navel (3)

door johan_velter

Gisteren lazen we blz. 9 van Barbara Baert’s ‘’Kleine iconologie van de navel’. Baert vervolgt dat ‘de mens’ ‘deze knooppunten’, de kracht-ophopingen, begon aan te kleden. In de omphalos is de axis mundi geplant: de as die de hemel, de aarde en de onderwereld met elkaar verbindt. In een terzijde stelt ze dat de ‘verticaliserende’ beweging sterk aanwezig is, net zoals dat ook was bij het kruis van Golgotha (Baert schrijft kruis met een hoofdletter). Het kruis van Golgotha is even goed een horizontale beweging. Baert schrijft: ‘Een axis mundi bevat dus [sic] de capaciteit verbindingen tussen de drie zones te leggen.’ Natuurlijk niet, de axis mundi is slechts een constructie. Baert is een meester in het manipuleren van de dingen tot metaforen en van de metaforen tot nieuwe dingen. Dit is een ‘literaire’ manier van denken die zichzelf ver veroorlooft. Grenzeloosheid is een motto. Net alsof men bang is voor de strengheid van de wetenschap. (Grenzeloosheid is natuurlijk ook een loos begrip: het is de droom van de petit-bourgeois, maar wacht tot hij met ware grenzeloosheid geconfronteerd wordt.) Dit zich alles veroorloven, komt soms ook voor in één zin: er wordt iets gezegd over het verleden en dat mythisch denken wordt in het heden getrokken. De volgende zin is nogal onduidelijk maar het gaat hier om de werkwoordvormen: ‘De amorfe vorm was volstrekt geen verhindering en wijst op een archaïsche verbinding tussen beeld en materie, waarbij het beeld ingezonken is in het materiaal, niet om er nog uitgehaald te worden, maar in geanimeerde versmelting ermee.’ (p. 20)

Het vervolg kan iedereen raden: daar is het matriarchaat. Niet dat er ooit een matriarchaat geweest is, het is genoeg dat dit beweerd wordt. En dit modern sprookje rechtvaardigt al het gewauwel: de opstand tegen de patriarchale wetenschap, de loze woorden, het feitenloos fantaseren…

Baert introduceert een nieuw begrip, de iconografische tussenruimte. Ze doet dit zo: ‘Hoe het ook zij, er is [sic – want er is geen bewijs geleverd, tenzij het ‘hoe het ook zij’] een relatie tussen de aardnavel en de huidnavel. Het ene straalt af op het andere. Dat transpositieproces noem ik de iconografische tussenruimte. We kunnen die tussenruimte begrijpen vanuit drie energieën: de spiegeling, het generatiedenken en het matriarchaat.’ (p. 21).

We slaan heel wat bladzijden over en komen op p. 45. Hier wijst de auteur ons terecht. Wij moeten anders denken: ‘De navelknoot verlangt van ons zowel een denken in spiraalrotatie als een inflexief voortplooien.’

Kromme teksten moeten kromgelezen worden.

Advertisements