wat details rond wapenbroeders van louis paul boon (3)

door johan_velter

In haar boekje ‘Gelijk een kuip mortel die van een stelling valt’ (Houtekiet, 1992), schrijft Annie van den Oever in noot 15 ‘Van Boon is bekend dat hij er zeer aan hechtte dat bepaalde passages in de roman cursief zouden worden weergegeven.’ Ze schrijft dit om het cursief in haar citaten te rechtvaardigen. Deze noot bevat echter geen bronvermelding. Het ‘bekend zijn’ is dus niet een zaak voor iedereen. En over welke roman het gaat, spreekt ze zich niet uit.

Misschien heeft Van den Oever de brief van Louis Paul Boon aan de heer Kooijman van De Arbeiderspers in gedachten gehad. In deze brief van vermoedelijk 12 juli 1950 gaat het over ‘De Kapellekensbaan’. Boon wil het contract met de uitgever verfijnen en in artikel 5 stelt hij: ‘de schrijver staat erop dat het boek in twee verschillende lettertype’s wordt gedrukt, dit om de geest van het boek nog meer tot uiting te brengen.’ (boonboek, 1972, p. 114).

Boon heeft gelijk: de typografie bepaalt zo dat het om twee boeken gaat (boeken die Boon overigens ook daadwerkelijk gedacht heeft apart te doen verschijnen): het cursief gedeelte is het Ondine-verhaal. Standaard de hedendaagse beslommeringen, overdenkingen, enz. Boon was echter niet helemaal consequent. Hij had ook kunnen vragen om de Reinaert-verhalen in een ander lettertype te zetten. Dan had hij drie verschillende boeken in 1 boek. Men kan zeggen: het is geschreven door Johan Janssens en daarom speelt het in de huidige tijd. Maar dat zou dan even goed van het Ondine-verhaal gezegd kunnen worden.

Boon had een bedoeling met het Reinaert-verhaal: de mens is slecht geweest en het blijft duren. Dat is echter de oppervlakkige lezing. Ik denk dat Boon geen historisch inzicht wilde geven maar een uitweg uit de geschiedenis: het individu moet uit de moraal durven te stappen. Ondineke heeft dit geprobeerd door zich te onderwerpen; Boon en zijn vrienden doen het op de intellectualistische manier en het lukt hen niet (al dat papier) enig weerwerk te leveren. Daarentegen is het Reinaert wel gelukt: hij houdt enkel rekening met zichzelf. Niet alleen volgt Boon hier De Sade, maar ook Max Stirner. Dat is zijn afstand met het communisme: de maatschappijloosheid.

Het reservaat. (Onze droom: het huis verbunkeren.)

Maar als Boon een verschillend lettertype gevraagd heeft, dan heeft de uitgever hem dat niet gegeven: er is enkel een onderscheid tussen cursief en Romein. Had men Boon gevolgd dan was de roman ook typografisch verrassender geweest dan nu.

Boon schrijft eigennamen consequent zonder hoofdletters. Zou dit onder invloed van de jonge Duitse naoorlogse schrijvers gebeurd kunnen zijn? Expressionisten (of moet ik schrijven ‘dexpressionisten’?), dadaïsten schreven ook zonder hoofdletters. Maar als ik de vertaling van Jan H. Mysjkin erbij neem dan schreef bijvoorbeeld Richard Huelsenbeck Beethoven ook nog met een hoofdletter (‘Een avond in Cabaret Voltaire’, Vantilt, 2003). Er is typografisch een verkleining als je een familienaam zonder hoofdletter schrijft: Boon wordt boon wordt boontje. (Ook iemand als Roland Jooris schrijft zijn naam consequent zonder hoofdletters, in zijn bundels gebeurt dit dan weer niet. In onderkast schrijven was een daad van verzet: tegen de hi?rarchie, tegen de grote woorden, tegen de schijn.)

Het is logisch dat je de citaten letterlijk overneemt en dus geen hoofdletter schrijft als er geen staat, of cursief gebruikt wanneer de tekst cursief staat. De opmerking van Van den Oever is daarom nogal vreemd. Maar wat doe je als je over een roman van Boon schrijft? Moet je dan ook ‘ondineke’ schrijven, of ‘reinaert’?

Als Boon zoveel belang hechtte aan het juiste gebruik van het cursief, dan heeft hij in ‘Wapenbroeders’ toch niet goed opgelet. (En we vergeten het, maar vergeet het niet: de jaren vijftig hadden geen computers, de mechanische typemachines hadden geen cursieve letter en vooral: typen was labeur – die prachtige Olivetti’s kwamen pas later.)

Advertisements