lucretius en shakespeare

door johan_velter

Lucretius is de filosoof van het volle. Het niets is niet. Er is geen schepping geweest, geen creatie vanuit het niets. De wereld is.

King Lear heeft zijn dochters bij zich geroepen. Hij is oud en moe, wil zijn land verdelen. Hij is een egocentrische gek. Hij verdeelt niet op basis van redelijkheid of intelligentie maar op basis van de gevoelens die zijn dochters hem moeten uiten. Cordelia doet niet mee aan dit opbod. ‘The tragedy of King Lear’ van William Shakespeare is daarom ook een simpel sprookje. Natuurlijk zal het goede overwinnen: de bescheidenheid, de schoonheid, de liefde. Na loutering de vreugde. Dan wordt het verhaal toch weer een tragedie: het zien (inzicht), de redding, het tonen van kinderliefde, het herstel van de natuurlijke orde, dit alles heeft geen zin. Alle protagonisten sterven: de dood is het einde. Kennis is niet de redding.

Cordelia heeft haar vader niets te zeggen. Eerder in het stuk had ze geponeerd dat niet de uitgesproken woorden maar de gevoelens het belangrijkste zijn. Braaf meisje.

‘Nothing’, antwoordt ze op de vraag van Lear wat ze hem te bieden heeft. ‘Nothing?’, vraagt hij. ‘Nothing’, antwoordt ze hem.

‘Nothing will come of nothing, speak again.’, concludeert King Lear. Dit is een rechtstreekse verwijzing naar Lucretius, wiens werk gekend moest zijn. Hijzelf, een echo van Parmenides en Epikuros. (In de ‘New Cambridge Shakespeare’ wordt deze verwijzing naar de Griekse filosofie door Jay L. Halio niet geduid.)

Wilde Shakespeare een inhoudelijke verwijzing leggen naar het ongeloof, het verzet tegen de maatschappelijke druk? Het valt te betwijfelen. Bij Shakespeare ervaren we dikwijls een wilde intelligentie. Een roofdier dat pikt en neemt zonder de behoefte te hebben alle elementen in een consistent geheel samen te brengen. Eenzelfde superieure intelligentie had Hugo Claus: alles kon gebruikt worden, elk element was een stapsteen. Maar ook bij hem was er niet de behoefte om een systeemdenker te zijn, om een ‘politiek systeem’ te poneren. Deze werkwijze maakt het werk zo ambivalent en interessant. Er is geen eenduidigheid, geen functionaliteit. De opgenomen elementen zijn een vorm van volkskunst, assemblage: wat gebruikt kan worden, wordt gebruikt. Ratjetoe. Hutsepot.

Zo is ‘King Lear’ zowel de tragedie van het gevoel als van het verstand. Shakespeare beschrijft zowel het noodlot als de mens die in staat is het lot opnieuw te beginnen. Staat Lucretius aan de ene zijde van het menselijk continuüm met zijn rustige en bedaarde helderheid en zekerheid, dan staat Shakespeare aan het andere einde met zijn chaotische, verwarrende, dierlijke visie op de mens en de kosmos. Waar de een orde ziet, ervaart de ander de chaos. Bij Shakespeare wordt de logica bizar, er is een voor-wetenschappelijk denken aanwezig zoals die ook nu nog bestaat in allerlei vormen (van esoterie tot metabletica). In het werk van Shakespeare is de heterodoxie werkzaam: de wreedheid van de goden, leidt tot de conclusie dat ze niet gediend moeten worden, dat er geen god is.

Shakespeare neemt geen stelling in: al wat mogelijk is, laat hij toe, geeft hij een stem. Chaos en ordeloosheid.

Wie helderheid wil, verliest de duisternis. De dichter schreef over de dichtersvriend: ‘Klaarte vond hij bedrog, en terecht, […]’

Advertenties