38 ubuesken_het boek

Aan de lezer

ubuesken_40_a

Toen in N. een nieuwe oop op de troon krooppt en nadien ook een in B., toen trok ik aan de mouw van de tekenaar, het is het moment zei ik hem, het is altijd het moment zei hij schor en nors en nurks.

Hier is de primitief getekend, hij die altijd en overal zijn kop opsteekt. Het is om te lachen dat we niet meer kunnen lachen bij het zien van deze portretten naar het leven getekend en van het leven afgewend.

Pablo Picasso: Maar groeien daar geen tulpen uit dat hoofd?
Joan Miro: Jawel, wat moet er dan niet in dat hoofd zitten?
Alfred Jarry: Zie de onschuld van die kindertjes, redeloze beesten nu al.
Georges Rouault: Voyez, cette dame n’est pas une dame.
Pierre Bonnard : Dat wast zich niet.
Max Ernst: Kijk, hoe hij blaast naast de toren.
Jan Lenica: En hoe ze beiden op hun ei zitten te wachten terwijl ze zelf verwarmd worden.
Dora Maar: Is dat daar geen windmolenpark?
William Kentridge: De mannelijke zelfopwinding.
Thomas Chimes: Met een belletje op het hoofd, om zichzelf wakker te houden.
David Thomas: En multicultureel, de slechtheid is overal.
Dennis Pouppeville: En zulke grote oren dat dat heeft. Grotesk. Burlesk.
Marcel-Louis Baugniet: Een cirkel, een vierkant, een rechthoek en alles daartussenin.
Alexander Calder: Plat! En draaiend! Fluitend!
David Nash: Een snuit, niets anders dan een slurf.
Asger Jorn: En onder de oppervlakte, de sluipwegen.
Maurits Cornelis Escher: De cirkel, de cirkelende cirkel gecirkeld.
Constant Nieuwenhuijs: Plat als een luis.
Enrico Baj: Medailles, onderscheidingen, attributen.
Karel Appel: Het kindtiran dat tekent, barbaarse gruwel.
Francizka Themerson: Het koppel dat de optocht der dwazen aanschouwt.
André Stas: De drieëenheid, het monster der profeten.
Roberto Matta: Het is er, het is er niet.
René Magritte: Een hobbelpaard en de lucht vergeven van.
Man Ray: Mère Ubu, wachtend op haar minnaar.
Yves Tanguy: De boot, de sterren, de zeeweg, het verderf.
Maurice Henry: Het vreten, zelfs niet voor of na, het vreten.
Jean Puy: De desintegratie, terug naar de zeebodem.
Marcel Mariën: Gevochten, nooit gewonnen maar nooit verloren.
Yves Rhayé: Gebakken lucht.
Roland Topor: ne erèirra !
Valério Adami: De knuppel.
Marcel Duchamp: Geen afbeelding.
Jean Dubuffet: Francisco, Lubertus.
Aline Gagnaire: De haren ten berge.
Henry Meyer: Een golfspeler, een geweldenaar.
Pierre Alechinsky: En kijk, die ezel, dat lijkt wel de vlucht uit Egypte te zijn, de redding van een nieuwe tiran.
Ik: Die ezel, dat is de tekenaar.

 

De uitgever

(Bijvoegsel bij ‘38 ubuesken’, een uitgave van ‘Le moutardier du pape’ uit het land van Quiros. De oplage bedraagt 56 genummerde exemplaren. 15 euro.)