.

door johan_velter

Claus

Het hoofdstuk ‘De consul en de zon’ van de roman ‘Schaamte’ begint zo: ‘In die tijd komt de Belgische consul, een oude bekende van Jacques met wie hij over typografie, zondagsschilders, oude horloges en Achim von Arnim correspondeert, de gestrande en bedreigde vreemdelingen te hulp.’ Het is meer dan cynisch dat De Bezige Bij juist (ook?) deze roman van Hugo Claus op het gebied van typografie zo danig toegetakeld heeft.

In ‘Alles over leestekens’ schrijft Peter van der Horst dat de punt in veel gevallen gebruikt wordt maar: ‘De belangrijkste zijn: 1. aan het eind van een meedelende zin; 2. na een afkorting.’

Op pagina 164 van de Schaamte-editie uit 2004 staat: ‘Een levenloze. schriele stem, […].’ Op p. 171: ‘Zij hebben iets gevraagd. zij zijn opgewonden.’

In beide gevallen moest er een komma staan.

De redacteur/typograaf heeft in nog wel meer gevallen geworsteld met de typografie. Het zou overigens een interessant onderwerp kunnen zijn: Hugo Claus en de typografie. Wat betekenen voor hem typografische middelen en hoe maakte hij er gebruik van? Gaat het om slordigheid, toeval, beredeneerde onjuistheden, systematische toepassingen? Wat heeft de uitgeverij met de manuscripten gedaan? Geen typograaf zou het wagen lettertekens in een gedicht te veranderen – maar in een roman kan dit blijkbaar wel. Terecht?

In de editie 2004 (‘De romans’) heeft de redacteur één werkwoordvorm veranderd. In de oorspronkelijke editie stond: ‘Hij wou vragen […] maar onderdrukt het, hij wou het niet weten.’ In de editie van 2004 staat op p. 173 ‘onderdrukte’, wat wel beter is, maar op andere plaatsen gebeurde dit niet. Plaatsen waar Claus verleden en tegenwoordige tijd door elkaar haalde.

Op p. 177 maakt men een foute afkapping: ‘her-/editair’ waardoor de lezer dit per definitie foutief moet lezen. Op p. 208 wordt het woord Serva-/es op deze manier gesplitst. Typografie moet het lezen ondersteunen, niet bruuskeren.

Op p. 197 toont de redacteur dat hij niet leest. Normaal zou er moeten staan: ‘Zij zou niet meer aan een andere man kunnen wennen, zegt ze.’ (Omdat in deze editie de gedachtestreep vervangen werd door aanhalingstekens.) Maar de redacteur zegt: ik heb geleerd dat de directe rede tussen aanhalingstekens moet staan en dus maakt hij er

‘Zij zou niet meer aan een andere man kunnen wennen,’ zegt ze.

van. En hij gaat helemaal fout op de volgende pagina. Hij zet een sluitend aanhalingsteken voor het woord ‘zegt’, terwijl er helemaal geen directe rede in het spel is en hij ook zelf geen beginnend aanhalingsteken gezet heeft. Dit maakt hij er van:

Leon de Leon blikt haar streng aan, wil zijn pistool op haar richten’, zegt: […]

Op pagina 200 weer van hetzelfde. Claus gebruikt het woord zegt in een zin en de redacteur plaatst daarom maar aanhalingstekens:

‘Zij kunnen ons ruiken van kilometers ver,’ zegt Sabine. ‘Daarom noemen zij alle Europeanen: de stinkerds. Sabine wrijft zich in met een melkige lotion, streelt haar borsten.’

Het sluitend aanhalingsteken had natuurlijk na ‘de stinkerds’ moeten staan.

En op andere plaatsen, doet de redacteur het dan weer omgekeerd. Waar er wél aanhalingstekens moesten staan, zet hij er geen. Pagina 203:

‘Dat kan aan zijn voeding gelegen hebben,’ zegt Charlotte, want Jacques had zeer onverstandige eetgewoonten.

Voor ‘want’ en na ‘eetgewoonten’ hadden er aanhalingstekens moeten staan.

Pagina 218: ‘Ik maak mij over die Ram-vereerders niet zo’n zorgen,’ zei de bisschop, maar veel meer over Misere.
Rond ‘maar veel meer over Misere.’ hadden ook aanhalingstekens moeten staan.

In het hoofdstuk ‘Als een toerist’ slaat de redacteur helemaal tilt, (p. 238):

Jacques ligt met een plaid over zijn knieën in een ottomane, hij zoekt naar de poolster,’ zegt hij; hij is niet treurig,’ zegt hij; maar hij heeft een liesontsteking,’ zegt hij.
De geur van de brand werkt op haar zenuwen,’ zegt Sabine; als je wil’, zegt zij in Rolands oor, mag je met mij neuken?

[…] […] zij trekt het bebloemde laken van het bed en over het hoofd en tussen haar dijen,’ zegt in die spelonk […]

In deze passage staat geen enkel aanhalingsteken er terecht. Er zijn ook geen openende aanhalingstekens. Hier heeft een machine – waarop geen degelijke software draait – de tekst er door gejaagd.

In de oorspronkelijke editie zet Claus op sommige woorden een klemtoonteken, de redacteur van 2004 zegt: ‘Foert’. Bijvoorbeeld: ‘álle vitamines’ (p. 142) wordt ‘alle vitamines’ (p. 211). Of: ‘Dat kunnen zij niet máken!’ (p. 147) wordt ‘Dat kunnen zij niet maken!’ (p. 215).

In de editie van 1972 is het 38ste hoofdstuk ‘O.K.? – O.K.’ getiteld. In die nieuwe, vermaledijde spelling is dit ‘Ok?? – Ok?’ geworden.

De eerste zin van het hoofdstuk ‘Onder de vulkaan’ luidt in de editie uit 2004: ‘Het politiecommissariaat is vroeger de sporthal van het Duitse koloniale leger geweer.’ Lees dit twee keer. ‘Geweer’ moet ‘geweest’ zijn.

In deze roman gebeurt er nog iets opvallends. Tussen haakjes plaatst Claus de commentaren van de ik-figuur (Roland), hij plaatst –als schrijver- de dingen in een context. Waar hij op andere plaatsen zonder probleem de meest uiteenlopende zaken in één zin behandelt en naast elkaar plaatst, gebruikt hij haakjes. Bijvoorbeeld op p. 166 (1972): ‘Zij bet zijn lippen (de bovenste heel voorzichtig) met haar sjaaltje […].’

Wat hij tussen parenthesen zet, is soms ook de beschrijving van wat zou kunnen gebeuren, maar niet gebeurt. Wat de hoofdfiguur zou willen, maar niet doet. In de laatste passage van de roman:

Ik ga nu naar haar toe. Vlak voor hun verblufte koppen zal ik haar kussen tot zij geen adem meer heeft.)
(Zij heeft geen adem meer.)

En soms zet hij een volledige alinea tussen haakjes (bijvoorbeeld op p. 134-135, editie 1972, Hoofdstuk ‘Zon en schaduw’): de feitelijke beschrijving lijkt hiermee een terzijde geworden. (Claus een realistisch schrijver? Nooit.)

Om deze roman precies en juist te interpreteren zou je het hele veld van leestekens in kaart moeten brengen en elke passage apart duiden. Om dan het geheel in overeenstemming te brengen met de inhoud en de bedoeling van de schrijver.

Advertenties