le sommeil nous croyons aussi agir et parler.» De Cordier : «Il ne faut ni agir ni parler comme des dormeurs : parce qu’alors aussi on a l’impression d’agir et de parler.»

Het 75ste fragment krijgt van De Cordier een verklarende noot. Lezen we eerst hoe Laurens Vancrevel dit vertaalde: ‘Slapenden : werkers en medewerkers van wat er in de wereld gebeurt.’ Paul Claes: ‘Slapers zijn arbeiders, medewerkers aan het wereldgebeuren.’ Jean Brun: «Les hommes, dans leur sommeil, travaillent et collaborent au devenir de l’univers.» De Cordier: «Les dormeurs aussi sont des ouvriers et ils participent à ce qui se réalise dans le monde.» (het cursief is van TDC) – wat een manifest is. De eindnoot legt uit wat het universum van De Cordier (ook) is, waar immers de worm, de aarde en de nederigen de kern van vormen : «De la copulation à la combustion, l’homme oeuvre avec la nature et comme elle : il en est, dit-on, co-ouvrier

De vertaalarbeid van Thierry De Cordier behoort tot het oeuvre (hem dit te horen voorlezen !), is er illustratie van en een zelfstandig onderdeel: het verleden exploreren om in het heden te leven.

(illustratie van Salon Verlag)

Advertenties