patrick modiano – de nobele cultuurmens

door johan_velter

christian boltanski_menschen

Het personage van Houellebecq, de leerling van de scherpzinnige Comte, leest Joris-Karl Huysmans, de duistere. Het personage van Patrick Modiano, de verwarde geest, leest de wetenschapper Buffon, de Verlichtingsfilosoof, en zijn conclusie is dat de wereld niet licht, niet volledig kenbaar is. Het zijn deze paradoxen die de roman de moeite waard maken, die de kracht van de literatuur bewijzen.

In zijn dankrede voor de Nobelprijs legt Patrick Modiano een relatie tussen zijn literair werk en het muzikale domein. De literatuur is minder puur dan de muziek en zo staat elke roman lager dan de muziek. Toch verdedigt hij de roman wanneer hij schrijft dat een romancier als een slaapwandelaar op de daken van de huizen loopt – zonder te vallen. De schrijver vertoeft in het domein van de droom, hij onthult wat niet direct-concreet zichtbaar is. Elke schrijver is immers in zijn eigen tijd geworteld: de thema’s, het ritme zijn die van hemzelf. Een mens ontsnapt niet.

De romancier is nooit een narcist, maar wel een empathisch persoon: hij toont dat elke mens een mysterie bezit en dat mysterie waard is. Modiano is een humanistisch schrijver in de traditie van de grote Franse moralisten: de mens staat centraal, mét zijn pogen en falen. «Le travail du romancier doit aller dans ce sens-là. Son imagination, loin de déformer la réalité, doit la pénétrer en profondeur et révéler cette réalité à elle-même, avec la force des infrarouges et des ultraviolets pour détecter ce qui se cache derrière les apparences. Et je ne serais pas loin de croire que dans le meilleur des cas le romancier est une sorte de voyant et même de visionnaire. Et aussi un sismographe, prêt à enregistrer les mouvements les plus imperceptibles. » Deze laatste zinnen zijn verrassend voor wie het œuvre van Modiano slechts oppervlakkig leest : zijn dit immers geen halve detectives, in zichzelf gekeerde mijmeringen, wandelingen door het eigen verleden?

In deze toespraak beklemtoont Modiano hoe de ervaringen van het kind in het oeuvre van de volwassenen blijven rondspoken. Voor hem zijn dit de ervaringen van verlatenheid, de vrienden van de ouders die vreemd zijn. Pas later heeft Modiano grip willen krijgen op die gebeurtenissen – zonder klaarheid te kunnen scheppen. Zo is literatuur teruggebracht tot de essentie: achterhalen wat niet te achterhalen is; de weg afleggen naar het vreemde; getuigenis afleggen van het individuele – «comme si l’écriture et l’imaginaire pourraient m’aider à résoudre enfin ces énigmes et ces mystères.» tegelijkertijd verbindt Modiano de mysteries van het individu met die van de stad (Paris, London, Berlin, …) en met schrijvers als Edgar Poe (The man of the crowd, het thema dat ooit door Elisabeth Tonnard zo ingenieus opgenomen is) of Thomas de Quincey (maar Modiano had ook André Breton of James Joyce kunnen noemen): zonder religieus te hoeven zijn, beklemtoont Modiano het mysterie van mensen en dingen (dus ook van cultuur), de betovering die ons onrustig maakt maar ook doet leven. En zo maakt Modiano in zijn toespraak een cirkelbeweging: van de stad gaat het terug naar het individu en het boek: «Les thèmes de la disparition, de l’identité, du temps qui passe sont étroitement liés à la topographie des grandes villes.» Het anonieme van de stad weerspiegelt zich in de zoektocht naar de onbekenden in het œuvre van Modiano.

De woorden zoals Modiano die uitgesproken heeft op 7 december 2014 kunnen probleemloos toegepast worden op Pour que tu ne te perdes pas dans le quartier en bevestigen aldus de woorden van de schrijver zelf als hij zegt dat hij slechts de schrijver van het laatste boek is – de vorige vergeten heeft.

Beeld: Christian Boltanski, Menschlich, 1994

Advertenties