patrick modiano – l’horizon – de horizon

door johan_velter


30 maart 2009: ‘La jeunesse, la perte’

Van Patrick Modiano wordt gezegd dat hij altijd hetzelfde boek schrijft, dat zijn stijl (muziek, toon) uit duizenden herkenbaar is. Dat is zo en toch. Ik lees ‘In het café van de verloren jeugd’ (Dans le café de la jeunesse perdue) en ik vind Modiano niet. Ligt het aan mij? Is Modiano veranderd? Of is het de vertaling van Maarten Elzinga? Wat is precies die stijl van Patrick Modiano? Kun je die vatten? Kun je zijn woorden vangen? Een poging.”

Wat maakt de stijl van een schrijver uit? Soms is zoeken via een omweg helderder dan het directe beschrijven. Een vervolg op dat eerste blogbericht en we nemen van Patrick Modiano ‘L’horizon’ (Gallimard, 2010) en ‘De horizon’ (Querido, 2011). Er zijn stemmen die de vertaler als mede-auteur willen opnemen. Ik weet niet of dit zo’n goede zaak is: een vertaler is geen auteur, maar staat ten dienste van auteur en lezer. In het geval van Maarten Elzinga zou ik dit echter kunnen begrijpen. Hij schrijft ook nu zijn eigen boek. Dit is geen vertaling. We zien alweer een zelfde evolutie. Niet de kunstenaars zijn het belangrijkste, wel de conservator/curator. Niet de toneelschijver heeft het decisieve woord, wel de lamlendige regisseur. Niet de leescultuur is belangrijk, wel het vastgoedproject.

En weer de eerste zin. En weer de tweede zin… We geven slechts een selectie. Na pagina 50 ben ik ermee gestopt. Er is te veel slordigheid, te weinig doordachtheid. Een eerste werkvertaling werd hier gepubliceerd als een definitieve, afgewerkte. Noch de auteur, noch de lezer wordt gediend.
In de eerste zin vertaalt Elzinga een andere volgorde –terwijl we weten dat de woordschikking van Modiano veel van zijn stijl bepaalt.’Depuis quelque temps Bosmans pensait à certains épisodes de sa jeunesse, des épisodes sans suite, coupés net, des visages sans noms, des rencontres fugitives.’ (p. 11) wordt ‘Sinds enige tijd dacht Bosmans vaak terug aan bepaalde voorvallen uit zijn jeugd, bepaalde vluchtige ontmoetingen, naamloze gezichten, warrige, abrupt afgebroken episoden.’

Het woord vaak staat hier te veel.

De herhaling speelt bij Modiano een rol. Zowel woorden, als voorvallen moeten zijn levensvisie illustreren: alles komt terug, de mens is voor de tijd een speelbal. Als Modiano het woord ‘scintillements’ herhaalt, zou je dit in vertaling ook mogen verwachten. Elzinga doet dit niet: hij vindt dat hij moet ‘verbeteren’ – naar de oude stijl. ‘Et lui, il r?pertoriait dans son carnet quelques faibles scintillements au fond de cette obscurité. Si faibles, ces scintillements, […].’ (p. 12) wordt : ‘En in zijn boekje inventariseerde Bosmans de paar zwakke flonkeringen op de bodem van die duisternis. Hun schijnsel was zo zwak […].’ (p. 8).

Bij Modiano is de stijl vlak, de gebeurtenissen zijn één stroom, het ene vloeit in het andere voort waarbij de gedachten de gebeurtenissen, de tijdsordening volgen. Er zijn geen plotse voorvallen. In die zin staat dit oeuvre dicht bij dat van Simenon: er is geen heftigheid, wel een observeren aan de zijlijn. De kleine woorden zijn hierbij belangrijk. Op p. 9 schrijft Elzinga: ‘Opeens zag hij het gezicht van Mérovée voor zich.’ Modiano schrijft: ‘Le visage de Mérovée lui apparaissait maintenant.’ (p. 13). Wat bij Modiano op een ‘natuurlijke’ wijze gebeurt, is bij Elzinga een bliksemflits. ‘Opeens’ is een te snel, te flitsend woord, terwijl de stijl van Modiano ‘lazy’, langzaam is. ‘Opeens’ is een breuk in het verhaal, bij Modiano komt het ene uit het andere voort. Het ‘landschap’ bij Modiano is geen gebergte, maar een vlakte.

