seneca, standbeeld

door johan_velter

Hugo Claus blijft bij zijn bewerkingen van Seneca’s theater trouw aan de Romein, maar laat zich niet overweldigen. Durs Grünbein is eveneens trouw maar Seneca beschouwt hij als zijn (leer)meester.

An Seneca. Postskriptum’ verscheen in 2004 bij Suhrkamp. De band bevatte ook de vertaling van ‘De brevitate vitae’ (Over de kortheid van het leven) door Seneca. In 2002 verscheen bij Insel Verlag de vertaling van ‘Thyestes’ door Grünbein, met een aantal ‘Seneca-Studien’, gedichten. Enkele hiervan waren eerder verschenen in de bundel ‘Erklärte Nacht’ (2002). In de theaterbrochure bij ‘Thyestes’ van Hugo Claus, Schauspiel Staatstheater Stuttgart (2001), was zijn tekst ‘Fleischtheke, Freischekel’ opgenomen.

In 2006 verscheen bij Suhrkamp in Duitse vertaling ‘Warum Denken traurig macht’ van George Steiner. Het nawoord werd door Grünbein geschreven. Eind 2011 verscheen van Steiner ‘The poetry of thought’ (New Directions). Het boek werd opgedragen aan Durs Grünbein, ‘Poet & Cartesian’. Welzeker zal Grünbein de Nobelprijs krijgen.

Voor de Duitse dichter blijft Seneca de stoïcijnse leermeester. Hij wil zijn gedachtegoed in praktijk brengen en zoals hij deze tijd schetst, is daar alle reden toe. Grünbein is de a-metafysische dichter en daarmee staat hij zowel dicht bij de Romeinen als bij de 21ste eeuw die nog niet begonnen is. Dikwijls is hij sarcastisch. Hij schroomt niet om hedendaagse (lege) begrippen in zijn poëzie onder te brengen. Het lange gedicht ‘An Seneca’ bestaat uit 4 delen. In elk deel spreekt Grünbein Seneca aan. Eerst schetst hij diens ideeën, daarna spreekt hij over het heden. De dichter wil nagaan wat de erfenis van Seneca is. Voor de dichter zelf (In de laatste regels schrijft Grünbein: ‘Ik ben, Seneca, de lezer voor wie jij geschreven hebt.’), voor de huidige tijd.

‘Du hattest Recht. Das kurze Leben ruft uns zu: bleib hart, / Eh die Affekte dich versklaven.’ Grünbein schrijft dit in een tijd die door emoties overmand wordt; waar het rationele denken geen kans meer maakt, waar de analyse weggeschoven wordt. Leef in het nu, zegt Grünbein Seneca na, leef dit moment en laat de toekomst vallen. En zie, ook dit is de huidige tijd. Er is een generatie aan de macht die niet verder kijkt dan de eigen portefeuille. Wat sarkastisch schrijft Grunbein: ‘Das sagt sich leicht. Das einfache, das unbedarfte Glück. / Was ist aus ihm geworden heute?’ En hij antwoordt: mensen hangen in de staat, men zit gevangen in deeltijdse jobs, men is afhankelijk van de bankrekening, de auto, de hobby, de vrije tijd. Alles is een gesel geworden. En wie dit niet aankan, werpt zich voor de trein. Stress is zelfbedrog, verwant aan verveling. Het gelukkige leven, is het zorgenvrije leven en juist dat is niet gerealiseerd. We hebben ons omringd met dingen waarover we ongerust moeten zijn, we hebben geen zekerheid meer en we hebben onszelf wijsgemaakt dat juist die dingen ons geluk uitmaken. Dan brengt Grünbein de taak van de dichter binnen in zijn dialoog met Seneca: ‘Wir sind Zerrissene — ein Teil bleibt immer unbelehrt. / Heisst Denken das: den eignen blinden Fleck umkreisen?’ Is de mens ook niet een sociaal wezen en is het juist niet goed om zich uit de maatschappij terug te trekken? Het is gemakkelijk te zeggen dat enkel de dood telt, wij willen leven. Maar hoe? Grünbein roept vragen op, beantwoordt nauwelijks enkele. We begrijpen zijn sarcasme en daarmee moeten we het doen.

En Seneca? Wat is van hem overgebleven? Voor Grünbein blijft hij een raadsel. Veel gezichten heeft hij, maar geen enkele is dominant. ‘So viele Senecas in einem. Wer du wirklich bist, / Sagt keine Büste. Kein Curriculum erfasst dich ganz. / […] Wer sich das leisten kann? Nur er, der wirklich Wichtige.’

 

http://wn.com/Poetry_Reading_by_Durs_Gr%C3%BCnbein
Michael Hofmann, de vertaler van Grünbein leest eerst, daarna Durs Grünbein zelf.

Advertenties