naakt als glas – albert bontridder (1)

door johan_velter

Albert Bontridder was op 17 mei 2013 in Gent om zijn boek ‘Naakt als glas: de Tijd-en-mens-poëzie van Albert Bontridder’ (ASP, 2013) te presenteren. Eerst enkele overbodigheden en daarna een interview door Paul Demets. Veel wat iedereen wist werd weer gevraagd. Interessant werd het pas wanneer de biografische vragen achterwege gelaten werden en Bontridder ernstig kon praten. Met ernst bedoel ik praten over het oeuvre, het werk. Nu en dan liet Bontridder zijn ontevredenheid doorschemeren over de interpretatie van zijn werk. Veel moet opnieuw gedaan worden.

Bontridder duidde enkele misverstanden aan. Ietwat geërgerd constateerde hij dat hij in het Bataille-kamp ondergebracht werd. Weliswaar onderging hij de invloed van Georges Bataille maar dan toch op een negatieve manier: zijn werk oriënteerde zich in een tegenovergestelde richting, een anti-Bataillerichting. Bontridder verzette zich tegen het extreme en trachtte het humane te bewaren, daarmee was hij een fidele kompaan van Jan Walravens.

albert bontridder

Toen hij (terecht) opmerkte dat vrijheid geen waarde op zich maar een functie is, zag ik de vrouw met de warrige haardos, die zich halvelings over haar stoel gedrapeerd had heftig met haar wenkbrauwen zwaaien. Bontridder keek niet op en verklaarde dat vrijheid nooit op zichzelf staat maar er is om iets anders te doen, en dus een functie is. Ook zijn maatschappijbetrokkenheid moet in het juiste daglicht gesteld worden. Voor Bontridder was Louis Paul Boon té maatschappijgericht waardoor hij zichzelf verloor (aan de actualiteit, aan de anderen): hij pleegde verraad aan zijn kunstenaarschap. Ook het begrip ruïne werd bij Bontridder niet steeds correct begrepen.  Het is gebaseerd op de ideeën en de werkwijze van Auguste Perret: Bontridder wil niet de cultuur afbreken totdat er nog slechts ruïnes over blijven. De ruïne is ook geen element van een romantische traditie maar een idee en moet begrepen worden als de basisstructuur die over de tijden heen kan blijven bestaan.  Omdat de ruïne geen negatief concept is maar een open structuur bezit, kan ze communicatie en doorstroming toelaten. De ruïne is geen afgewerkt product maar dat wat overblijft. Zo bouwde Bontridder ook zijn gebouwen: geen ornementen, een open structuur, een openheid naar de wereld, een aanvaarden van de natuur.

En hoe wreed men is. De enige modernistische architect en dichter van België, die de overbodigheden verfoeide, die de kwalen van de kleinburgerlijkheid wilde verbannen, die de kitsch van de valse burgers wilde wegsturen werd daar in de überkitsch van de Kantl ontvangen. Toen ik hem –mild en zachtmoedig als ik ben- na het interview in het oor fluisterde dat dit wel heel lelijke schilderijen waren, keek hij me aan en zei glimlachend maar gedecideerd, overtuigd en minachtend: ‘Alles is hier lelijk.’ En hij glimlachte de lach van de oude dichter.

(foto Albert Bontridder door Saskia Vanderstichele)

Advertenties