thomas bernhard und andere (41)

door johan_velter

‚Watten‘ (1969). Ik gebruik ‘Die Erzählungen’ (Suhrkamp, 1979).

De ondertitel luidt: ‚Ein Nachlaß‘ (Een nalatenschap). Een dokter (maar hij is verboden zijn praktijk nog uit te oefenen, zijn collega’s verweten hem immers dat hij geen geld vroeg – we denken toch ook aan Céline) die nu vrijwillig in een barak leeft (hij heeft het vaderlijk kasteel verlaten) wordt door de wiskundige/jurist F. Undt, die een deel van de vaderlijke erfenis van de hoofdpersoon gekregen heeft, gevraagd zijn waarnemingen  van de vorige dag op te schrijven.

Undt is atypisch. Zijn geschriften dragen titels als ‘Verwahrlosung I’, ‘Verwahrlosung II’, ‘Verwahrlosung III’. De verteller leeft niet alleen armoedig, hij leeft ook tussen de verschoppelingen. Hij was een verwoed kaartspeler (‘Watten’ is de naam van een Oostenrijks kaartspel.). Eén van de kaartspelers kwam plots niet opdagen, later bleek dat hij zich in het bos verhangen had. De hoofdfiguur geeft daarop het kaartspel op. Hij komt zijn barak niet meer uit en leeft nu verkommerd in chaos, overdonderd door het lawaai van het nabije water. (In meerdere opzichten is ‘Watten’ de pendant van ‘Korrektur’.) De chaos bestaat uit papier: zijn jarenlange observaties. Totaal nutteloos natuurlijk.

Het grootste deel van ‘Watten’ is een brief van de verteller aan Undt.

In zovele teksten is het stappen bij Bernhard een activiteit die gelijk staat aan denken, al dan niet monotoon. In dit verhaal is het andersom: het bos desoriënteert, niet alleen de hoofdfiguur maar iedereen. De duisternis is geen helper maar een verstrooier. Het bos staat hier voor de menselijke conditie: er is geen weg; is er een weg dan is het een dwaalweg. Er is geen richting; loopt men in een richting, loopt men de dood tegemoet. De natuur eet de mens op, de natuur is geen schuilplaats, geen troost, geen redding. Het werk van Bernhard is voor een groot deel anti-natuur; ook anti-cultuur maar meer anti-natuur want dit laatste volledig.

We denken aan Dante, de beginregels  van Canto 1, ‘De goddelijke komedie’: ‘In het midden van mijn leven, bevond ik mij in een donker woud omdat ik van de rechte weg afgedwaald was.’

We denken aan Descartes die in ‘Discours sur la méthode’  (deel 3) de mens vergelijkt met een reiziger die in het woud  verdwaald is. Het advies van Descartes: ga steeds rechtdoor, probeer niet lukraak nu eens dit, dan weer dat. De rechte weg leidt je uit het woud, hoe dan ook (wat is papier geduldig).

Noch Dante, die de oplossing van het leven (hoe te leven), in de godsdienst, het opgaan in de gemeenschap en dus de zelfvernedering, zocht; noch de weg van Descartes die een rationeel antwoord gaf op de levensvraag vindt gehoor bij Bernhard.

Een verwijzing naar Rimbaud: ‘[…], aber mein Gehirn ist ein anderes.’ (265)

De zuster van de hoofdfiguur komt op bezoek, zij stoort hem in zijn lectuur van Forster, ‘Reise um die Welt’ (272), het verslag van een expeditie onder leiding van Kapitein Cook. Het werk verscheen in Duitsland voor de eerste maal in 1778-1780 en was vrijwel meteen een succes. Deze lectuur vergroot het contrast: de donkere natuur in Oostenrijk tegenover de weidsheid, de lichtheid van de wereldreis (Tahiti o.a.); de geslotenheid van het woud tegenover de openheid van de wereld.

Over de taal: ‘Die wir am längsten kennen, die vertrautesten Menschen, reden die Fremdeste Sprache.’ (302-303): het lezen van een reisverslag is dan geen vreemde ervaring meer.

Er wordt veel over filosofie en studeren gesproken, zonder dat er namen vallen. Ook hier wordt weer de nadruk gelegd op het denken, het intense denken (het gaan), het resultaat echter is van minder belang, de papieren kunnen verbrand worden.

Het muziekstuk ‘Atemnot am Flußufer’ (1973)van Raditschnig Werner  wordt genoemd, het verband met de tekst is onduidelijk tenzij men dit letterlijk interpreteren moet: de leraar, een van de kaartspelers,  heeft ambities gehad, heeft echter niets bereikt: hij bleef aan de kant staan, de rivier stroomde voort. (Werner is een vertegenwoordiger van de nieuwe muziek, had banden met de Aktionisten.)

‚Watten‘ (1969): Georg Forster (Reise um die Welt), Atemnot am Flußufer [Raditschnig Werner ]

Advertisements