tekst (10a) – thierry de cordier, jardinier, peintre, philosophe

door johan_velter

thierry de cordier_fragments_1

Het ding meet 13,7 cm op 22. Drie zijden zijn met goud belegd, de vierde zijde is het zwart van de omslag. Er is geen titel, geen auteur wordt vermeld. Het ding ziet er uit als een doos maar is een boek. De randen zijn perfect gesneden en wanneer je op het boek drukt lijkt het alsof er geen bladen in het boek opgenomen zijn: 1 geheel. De goudranden blinken en versterken het zwart.

Het boek is uitgegeven door de Keulse uitgeverij Salon Verlag van Gerhard Theewen. De auteur is Thierry De Cordier, of nee, de auteur is Herakleitos en de vertaler is Thierry De Cordier. Maar nee, de titel luidt Les fragments d’Héraclite selon Thierry De Cordier.

De Cordier is een kunstenaar die tekst en beeld gelijkwaardig behandelt. Zijn woorden kunnen begrepen worden als een uitleg bij zijn tekeningen, schilderijen, beeldhouwwerken maar ze hebben ook een zelfstandige waarde. Het woord is eenduidiger dan het beeld – hoe meerduidig woorden ook kunnen zijn. Met de taal affirmeert De Cordier zich duidelijk als een anti-moderne kunstenaar (waarmee hij midden in het modernisme staat) die zich verzet tegen de huidige tijd met zijn wanen , zijn vrolijkheid en oppervlakkige babbelzucht. Toch kunnen tekst en beeld ook op een gelijkwaardige manier binnen zijn oeuvre gesitueerd worden. Beide zijn immers handelingen van een monnik: het geduldig neerschrijven van gedachten, mémoires, herinneringen; het zorgvuldig schilderen van wat gezien wordt – binnen in het oog.

Thierry De Cordier is een kunstenaar van het innerlijke en daarom kan hij terugvallen op historische, iconische beelden – de christusfiguur, de zondenverzamelaar, de gewonde, de sjamaan. (Beelden die we vergeten zijn maar opgeslagen liggen in die geheimzinnige droesem van wat we geërfd hebben.)

Van de vele beelden die hij gemaakt heeft, zijn ‘de ruggen’ misschien het duidelijkst.

thierry de cordier_trou madame (matrijs), 1994

Maar ook zijn ‘Gargantua’ behoort tot zijn ‘mysterium fascinans et tremendum’:

thierry de cordier_gargantua, 1996

De rug is het lijdzame lichaamsdeel van de mens – ook het ontvangende. Dat wat zich afkeert van de menselijke bedrijvigheid – of wat bewerkt wordt, de rug is dan het gevende. Het oog is het actieve deel, de rug de passieve zijde. Zoals De Cordier de rug verbeeldt, als een molshoop in een vlak landschap, als een steenkolenheuvel in een vlak land, zo is de mens teruggetrokken en op zichzelf aangewezen. De beelden van De Cordier zijn tegelijkertijd zwak en krachtig: zwak tegenover de wereld, krachtig in de afwijzing, een lijdzaam maar onverbiddelijk, koppig verzet. De figuren die De Cordier maakt herinneren aan vogelverschrikkers, aan droefheidsfiguren maar ook hier is er kracht aanwezig: de bewakers van de miserie laten zich niet zomaar doen.

Dan zeg ik nog niets over de zwarte zeelandschappen waarin een vuur speelt die brandt, verwoest, vernietigt en leven geeft – de zee die stil en roerloos kan zijn, de zee die zuivert. Dit oeuvre idealiseert de zwakheid niet, maakt de gevoelens niet sentimenteel of kitscherig maar aanvaardt wat is zoals het is. De lijdzaamheid staat niet voor de dood, maar wel voor het leven. Het is niet omdat de domheid afgewezen wordt, dat de rede moet afgeschaft worden.

In dit nieuwe boek van Thierry De Cordier (gedrukt op 300 exemplaren en elk nummer afzonderlijk gedrukt, niet geschreven, met daarnaast nog 40-luxe-exemplaren in blauwe omslag en door de kunstenaar gesigneerd) behoort tot het oeuvre van De Cordier, is niet zomaar een nevenproduct. De Cordier is iemand die binnen het kunstenaarschap het amateurisme, het dilettantisme verdedigt ‘omdat’ dit het model van de voor-moderne intellectueel is. We denken aan de burger-verzamelaar, de genootschapsdichter, de zondagsschilder, de koorzanger, de gezinsmuzikant. Daarom laat hij zijn wereldmeditaties in druk verschijnen, daarom schrijft hij gedichten, daarom is hij een filosoof die over de kosmos nadenkt, is hij een amateurhovenier en zo is hij ook een gelegenheidsvertaler.

