avenue – cees nooteboom (1)

door johan_velter

‘Avenue: 15 jaar wereldliteratuur’, verzameld door Cees Nooteboom en bezorgd door Esther Op de Beek werd door De Bezige Bij uitgegeven om de verjaardag van Cees Nooteboom te vieren. De schrijver werd dit jaar 80 jaar en hij is 1 van de steunpilaren van de uitgeverij geworden – nadat hij dat een tijd was voor de Arbeiderspers. ‘Avenue’ moest een luxe-uitgave zijn, een eerbetoon aan de schrijver maar ook aan de dichters.

Esther Op de Beek promoveert op 15 januari 2014 op het proefschrift ‘Een literair fenomeen van de eerste orde. Evaluaties in de Nederlandse literaire dagbladkritiek,1955-2005: een kwantitatieve en kwalitatieve analyse’, aan de Radboud Universiteit. Althans ze mag hopen dat ze promoveert. Ik hoop in ieder geval dat ze met meer ernst haar doctoraat geschreven heeft dan dat ze het werk ‘Avenue’ heeft samengesteld. Op Neder-L (14 december 2013) lees ik dat haar doctoraat een opvallende conclusie heeft. Ik citeer: “Op de Beek ontdekte iets opvallends over de lengte van literaire kritieken. Die waren in 1955 en 2005 op hun kortst en in 1985 op hun langst. Niettemin bevatten kortere recensies niet minder kritische beoordelingen. ‘De langere stukken namen vooral meer ruimte voor samenvattingen van de roman.’” Er kan niet genoeg onderzoek gedaan worden.

In het biografisch bericht lezen we: “In november 2013 verscheen bij Uitgeverij De Bezige Bij een door haar bezorgde facsimile-uitgave van de poëziebijdragen van Cees Nooteboom voor het tijdschrift Avenue tussen 1976-1990. Momenteel werkt zij als [sic] aan de Radboud Universiteit en – via een uitwisselingsprogramma – aan de Universität Duisburg-Essen.”

De boekverzorging was in handen van Brigitte Slangen. Boekverzorging? Broddelwerk.

De Bezige Bij zal gedacht hebben: ‘We gaan iets doen dat niet veel werk is, dat gemakkelijk is, dat toch groot is, we zullen de mensen hun ogen verblinden. We zullen niet doen zoals met Hugo Claus’ ‘Dichterbij’ en alles overtikken, dom zoals we zijn, met de drukfouten erbij. De prenten van Claus zetten we ergens naast de gedichten en we laten de vormgever (Brigitte Slangen) die vermeisjen. Nee, dit keer zullen we slimmer zijn. We maken een facsimile-uitgave.’ Dat zelfs dit niet meer behoort tot de deskundigheden van een uitgeverij, is niet moeilijk aan te tonen.

Maar eerst dit. Wat een rijkdom is dit overzicht geworden. Inderdaad veel figuren uit de wereldliteratuur (ook de ondertitel is niet correct: een aantal jaar publiceerde Nooteboom debutanten in het blad: nauwelijks iemand (Joris Denoo) is tot de literatuur doorgedrongen). Elke dichter werd door Nooteboom geïntroduceerd (de rubriek ‘Dichterbij’ van Claus is duidelijk op het werk van Nooteboom geïnspireerd, deze laatste kon echter zijn ‘medium’ beter kiezen: Avenue tegenover Elsevier en Knack voor Claus). Hij deed dit op een niet-boodschapperige manier, gaf wat feiten weer, een biografische aanduiding en hier en daar deelde hij een verwijt uit, schreef hij een aanmaning.

Toch heeft Nooteboom weinig ‘nieuwe namen’ aangedragen. Hij steunde op de Engelse uitgeverij Faber en op de niet en nergens geëvenaarde reeks ‘Poètes d’aujourd’hui’ die door Pierre Seghers in 1944 werd opgezet. Ook ‘Poetry International’ was een belangrijk gegeven en steeds weer beklemtoont Nooteboom het belang van deze bijeenkomst voor het publiek, de dichters en de vertalers.

Cees Nooteboom vertaalde veel zelf en werkte met vertalers. De eigen vertalingen zijn soms gebeurd in samenspraak met de dichter, soms met het woordenboek en soms via een intermediaire taal. Nooteboom wilde niet ‘juist’ vertalen maar wilde de lezer een indruk geven van een dichterschap. Het merkwaardig-aangename was dat hij tegelijkertijd journalist en poëzieleraar was: hij toonde zijn lezer een manier van dichten waarmee deze maar verder moest doen. Nooteboom hield geen wetenschappelijk betoog maar maakte de lezer nieuwsgierig naar ‘die andere wereld’. Voor wie interesse had, gaf hij boektitels en vertalingen mee. De generositeit waarmee Nooteboom zijn dichters voorstelde is nog altijd indrukwekkend en bewonderenswaardig. In de inleidingen smokkelde hij persoonlijke noten binnen, toonde hij zijn onvrede met culturele wantoestanden, verlakkerij en verloedering. Een mooi en nog steeds actueel voorbeeld daarvan staat in de inleiding tot het werk van Stefan Themerson: ‘[…] de essentie van zijn werk is dat hij met de wapens van de logica, de humor, de fantasie en de extreme vernuftigheid strijdt tegen de woordkanker, het misbruik van taal door brallende of zwetsende politici, versluierende theologen en ontoerekenbare dogmatici, aan rijmdwang onderhevige en dus betekenis verduisterende dichters, tegen al het mos dat aan woorden en de werkelijke feitelijke betekenis van woorden is vastgegroeid , de zinsbegoochelende werking van allerlei soorten retoriek, kortom, de brutaliteit waarmee de taal misbruikt en de mensheid misleid wordt, de modderpoel van “boodschappen” waarin je elke dag kunt worden ondergedompeld.’ Nooteboom heeft een cyclus gedichten naar Lucretius geschreven, hier lezen we het credo van een materialistische dichter.

De dichters die Nooteboom voorstelt, zijn, zoals gezegd, niet de jongste of de meest hedendaagse, ze hebben reeds een aura gekregen. Maar toch: we lezen vertalingen die we niet kenden en er zijn wel degelijk dichters bij die een ontdekking zijn. Voor mij was dit Guillermo Carnero, andere lezers zullen andere namen noemen – en gelijk hebben.

Het omslagbeeld is een foto van Guido Clerici, nogal protserig, net alsof Nooteboom het huis van het verleden draagt. Toen ik het boek in handen kreeg, vond ik de omslag slecht. Natuurlijk door het verkeerd gebruik van de letters (wit met zwart omrand op een bijna witte achtergrond voor de auteursnaam) ; de letter ‘E’ in ‘Avenue’ weggestopt achter een lamp maar het ijzerwerk van de lamp verstoort ook de letters). Maar er was nog iets anders: die zwarte streep bovenaan klopt niet, de foto is ‘slecht’ en daardoor is de omslag mislukt. Enig zoeken toont echter dat de vormgever de foto vervormd, ja zelfs vervalst heeft. De oorspronkelijke foto toont meer plafond. Op de omslag werd die weggeknipt waardoor er enkel een overbodig lijkende zwarte streep bovenaan het beeld staat. De eerste illustratie toont hoe de uitgever een ‘beeld’ de wereld instuurde, de tweede illustratie toont wat er van geworden is. (En we zwijgen dan nog over het al te familiaire en onzinnige ‘Cees’ tegenover het kleinere ‘Nooteboom’.)

Nooteboom-Avenue_oorspr omslag

nooteboom-avenue_omslag

 

Advertenties