hugo claus, surrealist

door johan_velter

In het tijdschrift Arsenaal verscheen in het vierde nummer van de vierde jaargang (juli-oogst 1948) het verhaal ‘Oponthoud in Kahareh’. Gert-Jan Hemmink noemt dit een ‘fragment van een nooit voltooide roman’. Het kan echter ook als een ‘gesneden verhaal’ gelezen worden. Het stuk is later opgenomen in ‘Natuurgetrouwer’ als een verhaal in een verhaal, ‘Het oponthoud’. Het is een scène geworden die herinneringen oproept aan ‘het verdriet van België’, ook hier lachen anderen met dit ‘probeersel’. Dé vraag is dan waarom Claus dit als een ‘volwaardig’ stuk presenteert, hoe is het te verklaren dat een auteur een jeugdwerkje in een volwassener werk opneemt? Wat is zijn bedoeling? Zichzelf relativeren? Tonen wat de kiem is?

Toch is dit een belangwekkend stuk. Eerst en vooral valt het fragment op in de door en door brave, op het ik gerichte bijdragen van het tijdschrift (ja, ook de politieke artikelen zijn vooral ik-gericht: het existentialisme vraagt vooral hoe te leven, hoe het ik zich tot de wereld moet verhouden). Het valt op doordat het een exotisch decor heeft. Het stuk ademt een Franse geest: André Pierre de Mandiargues of Octave Mirbeau. Zoals meer in het surrealisme gaat dit verhaal over indringers, vreemdelingen, eigenaardige gebruiken. Claus haalt er wel veel samen: blanken, joden, negers, gelen. Het is niet de fascinatie voor de ander maar wel voor het anders-zijn, begrepen als het afkeurenswaardige, dat centraal staat. Het exotische dat nog niet verpest is door cultuur maar waar de tomeloze wreedheid en domheid heersen. Zo komt ook de blanke in dit milieu terecht: ook hij zal moorden en verkrachten.

Claus vertelt een hem vreemd verhaal: niet het andere is zijn onderwerp maar wel het dichtbije. Hij beschrijft wreedheden maar ze zijn ‘uitgevonden’, ze zijn geen clausiaanse werkelijkheid. Er is een wreedheid van Artaud maar het is een gelezen wreedheid. (Toch
heeft Claus meermalen over de wreedheid van de oorlog en de na-oorlog verteld. En heeft hij drie toneelstukken met wreedheid als onderwerp geschreven. ‘Wrraaak!’, een bewerking van het stuk van Cyril Tourneur; ‘Thyestes’ naar Seneca en ‘Gilles’)

Het stuk is vreemd. Het heeft geen standpunt, het verhaalt maar wil niet betogen. Een anekdote, de lezer weet niet wat de schrijver beoogt.

De belangrijkste reden waarom dit belangwekkend is, is omdat Jan Walravens (steeds tuk op het nieuwe) in dit fragment een nieuwe stem las, hij werd hierdoor overtuigd van de waarde van Claus als schrijver. Jos Joosten in ‘Feit en tussenkomst’: “Aanleiding voor de definitieve omslag in zijn appreciatie voor Claus was het prozafragment ‘Oponthoud in Kahareh’ dat in Arsenaal verscheen, vier maanden nadat ze elkaar hadden leren kennen. Walravens was over dat verhaal zó enthousiast dat hij overwoog er een nota aan te wijden in De Vlaamse Gids (wat overigens niet gebeurde). Vanaf toen bleef hij Claus’ literaire activiteiten nauwgezet volgen: vaak enthousiast en bewonderend maar ook met openhartige kritiek en twijfels.” (p. 207)

In ‘De magnetische kracht van 1713: over surrealisme, dichters en schilders’ (Brumes blondes, 2012) schrijft Laurens Vancrevel o.a. over Hugo Claus. Hij spreekt daarin over de band van Claus met het surrealisme, zonder dat Claus ooit tot een groep behoord heeft: ‘[…] ; hij was niet iemand voor groepen, hij is altijd een majesteitelijk individuele persoon geweest, zelfs toen hij omgeven was door een stoet van bewonderaars en volgelingen, zoals het geval was in de laatste veertig jaar van zijn leven.’’ En hij dus geen surrealist meer was, moet de laatste zin begrepen worden. ‘Zijn reusachtige publiekssucces heeft verhinderd dat hij nog boven zichzelf uit kon vliegen. Maar hij heeft nooit gespuwd in de bron waaruit hij gedronken had.’ (73-74)

claus_oponthoud

Advertenties