naakt als glas – albert bontridder (7)

door johan_velter

Met ‘Dood hout’ (1955, maar zonder datum in de uitgave C.P.J. van der Peet) zitten we weer in een ander register. (Dood hout verwijst naar de niet-christelijke dood van de neger, het staat tegenover het levende hout van de Christusfiguur, de anonimiteit van de dood wordt door de dichter hersteld, de zinloosheid (begrepen als absurditeit) van de veroordeling zinvol gemaakt door het gedicht.) De verzamelbundel van de vroege poëzie van Albert Bontridder (‘Naakt als glas’, 2013) brengt dit als een ‘normale’ poëziebundel, d.w.z. regel na regel wordt gezet. De uitgave 1955 was een bijzondere: een goed boekformaat (16 x 22), een verzorgd boekomslag en tekeningen van Corneille. De 2013-uitgave heeft een niet-literair boekformaat. Hoe komt dit: het formaat is bijna exact hetzelfde? De verticaliteit van de recente uitgave bepaalt alles, het lettertype is te smal waardoor de gedichten te smal gezet zijn, er is te veel witruimte. In de nieuwste uitgave is het omslag ook banaal en onjuist gezet, een kakofonie van lettertypes en kleuren, de vormgeving is bepaald door Stéphane de Schrevel.  In deze uitgave werden achteraan enkele foto’s opgenomen van de oorspronkelijke editie. Heeft men met slechte clichés gewerkt, de verkeerde resolutie genomen, de vormgever niet gekeken, de foto’s zijn grijs en flets afgedrukt. Het fotokatern bevat nu plots geen paginanummers meer terwijl ik toch moet zeggen dat op p. [203 ] het bijschrift weliswaar vermeldt dat de brief aan Albert Bontridder gericht is maar de aanhef toch ‘Waarde heer Walravens’ luidt. De omslagen van de ‘Tijd en mens’-nummers zijn afgesneden, de kleur verdwenen en zelfs niet gesuggereerd door het grijs dat zich van het zwart moest onderscheiden.

De Van der Peet-uitgave was de tweede versie van ‘Dood hout’, de eerste verscheen in ‘Tijd en mens’, juli 1952. Het boek bevatte een inleiding van L.P. Boon waarover kenners het eens zijn dat de visie van Boon te eenzijdig was maar toch moet gezegd worden dat Boon steeds weer op het belangrijkste bij Bontridder wees: de beeldenrijkdom, het a-Nederlandstalige aspect van deze poëzie wat een vreemd element in de poëziegeschiedenis van de Lage Landen gebleven is omdat Bontridder de karigheid en de schraalheid ontbeert, daarentegen fantasie bezit.

De vraag of een heruitgave de oorspronkelijke editie ook materieel moet volgen, kan ontkennend beantwoord worden. Als de heruitgave echter banaal is, dan is het verlies des te groter. (Volgend jaar zou alle poëzie van Albert Bontridder in een verzamelbundel opgenomen worden, ook de moeilijk verkrijgbare. Dat is toe te juichen en hopelijk zal er dan een goede vormgever gevonden worden die de oorspronkelijke edities zal verbeteren: de uitgaves van ‘Manteau’ en ‘De galge’ zijn immers al te lusteloos gemaakt.)

dood hout_2

Corneille heeft niet alleen de tekeningen bij ‘Dood hout’ gemaakt, hij heeft volgens de titelpagina (en de brief op p. [203]) ook het boek ‘verzorgd’. Indien dit zo is, dan is de manier waarop het boek heruitgegeven werd fout. Enerzijds volgt men niet de oorspronkelijke editie, anderzijds wel de verdeling van de gedichten over de pagina’s, maar ook niet overal, bijv. 1955, p. 24-25, wat in editie 2013 op 1 pagina komt te staan, p. 160. Nu geeft men de indruk dat ‘Dood hout’ uit verschillende gedichten bestaat, terwijl dit om 1 doorlopend gedicht gaat, terwijl toch gezegd moet worden dat de ‘Tijd en mens’-versie ook een verdeling in gedichten gaf. Doch, als Corneille de 1955-boekuitgave verzorgd heeft dan heeft hij de tekeningen en de tekst met elkaar in verband gebracht en daardoor een specifieke dynamiek in het boek gestoken – die werkt zoals de materiële uitvoering ons oplegt.

De tekeningen zijn vroege ‘Corneilles’, d.w.z. dat ze tekeningen zijn, schetsmatig, niet-figuratief, d.w.z. niet realistisch, maar met figuratieve elementen vermengd. We herkennen een mannetje, een stad, een gemoedsstemming. Het zijn typische jaren 50-tekeningen: er is een sfeer van existentialisme, angst en doodsverwachting. (In sommige tekeningen herken je een Raveel-vorm, ook Bernard Buffet.)

dood hout_1

In andere zie je de vogel die Corneille beroemd zal maken en helaas ook zijn eigen verdoemenis is geworden. In dit boek (en andere) ervaar je de belezen, intellectuele Corneille, niet de plaatjesmaker die hij later zal worden. Soms denk je ook aan de dassen die hij maakte. Meer nog dan de andere Cobra-schilders is hij diegene die de uitverkoop van Cobra betekend heeft, de symbolen vogel, zon en vrouw (die toch de levensvreugde, de fantasie en de vrijheid zouden moeten betekenen) verkwanseld heeft tot een gemakkelijke geldmachine.

dood hout_3

Advertenties