naakt als glas – albert bontridder (6)

door johan_velter

Dat is nog maar de vraag. De tekstbezorgers, Yves T’Sjoen, Els Van Damme en Liesbeth Van Melle, van ‘Naakt als glas: de Tijd en Mens-poëzie van Albert Bontridder’ (ASP, 2013), schrijven “Voor de weergave van ‘Dood hout’ is de specifieke lay-out bewaard. De afwisseling van tekstpassages in kapitaal, cursief en romein is gehandhaafd. Ook de opmaak van Poèsie se brise en Hoog water is gevolgd. […] Verder zijn er minieme aanpassingen: […].” (p. 189). Ik citeer hier letterlijk: dus ja, Stéphane de Schrevel, de vormgever, heeft inderdaad de eerste boektitel ‘Dood hout’ tussen aanhalingstekens geplaatst en de andere gecursiveerd.

Als de lay-out bewaard werd, waarom hebben we dan niet het gevoel ‘Tijd en mens’-poëzie te lezen? De probleemstelling verruimd: moeten heruitgaven dan altijd de oorspronkelijke vormgeving volgen? Hoe verhoudt zich tekst tot beeld (en met beeld bedoelen we de letter, de bladspiegel, de verhoudingen)? In sommige gevallen is de materiële uitvoering belangrijk: bepaalde eerste uitgaven zijn zo bepaald door hun vormgeving dat die gerespecteerd moet worden. Altijd. Doch: veel vormgeving is gebeurd zonder medeweten van de auteur, of hij is er slechts zijdelings bij betrokken. Hoe ‘heilig’, vaststaand is dan die eerste druk? Heeft de latere vormgever dan geen recht om een tekst naar de nieuwe tijd (of beperkter: naar zijn eigen hand) te zetten? Houdt deze poëzie dan enkel stand in de eigen, d.w.z. oorspronkelijke typografie? Uiteraard niet, maar ook hier: een keuze van de vormgever is niet vrijblijvend maar bepaalt steeds. Wie de geschiedenis van een tekst kent, leest meer. Een tekst kan vernieuwd, gemoderniseerd worden maar de ‘geest’ van het boek moet bewaard blijven. Een (goede) vormgever kan dat.

De nieuwe uitgave is in ieder geval niet correct. De gebruikte letter is veel te mager voor de naoorlogse poëzie: alles wordt vervrouwelijkt, geësthetiseerd, gebanaliseerd, schoongewreven, weggevreten. Het formaat van het boek is een modale vorm voor wetenschappelijke uitgaven, de poëzie wordt in die bladspiegel gewrongen waardoor de werking helemaal anders wordt. In de cyclus ‘Kamers’ bijvoorbeeld, beginnen de gedichten helemaal onderaan met enkele regels, om dan op de volgende bladzijde ‘normaal’ verder te gaan. Zo leest dit echter niet: men leest dit als een motto. De Schrevel heeft, de modieusheid volgend, de paginanummers bovenaan gezet: weer is dit een aanduiding van anti-originaliteit. Dat de paginanummers op (verder bijna) lege bladzijden stoort, hoeft niet gezegd te worden. Voorbeelden: 71, 77, 80, 82, enz.

‘Hoog water’ verscheen in december 1951 als een uitgave van ‘Tijd en Mens’. Dit was een genummerde en gesigneerde editie. Een totaal van 75 exemplaren. Het colofon werd in deze nieuwe uitgave niet opgenomen en het ‘raadsel’ ervan werd ook niet vermeld: er stond ‘gedrukt op de persen van …’. Er is dus niet vermeld waar dit boek gedrukt werd.

hoog water_1

Ook het gebruik van klein kapitaal werd niet overgenomen. Waar de oorspronkelijke dichtbundel slechts enkele regels op een pagina zette dan werkte dit omdat er een dynamiek in het boek stak. Stéphane de Schrevel neemt dit over maar zonder intelligentie. Bij hem vallen de woorden in een zee van leegte: het lettertype is immers te smal, de pagina te groot. Hetzelfde effect had hij kunnen bereiken als hij een ander lettertype had gebruikt én als hij het beeld van het  boekformaat naar zijn hand kon/wilde zetten.

Nog veel erger is dat De Schrevel wat een boldletter in de uitgave-1951 was, veranderd heeft in een cursief. Ook dit is een ingreep die rechtstreeks inspeelt op de inhoud en die verraadt. Een bold is immers steviger, een cursief heeft altijd iets weeks. De cursief is minder modernistisch omdat er een band met het handschrift is. De jaren 50 zijn beïnvloed door de Futura, door de onsentimentele lettervorm.

 

hoog water_2 hoog water_3

 

Bedoel ik te zeggen dat de editie-1951 een betere typografie kende? Nee, want ook hier zien we manifeste fouten, bijvoorbeeld op p. 39 een nummering op de bladzijde waar de titel van een nieuwe cyclus staat. De afstand tussen de letters is niet altijd correct.

Op p. 69 staat in de uitgave van de openbare bibliotheek van Gent een met de hand gemaakte correctie. Is dit de hand van de dichter, de uitgever of een lezer?

hoog water_4

Advertenties