Elzinga heeft de onhebbelijke gewoonte woorden in verkleinwoorden te vertalen: ‘carnet’ en ‘veste’ (p. 11) worden ‘boekje’ en ‘jasje’ (p. 7), ‘gilet’ (p. 13) wordt ‘giletje’ (p. 9), ‘sur un banc’ (p. 25) wordt ‘op een bankje’ (p. 20), ‘une phrase’ (p. 32) wordt ‘een regeltje’ (p. 27), ‘coiffeur’ (47) ‘een kapperszaakje’ (42), ‘sa veste afghane’ (49) ‘haar schapenleren jasje’ (45), ‘une échelle de bois’ (p. 56) ‘een houten trapje’ (p. 51). Maar ‘le petit plan’ (p. 54) wordt de plattegrond (p. 49).

Hoe eigenaardig het ook mag klinken, Modiano vermeldt van zijn personages steeds de haarkleur. Dat hij alles vaag laat, is een fabeltje. De personages worden getypeerd in hun anders-zijn dan de anderen. Het is dus noodzakelijk om ook in de vertaling de kleuren te behouden. Het personage dat getypeerd wordt als ‘le brun à la tête de bouledogue’ wordt vertaald als ‘de man met de buldogkop’, terwijl Elzinga ‘le blonde’ wel vertaald als ‘de blonde’. Het bruine wordt door Modiano beklemtoond. (Men kan zeggen: een buldog is bruin, dus is het vermelden van de kleur overbodig. Maar een Franse buldog heeft dezelfde kleur als ergens anders…) Dat dit geen detail is, bewijst de passage op pagina 33-34. Het gaat over het koppel dat Bosmans achtervolgt en hem geld aftroggelt. “‘Stel je een man en een vrouw voor van een jaar of vijftig,’ had Bosmans gezegd. ‘Een roodharige vrouw met een harde blik in haar ogen, en een man met zwart haar en het air van een uitgetreden priester. […] de man met het bruine haar hield zich onbeweeglijk op de achtergrond […]” Wie de Nederlandse vertaling leest, kan deze passage niet begrijpen. Er is eerst sprake van een koppel en daarna is er nog een derde, nl. een man met bruin haar. In het Frans staat er echter (p. 38): ‘— Imagine un couple d’une cinquantaine d’années, lui avait dit Bosmans. Une femme aux cheveux rouges et au regard dur, un homme brun, l’air d’un prêtre défroqué.’ Bruin is niet zwart.

Op pagina 29 schrijft Modiano ‘Et Mérovée la dévisageait d’une manière insolente.’ Elzinga verschuift: ‘En Mérovée had hem op een vlegelachtige manier aangestaard.’ Vlegelachtig is hier verkeerd: het is een vrijpostige, insinuerende blik.

Enkelvoud of meervoud is van geen belang. Op pagina 19 schrijft Modiano: ‘Le plus souvent, c’était une rue, une station de métro, un café[…]. Elzinga : ‘Meestal, waren het straten, een metrostation of een café […].’

Elzinga gebruikt een ander taalregister dan Modiano en hij breekt diens ritme. Het woord ontwaarde is in de volgende passage te plechtig. ‘Achter in het vertrek, aan de andere kant van een soort receptiebalie met een glazen scheidingswand, ontwaarde hij Margaret Le Coz. Ze zat er achter een bureau, net als enkele andere personen.’ (p. 16). Modiano: ‘Au fond de la pièce, de l’autre côté d’une sorte de comptoir surmonté d’un vitrage, Margaret Le Coz était assise à l’un des bureaux, comme d’autres personnes autour d’elle.’ (p. 21) Het ‘ontwaarde hij’ is een uitvindsel van Elzinga.

