loos

door johan_velter

Deze keer heeft ze tenminste het fatsoen om teksten van filosofen en schrijvers niet te misbruiken voor haar ‘eigen kraam’. In Museum M(iddelmaat) te Leuven had ze eerder een tentoonstelling met witte ‘boeken’ en draden
( https://sfcdt.wordpress.com/2010/05/02/wit-6-ruth-loos/ ).

Wat zien we deze keer? De Nottebohmzaal in de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience in Antwerpen. De zaal is verduisterd. In de middengang liggen er op de grond rode boeken verbonden met rode linten. Fantastisch werk! Er is zelfs evolutie tegenover de tentoonstelling in het Museum M in 2010. Nu zijn het rode boeken! Daar waren het witte boeken! De ‘kunstenares’ zorgt voor haar toekomst. Binnenkort een tentoonstelling met groene boeken, daarna blauwe, gele, roze en dwaze boeken. En dit wordt steeds gecombineerd met een bijpassende kleur voor de draden. Loos zou werk in de confectiesector moeten zoeken.

De boeken liggen op de grond. De kijker wandelt door de aal. In het midden staat er een scherm (afgeschermd). Daarvoor twee boeken. Links van Stéphane Mallarmé ‘Un coup de dés jamais n’abolira le hasard’ en rechts het boek van Marcel Broodthaers waar de kunstenaar alle woorden heeft verborgen. Het scherm toont via een stip hoe de lezer het gedicht leest. De begeleidende tekst bij de tentoonstelling maakt ons niet veel wijzer. Is dit nu een wetenschappelijke conclusie of een artistieke verbeelding? Is dit het project van 1 lezer of van vele lezers? Zijn er patronen te zien? Is het leesgedrag individueel of cultureel bepaald? En wat weten we als we weten hoe het oog zich beweegt? (Wat doet het er ook toe – dit project is louter doctorale lucht.) Ik citeer het blaadje: ‘Het gedicht [van Mallarmé] is een intrigerend voorbeeld van a-lineair schrijven, van typografisch spel met wit en ruimte en van verweving van verschillende leeslijnen en leesrichtingen. Dat levert een bijzonder beeld of leespatroon op. Het werk dat getoond wordt […] is een animatie die een horizontale en een verticale lezing met elkaar verweeft. De animatie speelt in op de verschillende leeswijzen die het gedicht oproept, en die een bron zijn van meerduidigheid.’ Ha, meerduidigheid! Maar er wordt niet gezegd uit wat die meerduidigheid zoal zou kunnen bestaan. En waarom mogen wij niet weten wat dat ‘bijzonder’ leespatroon of beeld dan wel is? Wat is wetenschap waard als er geen conclusies getrokken kunnen worden? Wat hebben woorden voor zin als ze geen betekenis hebben?

Men zegt dat de drie installaties ‘reflecteren’ over dimensies van het boek. Reflectie is een misbruikt woord. Dit werk kadert immers in een doctoraat (!) in de kunsten, Associatie KUL/FAK en Sint-Lucas Gent. Erasmus zei het al: Leuven is een duistere universiteit. Een doctoraat kadert in kennisverwerving, heeft een wetenschappelijk statuut. En wat lezen we in datzelfde blaadje? Een opsomming van wat er allemaal besproken zal worden in het doctoraat: ‘Over het boek als veelheid / En labyrinten in gradaties / Over het horizontale / […] Lezen en kijken, of beweging / Over warmtekaarten of woordeilanden / […] Met rode draden en a-lineariteiten / Over open systemen en assemblages / […]’ Enzovoort. De wetenschapper/kunstenaar is zoals men ziet ook po?et: alle onderwerpen worden verwoord en onder elkaar geplaatst alsof ze samen een gedicht vormen.

Ruth Loos schrijft verder nog in haar begeleidende tekst: ‘Moeder van het Boek [sic] is een installatie die verwijst naar de verticale eenheid en tegelijk de horizontale veelheid van de Koran. Het boek als ‘een en uniek’ heeft een a-lineaire en intertekstuele dimensie die een bijzondere veelheid herbergt. Het labyrintisch motief in de installatie speelt hierop in.’ De laatste zin is ook al niet juist. De zin die er voor komt, is onzin.

Dit is hét mankement van dit hele project. Het is niet gebaseerd op werkelijkheid. Het is metafysische onzin. Het bazelt.

Ruth_loos_3Ruth_loos_1Ruth_loos_2
Advertenties