hugo claus, vertaler (12)

door johan_velter

Claus vertaalt van Claude Roy ‘Mémoire nocturne’. Dit lange gedicht krijgt van hem de Nederlandse titel ‘Nachtelijk geheugen’. Twee redenen lijken er te zijn waarom Claus deze Franse dichter vertaalt. De eerste: ‘Wordt vaak onderschat omdat zijn veelzijdigheid, zijn zwier, levenslust en vooral zijn heldere virtuoze stijl, contrasteren met de haarkloverijen en de pseudo-diepte van de literaire mandarijnen in het Parijs van vandaag.’ (Een mooi project zou ook zijn: welke dichters heeft Claus niet vertaald.) Een tweede is een poëtisch-inhoudelijke: ‘En wie durft vandaag de dag nog een gedicht te schrijven: ‘Ik hield van jou jij hield van mij vroeger vroeger’? Chapeau!’

Deze regel is de vertaling van ‘Je t’aimais tu m’aimais autrefois autrefois’.

Een lieflijk, melancholisch gedicht. Herinneringen aan een gelukstuin, herinneringen die pijnigen en die een oude man lenigen. Claus vertaalt dit gedicht voor ‘Dichterbij’ schijnbaar achteloos, regel na regel volgend. Het gedicht wordt daarmee ‘verklaard’ maar de vertaling is vernuftiger dan op het eerste gezicht lijkt. Er zijn slimme taalwendingen, er worden soepele woorden gevonden en er is een ritmiek die de nostalgie mooi draagt. Alleen de vijfde regel met de herhaling van ‘doe’ is tegenover het origineel te benadrukkend: ‘Doe open doe doe eindelijk open voor wie wacht’, is de vertaling van ‘Ouvrez ouvrez enfin – celui qui attend’.

(Bij dit boek past een klein eerbetoon. Dit gedicht heb ik gevonden in de bekende Gallimard-reeks ‘Collection Poésie’, editie 1970, onder redactie van Pierre Gardais en Jacques Roubaud. Een exemplaar van de openbare bibliotheek van Temse. Hulde aan de bibliothecaris die dit ooit heeft aangekocht, hulde aan de bibliothecaris die geoordeeld heeft dit te moeten bewaren.)

‘Woestijnmuziek’ is de vertaling van ‘The Desert Music’ uit 1954. Claus kende het werk van William Carlos Williams al in zijn ‘Tijd en Mens’-periode. Voor ‘Dichterbij’ vertaalt hij slechts een fragment en hij volgt de materiële structuur van het gedicht niet. Waar bij Williams het gedicht een ‘experimentele vorm’ heeft, krijgt dit bij Claus een traditionele. De insprongen bij Claus zijn veel te klein. Bij Williams krijg je een horizontaler, bij Claus een traditioneel verticaal beeld. Doordat Claus slechts een fragment vertaalt, geeft hij slechts een glimp van wat dit gedicht is. Er is een aantal ‘existentialistische’ geloofspunten te bespeuren (de wet die gegrond is op misdaad, de dans als basis van poëzie (wie kent nog Roger Garaudy?). Het fragment kan op zichzelf gelezen worden maar verklaart niet het gedicht zelf. ‘Geen ideeën, maar dingen’, herhaalt Claus in de inleiding. Niet te bespeuren in de vertaling zelf.

Christopher Logue was een persoonlijke vriend van Hugo Claus. Het gedrukte gedicht heb ik niet onder ogen gekregen. (Nogal beschamend dit te moeten bekennen, niet alleen voor mezelf, ook voor dit land: de gedichten van Christopher Logue zijn niet in openbare bibliotheekcollecties aanwezig (wel zijn homerische poëzie). Claus vertaalt ‘Nell’s circular poem’, met de beginregels ‘she came to me in the middle of winter / two-thirds my age’. (Ook dit is een melancholisch-zuchtend gedicht.)

Laat ik ter compensatie een fragment uit het Humo-interview geven dat Bart Vanegeren ooit met Claus had. Hij spreekt hier over ‘De verwondering’: ‘In Parijs was ik zeer bevriend met Christopher Logue, een Engelse dichter die een paar honderd gedichten gepubliceerd heeft maar geen enkele regel geschreven heeft die niet gepikt was. Ik was onder de indruk van het gemak waarmee hij te werk ging. Hij zei ook dat Ezra Pound niet anders gedaan had dan overgeschreven en dat Brecht ook maar twee regels geschreven heeft die van hem waren en dat hij de rest uit de klassieken en de dagboeken van zijn vrouwen gehaald had. Via Logue kreeg ik iets als ‘je prends mon bien où je le trouve’, wat ik voordien niet had. Het was simpelweg niet in me opgekomen dat je ook een piraat in de literatuur kon zijn. Toch heb ik aanzienlijk minder geciteerd dan sommigen denken; er zijn Claus-exegeten die heel ver gaan in het linken leggen met andere teksten en daar bepaald koddige artikels over schrijven.’

Zo, dit was het dan.

Heb ik alle gedichten behandeld? Nee. ‘Dichterbij’ is dus nog veel rijker. Een aantal gedichten heb ik niet kunnen traceren (wat niet is, kan komen); voor gedichten in mij onbekende talen, heb ik geen moeite gedaan. Is het beeld van Claus bijgesteld? Het mooiste is toch: hoe we in deze bundel een autonome geest aan het werk zien die zijn superioriteit etaleert door gedichten dienstbaar te zijn. En ook nog. Hoe iemand toont: dit is poëzie.

Hc_12_williams_aHc_12_williams_b
Advertisements