anti-spinoza

door johan_velter

In 2002 verscheen van Goce Smilevski een roman over Spinoza, nu in het Nederlands vertaald door Roel Schuyt en door Anthos uitgegeven als ‘Het web van Spinoza’. ‘Over Spinoza’ is een verkeerde uitdrukking, deze roman is een autobiografische van Smilevski zelf vrees ik. Wie iets over Spinoza te weten wil komen, raadplege liever serieuze werken. Smilevski verschanst zich achter het argument dat dit een roman is, geen non-fiction en dat er daarom mag gefabuleerd worden. Ja, veel mag. Maar als men het tegenovergestelde wil beweren van waar de filosoof voorstond, dan had Smilevski beter een andere roman geschreven.

Het gaat al fout in de eerste bladzijden wanneer Smilevski Spinoza op zijn sterfbed beschrijft en een traan op zijn gezicht ziet blinken. Heldenbeschrijvingen zijn tijdsgebonden. In de jaren vijftig werden denkers en schrijvers beschreven alsof ze halfgoden waren, ver verheven boven het dagelijkse vuil, abstract denkend, goed wezend. Het abstracte is vandaag vervangen, niet door het materiële leven met de alledaagse waarheid, maar door het sentimentele en plat-vulgaire. Er is een nivellering: in de meest basale eigenschappen en functies zijn alle mensen gelijk en vermits die ‘groten’ dezelfde basale functies en eigenschappen hebben als iedereen, zijn ze even groot als iedereen. Dus niet. Het sentimentaliseren verkleint niet alleen ‘de groten’ maar ook de hedendaagsen: de mens wordt herleid tot een bundel sentimenten die manipuleerbaar is en enkel gevoelsmatig reageert. Niet langer het abstracte en sociale denken van de mensen staat centraal (waardoor hij gedefinieerd wordt) maar zijn emotionele beleving. Martha Nussbaum is hier een voorbeeld van. De volgende stap is het afbreken van het individuele en de mens herleiden tot een sociaal-oppervlakkig wezen. Hij beleeft het leven in groep, slechts in groep. De afzijdige is een ontkenning.

Smilevski beschrijft Spinoza als iemand die spijt heeft van zijn geleefd leven, vandaar de traan die hij ziet. Volgens hem is Spinoza in de filosofie gevlucht. Denken is dus voor hem een pseudo-leven. De stelling van Smilevski toont echter zijn eenzijdigheid: hij kan niet begrijpen dat iemand een ander dan een sentimenteel leven wil leiden en hij ontkent dat er verschillende vormen van leven evenwaardig kunnen zijn. Op bladzijde 6 toont hij zijn metafysische benadering van Spinoza – en dus ook onjuiste visie op de filosoof: “Misschien is het om die traan, Spinoza, die als de essentie van jouw leven ook nog bleef bestaan toen het voorbij was.” Essentie? Bleef bestaan? Nu en dan waagt Smilevski zich aan een uiteenzetting van de ideeën van Spinoza. Hij had dit beter niet gedaan.

De visie van Smilevski is dus inconsistent. Ook al is zijn pleidooi voor een sensueel leven sympathiek, hij maakt die in zijn roman niet waar.

De tekening van de figuren is ongeloofwaardig. Uiteraard is Spinoza hier geen sterveling uit de zeventiende eeuw, hij is een product van een verhitte geest die nogal geobsedeerd bezig is. Maar ook een figuur als Mor Alvares is onwaarschijnlijk. Analfabeet en vergeetachtig, vertelt ze haar dromen met wijsheidslessen erbij: “Alles heeft zijn tijd, er is een tijd waarin je zult sterven, er is een tijd om te wieden; een tijd om de [sic] moorden; […].” Enzovoort.

De psychologie van Spinoza wordt geïnterpreteerd vanuit een freudiaans (en dus eng) perspectief. Och gottekes, Spinoza is nooit het verdriet om moeders overlijden te boven gekomen en daarom … Wat Smilevski als een oorzakelijke relatie beschrijft, is oppervlakkig, dom, modieus, onjuist.

De biografische gegevens zijn op oude informatie gebaseerd. Het is onwaarschijnlijk dat Spinoza alleen op religieuze gronden uit de gemeenschap gestoten werd. De vloek die over hem werd uitgesproken, was een formule. Enerzijds sentimentaliseert Smilevski Spinoza, anderzijds wil hij er toch weer een eenzame held van maken. Misschien had hij dan toch beter voor Clint Eastwood kunnen kiezen.

Het denken van Smilevski is particulier. ‘De mensheid lijdt aan een op het oog [sic] onschuldige ziekte. Een [sic] van de symptomen van deze ziekte is dat men aan tijdelijke en eeuwige dingen en gebeurtenissen eigenschappen als eeuwig en oneindig toekent, of eigenlijk [sic]: dat men verlangt dat tijdelijke en eindige dingen en gebeurtenissen eeuwig blijven bestaan of voortduren.” (p. 14). “[…] op het moment van zijn zaadlozing denkt hij dat het genot eeuwig zal duren, […]” (p. 15). “Zoals ik al zei, gaat het om een schijnbaar onschuldige ziekte, maar in feite is ze dodelijk.” (p. 16).

Ook de ontmoeting met Franciscus van den Enden is ongeloofwaardig, zeker ook hoe het leven van diens dochter beschreven wordt.

De laatste zinnen die ik van dit boek las: “Droom je over haar, Spinoza? Zie je haar in je dromen? […] raak je opgewonden […]? Droom je dat ze jouw naam fluistert?” (p. 25). En daar vloog het boek uit mijn handen. Dat anderen hun tijd verknoeien met dit broddelwerk.

Advertisements