hugo claus, vertaler (11)

door johan_velter

De tekst over Paul Claudel begint op Franse wijze: ‘Deze Franse katholieke dichter …’ Claus neemt zowaar de verdediging op zich van wat hij noemt een ‘vrij verachtelijk persoon’. Hij sympathiseert met hen die buiten de massastroom staan én hij erkent de poëtische krachten en kwaliteiten. Het is de enige keer dat Claus de vindplaats voor dit stuk prijsgeeft: “ ‘Lofzang’ komt voor in het eerste bedrijf van ‘Le Partage de Midi’, waar de held wordt geconfronteerd met het onmogelijke, schandelijke feit dat God liefde is.”

Het is niet waar.

Het toneelstuk heet ‘Partage de midi’ (Claus reageerde zelf altijd wrevelig als men zijn bundels of romans verkeerd benoemde. Bijvoorbeeld als men ‘Sporen’ zei i.p.v. ‘De sporen’.) Wie de tekst van Claus leest, begrijpt dat dit niet kan. Claudel zal zijn boodschap niet in het eerste bedrijf prijsgeven. Daar is hij nog bezig zijn karakters te boetseren. Het is een traditioneel ‘thesen-stuk’. Er zijn wat (moderne) morele dilemma’s, het gaat om God en de verantwoordelijkheid van de mens. Het is geschreven in 1949. De karakters komen niet echt tot leven. Er wordt gepraat, gedelibereerd. Er is –zondige- lichtzinnigheid. Overspel. In het derde bedrijf komt een lang stuk voor ‘Cantique de Mesa’. Mesa is één van de personages en het is uit deze kantiek dat Claus een fragment vertaald heeft (mijn editie is Gallimard, 1949, p. 206). Een kantiek is het lyrische deel van een Latijnse komedie; in de katholieke wereld een geestelijk loflied. Wat Claus hier vertaalt, is een loflied op een vrouw –een vrouw die hem vernietigt. De titel van de vertaalde tekst ‘Lofzang’ verwijst weliswaar naar ‘Cantique’ maar strikt genomen is de titel ook verkeerd. Het gaat om een fragment. Claus maakt het los van zijn context, van het betoog. De hoofdletters worden niet altijd gevolgd (vous/Gij; Coeur/hart). De tekst is in de Franse uitgave zodanig gezet dat het inderdaad als een gedicht gepresenteerd (gelezen) kan worden. Claudel zet op een aantal plaatsen géén punt, waar Claus dat wel doet. De vertaling is hier nogal stroef. ‘Et voici qu’elle me fait le chemin plus court. / Soyez témoin que je ne me plais pas ? moi-même! / Vous voyez bien que ce n’est plus possible!’ wordt ‘En zie, nu maakt zij de kortste weg voor mij. Wees getuige dat ik het niet meer mogelijk is !’ De tweede regel is duidelijk een fout, er is een stuk vertaling weggevallen of er had een stuk vertaald moeten worden. Claus sluit het gedicht af, maar bij Claudel zijn er dan nog 3 zinnen. In dit fragment zit het verlangen naar hartstochtelijke liefde, het hoger achten van de lichamelijke liefde dan het godsbestaan (‘en boven de liefde / er is niets, en ook Gij niet!’). Ook in dit gedicht volgt Claus getrouw de tekst, zo getrouw dat het Nederlands minder soepel is dan je van hem zou mogen verwachten. Dit zou geen definitieve versie mogen zijn. Maar anderzijds kun je zeggen dat Claus door ietwat stuntelig te vertalen, de brontekst geen oneer aandoet. (Dat kon ook gezegd worden bij Dotremont waar de beginzin van Claus luidt ‘Als het gebeurt dat we stotteren’ wat een letterlijke vertaling is van ‘qu’il nous arrive’. Nu zouden we eerder zeggen ‘En als we stotteren, / wel laat ons dan stotteren’. In een van de gedichten gebruikt Claus zelfs het woord ‘dewelke’, bij uitstek een onflatteus woord.)
Ook het gedicht van Robert Browning heb ik niet kunnen vinden. Een biografie van hem of van ‘mrs. Moore, een dichtende Amerikaanse weduwe van rond de vijftig.’ zou waarschijnlijk uitsluitsel kunnen geven. Ook hier: slechts wat hartstocht is, is de moeite waard. Claus, de romanticus die zich verschuilt achter een ensoriaans masker.

