uit de schaduw: twintig jaar nederlands genootschap van bibliofielen

door johan_velter

Uit_de_schaduw

Waarlijk, ‘Uit de schaduw: twintig jaar Nederlands Genootschap van Bibliofielen’ (De Buitenkant, 2010) is een genot voor het oog. De omslag is een juweel van stoffelijkheid, de figuur, de abstracte vorm, mysterieus, de kleuren overdadig en luxueus. De schutbladen een wondermooie inventiviteit van Hansje van Halem. De band van Binderij Van Waarden uit Zaandam rust zwaar en goed in de hand. Wanneer ze zich opent, doet ze dit breed en uitnodigend. De bladspiegel is verdeeld in vier folio’s. Men ziet het systeem maar leesvriendelijk is het niet. Er is overvloedig illustratiemateriaal.

De inhoud van het boek is een lust voor het hoofd. Lisa Kuitert beschreef in ‘Het ideale boek’ (Vantilt, 2010) verzamelaars als een stelletje wereldvreemde, kwijlende, vieze mannen. Ook dit boek is een ontkenning van haar dwaze, intellectuele luiheid en een bevestiging dat ze geen enkele moeite genomen heeft om onderzoek te doen. Als straf zou ze dit boek vier maal moeten overschrijven (— ‘Waarom vier maal?’ — ‘Drie maal is te weinig.’) Woorden als passie, verslingerd aan … zijn hier niet aan de orde. Het gaat om kennis en cultuur. We zien geïllustreerd hoe verzamelaars aan de basis kunnen liggen van nieuwe kennisgebieden. Sommige stukken in dit boek kunnen gelden als een introductie tot een wetenschappelijke discipline.

De verzamelaars, allen leden van het besloten genootschap, worden geportretteerd op een onnozele manier. Men kan zich afvragen hoe en waarom volwassenen zich zo belachelijk willen maken. De portretten zijn kleine ‘pasfoto’s’. De fotograaf vroeg de verzamelaars een boek op of tegen het hoofd te houden. Dwaze, overbodige drang naar originaliteit.

Maar wat de verzamelaars over hun boeken en/of collectie weten te vertellen, is van een verbazingwekkende eruditie en liefde. Niet alleen of zozeer voor het boek maar nog veel meer voor de inhoud ervan. De boeken staan voor een cultuur, een houding, een denkwijze. Ze zijn een richtsnoer. Telkens weer blijkt dat de verzamelaars niet (alleen) verzamelen omwille van het bezit, de waarde maar vooral om de kennis, de inhoud, de ideologie. Men wil weten, men wil feiten verzamelen om inzicht te krijgen.

Een voorbeeld van een doordacht, ernstig collectiebeleid is de verzameling van Wolbert Vroom. Zijn onderwerp is het architectuurboek tussen 1485 en 1750. Deze collectie vormt voor hem een inspiratiebron én een norm voor zijn huidige architecturale praktijk. Een ander voorbeeld is de bekende musicus Ton Koopman. In de begeleidende tekst geeft hij zijn streven weer: ‘Van meet af aan stond het voor mij vast dat ik concerten en opnames wilde onderbouwen door middel van wetenschappelijk onderzoek.’ Dit onderzoek heeft hij met boeken zelf opgebouwd. Hij heeft zelf een studiebibliotheek samengesteld en de wetenschappelijke boekenverzameling ligt aldus aan de basis van veel muzikale kennis en genot voor de luisteraar.

De beschrijvingen van de boeken is gewetensvol en consciëntieus gebeurd waardoor ook deze een bron van kennis geworden zijn.

Het genootschap vroeg de leden de motivatie voor hun verzamelen. Dit vormde de basisindeling van het boek. De meesten antwoordden ‘esthetisch genot’ en ‘het boek als object’ en hun begeleidende teksten ontkennen dit want over de schoonheid van de boeken wordt nauwelijks iets gezegd. Het is dus minstens een combinatie van verschillende factoren die aan de oorsprong van de collecties ligt. Maar daardoor heeft het voorliggend boek een onevenwichtige structuur gekregen. De motieven ‘gereedschap’, ‘levensbeschouwing’, ‘nostalgie’ en ‘hoeders van het verleden’ (die elk een apart hoofdstuk vormen) zijn veel minder ingevuld. En lijken aldus een aanhangsel te zijn. Het concept van het boek leek misschien aantrekkelijk te zijn, in de praktijk heeft dit niet gewerkt. Wie een boek wil uitgeven, moet het heft in eigen handen nemen. Het boek moet geordend worden door een redacteur. Omdat elk motief een eigen randkleur mee kreeg die ook op de snede van het boek te zien is, is er een disproportie ontstaan waardoor het boek als structurerend object minder geslaagd is.

Dit is niet het eerste boek dat het genootschap uitgeeft. We kennen uiteraard hun jaarboeken waarvan de inhoud het helaas dikwijls moet afleggen tegen de uiterlijke schoonheid van de boeken. Ook bij eerdere jubilea gaf het genootschap een gedenkboek uit. De gedenkboeken naast elkaar leggen toont de ongelooflijke technische vooruitgang van het drukken in de laatste decennia. Waar vroeger een combinatie van zwart-wit- en kleurfoto’s een luxe was, is dit nu niet langer meer het geval. Kleuren zijn overdadig aanwezig. De scherpte en de schoonheid van letters komen volledig tot hun recht. De haast technische volmaaktheid van het voorliggende boek blijft verbazen.

Hoe jammer is het dan ook dat het correctiewerk aan dit boek zo slecht gebeurd is. Nochtans blijkt volgens het colofon dat Liesbeth Bloemsaat-Voerknecht en Corinna van Schendel met tweeën waren om de klus te klaren. Ik geef slechts voorbeelden.

De teksten zijn niet geredigeerd. Pagina 76: ‘[…] uit de Romaanse tijd te aan te kopen […]’. Pagina 77: ‘[…] aan het einde van dertiende eeuw […]’. Alle verbindingen met de woorden verzameling, collectie, orde, enzovoort zijn verkeerd gespeld. Het is niet ‘Vestdijk verzameling’ maar wel ‘Vestdijkverzameling’ (of ‘Vestdijk-verzameling’). Op verschillende plaatsen wordt een getal verbonden met het achtervoegsel –tal waar het onnodig, ongepast en onjuist is. Wat moet ik me voorstellen bij ‘kregen we een tweetal kinderen’? Er zijn kromme zinnen: ‘Wel is het zo dat een groot deel van mijn vrije tijd als vanzelfsprekend hieraan wordt besteed, samen met mijn echtgenote.’ Anoniemen schrijven we toch met een hoofdletter, dus niet ‘de meester van de gouden ranken’. Op p. 291 blijkt een illustrator vertaald te worden. Er zijn slordigheden in titelgegevens. De ene keer spreekt men van ‘Graduale von Katharinenthal’, de andere keer van ‘Graduale von Sankt Katharinenthal’ of ‘Das Graduale von Sankt Katharinenthal’, de ene keer is het ‘Les tres riches heures del Duca di Berry’, de andere keer is het ‘Le très riches heures del Duca di Berry’. Er zijn stukken uit de teksten verdwenen: ‘Op 1 januari is het antiquariaat, inmiddels geheten, verkocht.’ (p. 328). Woorden worden verkeerd gesplitst ‘Afghani-stan’ (p. 341). Slordigheden als: p. 41: Japanes, moet zijn Japanees, p. 92: ‘mij slaapkamer’, p. 320: ‘same7n’, …

Op bladzijde 366 en 372 staat een verkeerde hoofdstuktitel.

Advertenties