In het voorwoord van het boek schrijft hij dat hij jaren geleden een boekje van een vriend gekregen had, dat hij het las maar weer terzijde legde – wegens onbelangrijk want onbegrijpelijk. Een tijd later nam hij het boekje weer op en was hij gefascineerd door de woorden van Herakleitos. Thierry De Cordier begon de Nederlandse woorden te vertalen, hij maakte er een nieuwe vertaling van en nog een nieuwe. En zo gedurende meer dan een volledige winter was hij bezig Herakleitos te vertalen in de wetenschap dat anderen (geleerden, hellenisten, filosofen, schrijvers, …) hem dit hadden voorgedaan. En toch deed hij verder, hij de amateur, hij de liefhebber van woorden en gedachten in de wetenschap dat hij de verliezer zou zijn: «J’y ai pris un certain plaisir. Sur quoi j’ai continué. Per il loro diletto. Car il faut sinon être ou “illuminé” ou complètement marteau pour se consacrer durant plus d’un hiver à un ouvrage qu’on sait d’avance perdu dans le monde actuel.»

Door te vertalen trachtte De Cordier de diepzinnigheid van de gedachten te vatten – het handwerk doet het verstand rijpen – en hij ervoer in deze teksten het samengaan van een prozaïsche taal met een lyrische. In zijn vertaling heeft De Cordier getracht deze fusie ook in zijn moedertaal, het Frans, over te brengen «[…], faisant par là une révérence au temps où la philosophie et la poésie furent, pour ainsi dire, une seule et même chose.» En voegt hij er aan toe : ik stond er op dat de fragmenten en enkel de fragmenten in het boek opgenomen werden. «Rien qu’eux ! Et surtout, sans commentaire aucun …»

In het boek vermeldt Thierry De Cordier niet welk Nederlandstalig boek hij gekregen en gebruikt heeft om zijn vertaling te maken. Hij beschrijft wel het materiële boek. «[…] un petit livre d’à peine huit pages. Sur la chemise rouge feu était écrit et souligné à la main : HERACLEITOS. […] était une traduction néerlandaise, […].»

herakleitos_vancrevel_1

Dit boekje kan alleen maar (is waarschijnlijk) de vertaling door Laurens Vancrevel zijn, een uitgave uit 1969. De titelpagina bevat een tekening en een handgeschreven titel en auteursvermelding: Panta rhei [door] Heraclitus van Efese. Het boek bevat 16 pagina’s, wat inderdaad 8 bladen betekent. A4-bladen in tweeën gevouwen, geniet. De omslag van mijn exemplaar is echter okergeel. Het boekje was het 7de nummer van ‘PTL: tijdschrift voor letteren en schoone kunsten’ waarvan herman de vries en Laurens Vancrevel de redacteuren waren.

(Laurens Vancrevel meldde mij : Het mysterie van Heraclitus is wellicht opgehelderd.
Rik Lina, de tekenaar van het omslag van de PTL-uitgave, zegt mij nu net, dat Thierry de Cordier en hijzelf destijds (omstreeks 1970 dus) beiden tot de ‘stal’ van de Amsterdamse Galerie Lumen Travo behoorden (toen gevestigd boven boekhandel Athenaeum aan het Spui). Het is dus waarschijnlijk dat De Cordier daar een exemplaar van de
PTL Heraclitus heeft aangetroffen.)

Het is een plezier te beseffen dat onooglijke boekjes, vermenigvuldigd via een stencilmachine op wat we nu recyclagepapier zouden noemen, zo’n culturele, intellectuele en diepmenselijke werking kunnen hebben. Hoe verschillend is dan het boek van Thierry De Cordier – en toch weer niet. Ja, materieel zijn beide boeken hemelsbreed verschillend en toch kan de kunstenaar in secuur verzorgde boeken zijn wereldvreemdheid leggen: hier staat het streven naar perfectie gelijk aan de eerbied voor de woorden en de gedachten van de verre filosoof. Bij PTL was het de vreugde zelfstandig te zijn, was het een manier om de productiemiddelen zelf in handen te nemen – beide vormen stellen zich tegen de wereld op. (Zie hoe ik mij hieruit trek.)

herakleitos_vancrevel_2

Advertenties