dat boeken vreugde geven

door johan_velter

katarina rudebeck_1

Met Le judas de la porte = Het kijkgat in de voordeur heeft Katarina Rudebeck weer een meesterstuk afgeleverd. Voor zichzelf heeft de uitgever een format gevonden waardoor ze op een boeiende wijze tekst en eigen beelden kan samenbrengen. Het formaat van haar boeken is gewoonlijk 30 cm breed en 21 hoog, een oblong dus, gebonden op Japanse wijze waardoor ze vermijdt om met katernen te moeten werken – deze bindwijze laat immers toe om aparte vellen bij elkaar te houden – en de drukwijze is een combinatie van linodruk (voor de omslag) en inkjet printer. De uitgever combineert aldus een ambachtelijke manier van werken met een vrije hedendaagse. Haar boeken ademen een lichtheid uit, dit komt door het formaat maar ook door het gebruik van het wit en de tekeningen/foto’s of tekens die ze in het boek componeert.

Want haar boeken zijn inderdaad muziekstukken: op een behoedzame manier brengt ze de kijker naar de tekst, na het gelezene komen als rustpunten beeldende elementen die op een intellectueel-gevoelsmatige manier de tekst volgen, zonder die te illustreren, waardoor de lezer niet de indruk krijgt dat dit een materieel boek is maar veeleer een sfeer, een wereld waarin vertoefd kan worden. Daarna vervolgt ze met weer andere gedichten (en de plaatsing ervan wisselt – ook daardoor krijg je een lichtheid van verrassing, van het vele zonder overdadig te zijn). Hier en daar plaatst ze kleine foto’s, als voetnoten, verwijzingen naar de wereld. Er komen dan nog enkele gedichten en tekeningen die op een behoedzame manier op het vel papier geplaatst worden. De prenten geven ons een glimp van de wereld, door de kleurplaatsing verwijzen ze soms naar het werken met een kleurzetting als van Fernand Léger (het hert van Joseph Beuys) waardoor de figuratie overstegen wordt zonder die te willen vernietigen: de elementen uit een andere beeldcultuur versterken elkaar – wederzijds.

En alsof dat nog niet genoeg was: Katarina Rudebeck introduceert met dit boek de Luxemburgse dichter Jean Portante in het Nederlandse taalgebied (net zoals ze dat eerder gedaan had met dichters als þorsteinn frá Hamri en Per Lindberg) en overklast daarmee niet alleen de traditionele uitgevers maar ook nogal wat andere uitgevers in de marge die zich liever vasthouden aan de stevige stronken van de literaire zetbazen.

Ongetwijfeld zal Katarina Rudebeck een verwantschap met Portante voelen: beiden werden ‘overgeplaatst’ in een andere taal, een andere cultuur; beiden hebben zichzelf op de buitenwereld moeten veroveren. Soms gaat zulk aanpassen gepaard met agressie maar bij de beteren onder ons wordt dit een versterking van het gevoel, wordt dit dan een bedachte gevoeligheid – het geeft een mens de mogelijkheid zichzelf te overwegen en de wereld tegen het veroverde af te wegen.

De boeken van Katarina Rudebeck ademen stilte, zijn een mijmering – maar zonder dat ze zichzelf wegcijfert. Er is geen valse vorm aanwezig maar een zelfbewuste daad. De boeken zijn zichzelf en zijn een veruitwendiging van een levenshouding. De gedichten van Jean Portante worden uitgegeven door de Editions Phi uit Luxemburg (deze uitgeverij is enkele keren te gast geweest op Druksel in Gent). Deze poëzie is verraderlijk – maar aanlokkelijk – omdat ze de indruk geeft ‘normale’ zinnen te spreken maar plots brengt de dichter twee zinnen naar elkaar waardoor het einde van de ene zin het begin van een andere zin is – op deze manier zijn deze gedichten werkelijke natuurgedichten – zonder dat ze over de natuur moeten handelen. Er is humor in deze verzen (zoals het fruit zich verheugt om de vooruitgang van de wetenschap), er is een realistisch surrealisme (zoals de stoelen aan het plafond hangen en de telefoon 8 keer zal rinkelen), er is een melancholisch heimwee naar het toen van het leven (zoals de stenen die in de koffer vastgezet werden), er is een filosofisch schrijven (zoals over de tijd die in een spiegel toekomst kan worden), er is een levenslust die bescheiden in het leven staat (zoals het een dichter betaamt), er is een maatschappelijke betrokkenheid (zoals de ogen van de bedelaar waarin we onszelf kunnen zien), er is de verbondenheid met de ander (zoals de vader die de droom van de zoon komt bezoeken), er is bovenal de verwondering (zoals de wereld gezien wordt door het kijkgat in de deur). Ik citeer slechts één gedicht (de vertaling is van Katarina Rudebeck) : “De boom is een lift naar / het fruit dat rijpt / daar waar het wacht / een ladder voldoet niet / zelfs de hand moet // groter zijn dan / gewoonlijk     en de bladeren / zij verheugen zich / ook over de / vooruitgang van de wetenschap”.

katarina rudebeck_2.jpg

Advertenties