asger jorn

door johan_velter

Asger_jorn

Onlangs was in het Roger Raveelmuseum de tentoonstelling ‘Albisola’ te zien. De mooiste werken die er te zien waren, waren die van Asger Jorn. Klein werk maar van een steeds weer verrassende frisheid. Wat een kunstenaar! In deze contreien bijna veronachtzaamd maar een man die een indrukwekkende carrière heeft uitgebouwd. Nochtans is hij niet zo oud geworden. Zijn tijdsgewricht was de gruwelijke 20ste eeuw: twee wereldoorlogen, honger, kolonialisme, de consumptiemaatschappij die zich aandiende. Jorn was iemand die een begrip als ‘dialectisch materialisme’ kon hanteren: zijn denken was tegelijkertijd doordrongen van een religieus gevoel en van een noodzaak tot artistieke omwenteling. Wie het plastisch werk van Jorn bekijkt, zijn teksten leest wordt doordrongen van het leven, het bruisen, het kolken. Kunst die levend is en levend maakt. (Ach, voor zovelen is de kunst dood en slechts een product. Maar niet de kunst is dood, het zijn de mensen die dood zijn.)

Jorn was een situationist en hoe onzinnig het situationisme soms ook was — nog altijd waardevoller dan onze angsten.

In de winter van 1946-1947 schreef hij aan Blomberg: ‘Ik ben een schilder, een kunstenaar en ik haat schrijven en denken. Maar wat ik nog meer haat is het verwarde denken over cultuur dat iedereen raakt, ook mezelf.’ Met ‘raken’ bedoelde Jorn ‘infecteren’. Dit is vandaag de dag nog erger geworden: de taal is de taal van de verdrukking geworden. Kunstenaars trekken zich terug op hun eiland, ontwerpen een mini-wereld die vooral zichzelf bedient en presenteren dit als bijzonder waardevol. Men bazelt omdat de bron ontbreekt, de middelen vervluchtigd zijn, het doel slechts behagen is. (En de kritiek? Die is slechts zogezegd: onmachtige, amechtige geesten.)

Jorn was radicaal, of beter gezegd, verstandig. Hij vluchtte niet voor de tegenstellingen. Integendeel, daaruit kon vruchtbare vulkaangrond ontstaan. ‘De apollonische en dionysische principes’, schreef hij, ‘kunnen nooit samengaan, ze moeten tegen elkaar in werken.’

In 1972 organiseerde Lens Fine Art in Antwerpen een tentoonstelling met werk van Asger Jorn. Hugues C. Pernath schreef in de catalogus een gedicht voor Jorn, ‘In het geweld van dit gevoel, gelovend’ (Het werd later opgenomen in het ‘Verzameld werk’). (Het gedicht is voor Jorn maar het gaat natuurlijk over Pernath.) De laatste regels luiden: ‘Radeloos als vreemde sterrenbeelden overleven wij / Als scheppers van nieuwe mythen waarin wij alleen geloven.’

(Foto: Asger Jorn, Zonder titel, resp. 1951 en 1952, Museum Jorn, Silkeborg)

Advertenties