Elzinga maakt de sfeer nodeloos luguber. Op p. 36 is het ‘Le silence autour d’eux.’ Maar in het Nederlands is het ‘Rondom doodse stilte.’ (p. 31)

De vertaler vindt dat Modiano de stad Paris niet kent en verbetert hem. Op p. 21 spreekt Modiano van ‘Notre-Dame-des-Victoires’, Elzinga van ‘Notre-Dame-des-Victimes’ (p. 17). Ook in tijdsaanduiding weet de vertaler het beter : ‘deux semaines’ (p. 26) wordt op pagina 21 ‘drie weken’. En de tijdsaanduiding maakt de vertaler ook langer. ‘Demain soir, monsieur’, schrijft Modiano op p. 30. Elzinga ‘verduidelijkt’: ‘Morgen aan het eind van de middag, meneer.’ (p. 26)

Kleine woorden zijn belangrijk. ‘Alors’ kan in het Frans voor van alles gebruikt worden, maar om dat in het Nederlands te vertalen als ‘Aha’ is al te Adhemar-achtig (p. 23 en 19).

De gevoelswaarde van woorden is belangrijk. Modiano schrijft ‘sérénité’ (p. 23) en Elzinga vertaalt dit door ‘gelatenheid’ (p. 19). Gelatenheid heeft echter een veel te negatieve connotatie om Margaret Le Coz te typeren. De woorden die er rond staan rechtvaardigen dit ook niet: ‘cette manière paisible et lente de marcher’, ‘cette apparente sérénité qui contrastait avec le sparadrap (pleister) …’

Elzinga maakt simpele zinnen nodeloos ingewikkeld en onelegant: ‘Een week of twee later stond hij om zeven uur ’s avonds voor haar kantoor te wachten op Margaret Le Coz.’. In het Frans was dit nochtans simpelweg : ‘Une quinzaine de jours plus tard, il attendait Margaret le Coz sur le trottoir, à sept heures du soir.’

Bij Modiano zijn de zinnen korter. Soms lijken ze alleen maar korter omdat hij in zijn zinnen een ander ritme gebruikt dan Elzinga. Modiano heeft een eigen stijl maar Elzinga maakt er een standaard Nederlands van. Bloedeloos, karakterloos, gepolijst, vertalersnederlands. Omdat de zinnen van Modiano korter zijn, lijken ze ook meditatiever, nostalgischer, avondlijker. In het Nederlands wordt er enkel een verhaal verteld en de Parijse mist is weg vertaald. ‘Un samedi soir, ils sortaient d’un cinema à Auteuil.’ (p. 37). Deze zin heeft drie delen: een rust na ‘soir’ en na ‘sortaient’. Elzinga maakt er een flauw begin van een vertelsel van: ‘Het was op een zaterdagavond in Auteuil.’ (p. 32) Door het ritme zijn er in het werk van Modiano veel stiltes (die niet uitgeschreven zijn). In het Nederlands is dit allemaal verdwenen en het is één langgerekt verhaal. De ademhaling is die van het Nederlandse toetsenbord, niet die van een Franse schrijver.

Als het te ongewoon is, laat Elzinga het weg. Op p. 55 schrijft Modiano: ‘Les feuillages des arbres formaient une voîte au-dessus du trottoir qu’ils suivaient, Margaret et lui. Elle lui avait dit : […].’ ‘De bladeren van de bomen vormden een gewelf boven het trottoir. Ze had gezegd: […].’ De herhaling en de beklemtoning van het koppel worden bij Elzinga weggelaten, terwijl deze verbondenheid voor het verhaal essentieel is.

Patrick Modiano is volgens Maarten Elzinga geen schrijver.

Advertisements