lucretius in florence

door johan_velter

Alison Brown verwijst in zijn inleiding tot ‘The return of Lucretius to Renaissance Florence’ (Harvard University Press, 2010) naar de stelling van Lucien Febvre (in ‘Le problème de l’incroyance au XVIe siècle: la religion de Rabelais’, Albin Michel, 1942). Deze laatste schreef dat er binnen de Europese geschiedenis geen ruimte was voor ongeloof, dat iedereen hoe dan ook christelijk was. Het atheïsme was onmogelijk.

Nu en dan wordt die stelling (licht) doorprikt en wordt de suggestie steeds tastbaarder gemaakt: er was wel degelijk ongeloof, de geschiedenis heeft veel verdoezeld en weggelaten. Soms wordt de stelling afgezwakt naar heterodoxie tegenover orthodoxie.

Hier werd al eerder over het boek ‘Unglaube im Zeitalter des Glaubens’ van Peter Dinzelbacher gesproken. Hij maakte aannemelijk dat er vormen van atheïsme in de Middeleeuwen voorkwamen.

Alison Brown werpt de vraagstelling wel op maar geeft helaas geen antwoord. Hij beschrijft in zijn boek de ‘ontdekking’ van Lucretius en de al dan niet zichtbare invloed van zijn werk op Marsilio Ficino, Bartolomeo Scala, Marcello Adriani en Niccolo Macchiavelli. Omdat velen verbonden waren aan de Katholieke Kerk gebeurden de verwijzingen dikwijls onderhuids. Niet rechtstreeks werd Lucretius geciteerd maar omdat er manuscripten circuleerden (en niet zo weinig ook) konden de lezers en toehoorders begrijpen wat bedoeld werd.

Dit is problematisch. Net zoals Jonathan Israel Spinoza te pas en te onpas als inspiratiebron voor filosofen in de achttiende eeuw benoemde, moet ook Brown dit doen. Hij maakt aannemelijk maar kan niet bewijzen. Deze laatste heeft echter een voordeel: het werk van Lucretius is ondubbelzinig atheïstisch; over Spinoza wordt nog steeds gediscussieerd of natuur aan God gelijk is of God aan natuur. Bij de Romein is er geen ambivalentie mogelijk – en in die zin is hij ‘radicaler’ (in de betekenis van Jonathan Israel) dan Spinoza.

En dan neem je ‘De rerum natura’ weer in handen en besef je hoe twintig eeuwen Europese geschiedenis twintig eeuwen van neergang geweest zijn. Bij Lucretius zie je hoe wetenschap en poëzie samengaan, hoe materialisme en waarheid een koppel zijn. Voor je geestesoog zie je de brandstapels, de schilderijen, de boeken, de mensen. Wat als het anders geweest was, als niet het christendom dominant geweest was maar de Grieks-Romeinse kennis? Voor je geestesoog zie je de brandstapels, de schilderijen, de boeken, de mensen.

Advertisements