lucebert te boek (3)

door johan_velter

Wat Ton den Boon schrijft in ‘Zolang de lijm niet loslaat: invloeden van Lucebert op de Nederlandse taalschat’ De Weideblik, 2012) is meer dan verrassend. Het boek opent de ogen en toont hoe vitaal de poëzie van Lucebert was en hoe de taal veel kan opnemen. Wie soms vertwijfeld is over de invloed van literatuur op de taal en dus de maatschappij, kan met dit boek een omgekeerde dansbeweging maken. Den Boon toont aan hoe Lucebert in het begin van zijn carrière de taal wil doen ontploffen. Hij wil haar ontdoen van moralisme, sentimentalisme, goorheid. Lucebert doet dit vanuit een romantische traditie: vanuit de kunst de wereld bevruchten. Een ziener moet de maatschappij beheersen. De paradox is dat zijn ‘vernietiging’ de taal zal verrijken. Het is jammer dat er geen parallel gelegd werd met het beeldend werk want daar zien we een gelijkaardige evolutie. De mens als beeld wordt vernietigd omdat de mens de mens zelf vernietigt: Lucebert is de “anti-humanistische” schilder, bovendien door en door pessimistisch over het goede in de mens. De vervorming is een aanklacht, een moreel verzet tegen de macht, de corruptie, het elkaar de duvel aandoen (en dus helemaal geen intuïtief, inhoudsloos opborrelen van beeldekens zoals men ons altijd wil doen geloven). Maar ditzelfde idioom zal Lucebert later aanwenden om een “super-humanisme” te belijden. De affiches, de tekeningen die hij maakt voor o.a. Poetry International zijn zowel een aanklacht als een hoop, een zekerheid dat het goede moet/zal overwinnen. De auteurs van het recente drieluik hebben dit spoor helaas niet gevolgd en bleven daardoor aan de oppervlakte hangen.

Ton den Boon hanteert een aangename, niet hoogdravende stijl. Hij is didactisch, toon en werkwijze zullen ons iets leren. Hij blijft bij de feiten, hij zal geen ‘diepe’ inzichten leveren. Wel zien we hoe Lucebert op een merkwaardige wijze de taal verrijkt heeft. Het is een hoopvol inzicht nu eens gedemonstreerd te zien dat ook de hoge cultuur woorden kan doen ontstaan, uitdrukkingen gemeengoed kan doen worden.

Het boek wordt ontsierd door drukfouten. ‘De analphanetische naam’ is geen titel van een reeks gedichten, wel ‘de analphabetische naam’. Een verdere keur: ‘een belangrijke rol in speelt in Luceberts poëzie’; ‘met nieuw oren te laten horen’;  ‘deze krachtige poëtisch middelen’; ‘gefixceerde betekenis’; ‘in de figuurlijke betekenis ‘oorsprong’ gebruikt’;  ‘eenvouds verlicht waters’; ‘de ruimte van het volledige [Lucebert schrijft ‘volledig’] leven’; ‘dat de schoonheid haar gezicht verbrand had, dat ze vals speelden [sic] en van geen belang meer was’; de corporaties worden stelselmatig verkeerd geschreven (het is niet ‘de Telegraaf’ maar ‘De Telegraaf’).

Ook de titels van de dichtbundels van Lucebert zijn hier een zootje. Lucebert schrijft zo veel mogelijk in onderkast, hoofdletters weert hij. Er kan over gediscussieerd worden of men in teksten over deze bundels de volledige typografie moet overnemen of om het de lezer gemakkelijk te maken het eerste woord in hoofdletter mag zetten. Maar Lucebert heeft niet ‘De Moerasruiter uit het paradijs geschreven’. De uitgave van 1982 volgt consequent Lucebert: omslag, Franse titel en titel zijn in onderkast gezet. Meer nog: in dit hele boek komt geen enkele hoofdletter voor: toen typografen nog schrijvers begrepen.

Ook typografisch zijn er nogal wat fouten: de aanhalingstekens komen van verschillende fonts (p. 21), dan staan hoofdletters (uit corporaties) plots cursief en zijn ze een kleiner font dan de onderkast, soms worden aanhalingstekens vergeten en het kan ook aan het oog van de lezer liggen maar het gebruikte lettertype (Proforma Book) is niet aangenaam om lezen. Is de interlinie te groot, de letter te smal? Het is de combinatie.

Laat dit alles geen bezwaar zijn: het boek van Ton den Boon is van het drieluik het beste, niet alleen door de stijl maar ook omdat er hier nieuwe kennis is opgedaan.

Advertenties