Gilbert Lely is bij ons misschien minder gekend maar in de Franse cultuur is hij overbekend. Hij heeft het werk van De Sade verzameld en in een bekende editie uitgebracht, een biografie geschreven en marginaal werk uitgegeven. Uit een dergelijk werk, ‘Le portefeuille du Marquis de Sade’ : ‘Il y a dans le monde plus d’individus qu’il n’en faut.’ Dit is belangrijk om weten want Claus zet de poëzie van Lely af tegen deze achtergrond: die is ‘mineur van toon, maar vaak amusant-obsceen.’ Claus geeft in zijn vertaling twee versies van eenzelfde gedicht. ‘Hierbij twee versies van een wat nobeler gedicht. Een hele transformatie. De tweede versie is misschien beter geslaagd omdat het rijm de houterige vormelijkheid benadrukt.’ Van Lely tekent hij geen portret maar er is een Franse tekst te zien waar woorden doorstreept zijn en andere boven geschreven zijn. Is de tweede versie van Lely of van Claus? Het gedicht komt uit ‘La folie Tristan’ waarvan in 1959 bij Jean Hugues te Paris, een ‘Edition définitive’ verschenen is. Claus vertaalt de eerste versie als ‘Eerste zang. De reis’ (de tweede als Zang 1. De reis). En zie, het is correct.

Lely begint met ‘Chant I. Le voyage. // Tristan séjourne en son pays, […]’. De Franse tekst (editie 1959) is identiek aan wat de gedrukte tekst in het beeld van ‘Dichterbij’ te zien geeft. De tweede versie volgt de ‘geschreven’ woorden van het beeld. En dus is de vraag: vanwaar komt deze illustratie? Ik heb dit niet kunnen oplossen. Het eerste gedicht is inderdaad braaf en ook braaf vertaald. Maar ook de tweede versie bekoort niet erg ‘Dood, hij dagvaardt u met zijn verlangen, / daar hij zijn allerhoogste dame verliest / want, o, hij verliest Isolde, zijn bruid!’ Er is dus romantiek aanwezig. En wat ooit gevonden werd: ‘ware poëzie’.

Yves Bonnefoy ‘geldt als de meest vooraanstaande dichter van deze tijd. Alhoewel veel duister blijft in zijn werk (de elegante duisterheid van het Franse postsurrealisme) heeft men toch nooit het gevoel van iets vrijblijvends.’ Ik kan me niet van de indruk onttrekken dat Claus juist omwille van die duisterheid werk van Bonnefoy wilde vertalen. Een poging om te begrijpen. Dat Claus spreekt van ‘het gevoel hebben’ is hem zeer zeldzaam; hij weet. Claus heeft weinig of geen affiniteit met deze leefwereld, maar gaat op zoek en doet dit met respect. ‘Het godsoordeel’ is de vertaling van ‘L’ordalie’, uit de bundel ‘Hier régnant désert’, uit 1958, grondig herwerkt in 1970 en in ‘Poèmes’ (Mercure de France, 1986) terug in de eerste versie hersteld. Ik baseer me hier op deze laatste versie. (Voor Maeght heeft Bonnefoy in 1975, met tekeningen van Claude Garache, overigens nog een prozatekst ‘L’ordalie’ gepubliceerd.)

‘Dichterbij’ is ook een catalogus van wat allemaal kan gelden als vertaling, bewerking, verminking, vermenging.

Claus vertaalt niet het volledige gedicht ‘L’ordalie’ maar slechts het tweede gedeelte. En bovendien neemt hij ook het volgende gedicht op, ‘L’imperfection est la cime’, en doet alsof dit tot het gedicht ‘Het godsoordeel’ hoort.

Claus gaat als een gewetensvolle vertaler te werk en behoudt overigens de structuur van beide handen –met uitzondering dus van elke aanduiding dat er een tweede gedicht aan het eerste geplakt wordt. ‘De onvolmaaktheid is het hoogtepunt’, ook dit is een standpunt van Claus. Het is het hoge en het lage verbinden tot wat levendig en hartstochtelijk moet worden. Toch is de tekst van Bonnefoy niet zo eenduidig. In de vertaling van Claus luidt het: ‘Van de volmaaktheid houden omdat zij de drempel is / Maar haar, zodra gekend, ontkennen, haar dood vergeten,’. Het onvolmaakte is de top, de hoogste eer maar men moet van het volmaakte houden en ook kennen (hart en hoofd), nadien ontkennen (wat een gewelddaad is). Bonnefoy schrijft dan ‘l’oublier morte,’ wat in twee betekenissen begrepen kan worden.

Het onvolmaakte. Claus schreef niet alleen een reeks ‘Scherven’, maar veel plaatsen getuigen van deze fascinatie voor wat niet volmaakt is (een preoccupatie overigens van de cultuur in de twintigste eeuw). En ook schreef hij:

‘Mijnheer’, zeiden de gendarmes, ‘het oneindige
Bevat in zichzelf veel vormeloze elementen.’

Advertenties