de merel in de literatuur (1)

door johan_velter

Merel_simenon_bruna

‘Le petit homme d’Archangelsk’ van Georges Simenon is een bijna onverdraaglijk boek. Vanaf de eerste bladzijden weet je dat dit het relaas van de ondergang van een goede, onschuldige mens is. Je leest hoe hij zichzelf klem zet, hoe hij zichzelf in een kooi plaatst en zich overlevert aan de praatjes en de verdachtmakingen van de anderen. En hoe hij dan als de incarnatie van het kwaad gezien wordt. Hij, waarmee men gisteren nog lachte en hem gebruikte om een wilde dochter in het huwelijk te temmen. Je leest en beseft dat niets hem nog kan helpen. En elke minuut groeit zijn schuld. Ook al had hij geen schuld. Of toch: hij had zijn vrouw nooit geslagen. Hij liet haar haar leven leiden.

Jonas Milk, een Jood, leeft te midden van een kleine groep Fransen. Hij is boekhandelaar op een kleine marktplaats, in een kleine stad. Hij is een vreemdeling en dit is de kern van deze roman. Hij beseft dat hij als vreemdeling altijd vreemd zal blijven voor deze bekrompen mensen, dat hij nooit aanvaard zal worden. Steeds weer lees je de uniciteit van Simenon: een harde kritiek op de kleinburgerlijkheid maar steeds vanuit datzelfde kleinburgerlijk perspectief. (De overeenkomsten met Hugo Claus: ook bij hem komen de personages klem te zitten, hij schrijft over hetzelfde milieu, er is geen ontsnappen, schrijver en onderwerp behoren tot dezelfde klasse.)

Dit boek is in het Nederlands vertaald als ‘De merel in de tuin’. Wat verre van een letterlijke vertaling is. Het lijkt zelfs onbehoorlijk.

In het begin van het boek worden de vogels in de lindeboom van Chaigne, de kruidenier-buurman van Milk, vermeld. Ze zijn het teken van levendigheid, natuurlijkheid, onbezorgdheid. Later lezen we dat Milk kruimels voor de vogels strooit. Dan benoemt Simenon de vogel. Het is een merel en hij beschrijft hoe de merel géén schrik heeft van Milk. De merel is een trouwe vogel. Minstens geen mens.

Milk wordt beschuldigd van de moord op zijn vrouw –terwijl hijzelf en anderen ook weten dat ze er met een andere man van door is. Men doet bij hem een huiszoeking en dan plots, is hij gebroken. Het inzicht slaat hem neer: hoe hij mislukt is, zich heeft laten gebruiken, wie hij maar is in de ogen van de anderen. Het was genoeg en de waslijn zal hem redding brengen.

Dan komt de merel, het teken van het leven, de hoop, de verbondenheid. En door het zien van de merel ontvlucht hij –maar dit is slechts voorlopig- de zelfmoord. Enkele dagen later is men verontrust. Men heeft Jonas Milk nog niet gezien. De politie-inspecteur kijkt over de muur van Chaigne – en ziet het lijk. En ook ziet hij in de top van de lindeboom de merel. Die is nu en daarom als de ziel van de kleine man van Archangelsk. De merel is de vreugde en haalt het leven weg. Een boodschapper van de andere wereld. Hij brengt de ziel weg.

Ik moet bekennen. De Nederlandse titel is geen letterlijke (en dus juiste) vertaling. Maar toch, het is geen slechte titel.

Advertisements