rudolf meerbergen (7)

door johan_velter

Een kunstenaar is een kunstenaar maar niet altijd is een schilder ook een tekenaar, of omgekeerd. Rudolf Meerbergen was voornamelijk een schilder – kleuren behoorden tot zijn uitdrukkingsmiddel – omdat hij hierin een gelaagdheid kon aanbrengen die hem ook ideologisch kon bevredigen. Zijn schilderkunstige vormen konden een dimensionaliteit tonen die hij niet in een tekening kon leggen. De verf bracht hem verder in zijn artistieke weg, de lijnen veel minder.

‘Een kleine ruïnemuziek’ was een bundel gedichten van Remy C. Van de Kerckhove met tekeningen van Rudolf Meerbergen. De titel doet denken aan ‘Eine kleine Nachtmusik’ van Mozart. Na de titelpagina worden drie gedichten vermeld (Art poétique, Een kleine ruïnemuziek en Ik ben van stof). Het lijkt dus te gaan om 3 gedichten. De gedichten zijn opgedeeld in genummerde delen (de eerste 2 gedichten) of de onderverdeling wordt aangegeven met kapitalen). Als we naar de typografie in het boek zelf kijken, dan zou er echter volgens de grootte van de letter nog een vierde gedicht moeten zijn, nl. ‘Jannie en de zee’ (p. 18).

Attb7e05

 

De bundel werd uitgegeven door De Sikkel in Antwerpen en Daamen’s uitgeversmaatschappij in Den Haag in 1951. De oplage bedroeg 200 stempelgenummerde exemplaren. Het boek is groot formaat: 23 cm breed, 30 cm hoog. Het omslagontwerp was van José Walraff, een typograaf die wel meer boeken heeft vormgegeven maar die helaas quasi vergeten is. (Zou ik durven? Ludo Simons vermeldt Walraff niet in zijn ‘Geschiedenis van de uitgeverij in Vlaanderen’.) Het omslag oogt klassiek, is evenwichtig samengesteld, er is ruimte. Men verwacht geen avant-gardeboek. Toch wringt er iets omdat de woorden ruïne en muziek niet met elkaar verbonden zijn door een verbindingsteken: het lijkt er op dat beide woorden afzonderlijk staan. In het binnenwerk worden de woorden wel met elkaar verbonden. (In ‘Tijd en mens’ 7 stonden de woorden ruïne en muziek in de titel boven het gedicht los van elkaar.) In het colofon staat dat het omslagontwerp door José Walraff ontworpen is, wie de typografie dan gedaan heeft, wordt niet vermeld.

Meerbergen maakte voor dit boek tekeningen. Omdat onder de tekeningen de titel van het nevenstaande gedicht gedrukt is, mogen we veronderstellen dat tekeningen en gedichten dezelfde titel hebben en dat de tekeningen speciaal voor deze uitgave gemaakt zijn.  Er zijn er 8.

Attb7e06

 

De eerste tekening, ‘Art poétique’, bestaat uit 3 dierenkoppen, we veronderstellen hunkerende vogelkopjes, die met spiegelbeeld zijn opgenomen. Meerbergen heeft eerst de lijnen getrokken en daarna door arceringen volume willen aanbrengen. Dit is geen gelaagdheid: de prent blijft vlak. Er is geen vloeiende lijn getrokken, de lijnen corrigeren elkaar. Meerbergen heeft hier etstechnieken toegepast.

Er is geen directe overeenkomst met het gedicht van Van de Kerckhove: de tekening is niet louter illustratie maar een ‘zelfstandig’ beeld. Tenzij men de vogels interpreteert als angstig, afwachtend. De woorden in het gedicht doen denken aan het surrealisme zoals Meerbergen het beschreven heeft: doods, verlaten, chaos, vernieling. Het tweede deel van het gedicht gaat nog explicieter over de poëzie: de volledige vrijheid, geboren uit de opstand. Vrijheid betekent dat poëzie ook los staat van ‘godsdiensten moraal gemeenschap gewoonten / overleveringen [. ..]’. Dit vernieuwen is geen academisme maar een bruutheid, een ruwheid: ‘het eeuwig rhythme van een algemene / menselijkheid klinkt ruw en wellicht / cultuurloos uit een louter geestelijk / ademhalen’. In deze zin is de tekening verwant: weinig techniek, het worstelen zichtbaar, een eenvoudig thema, niet gesofistikeerd.

Advertenties