hugo claus, vertaler (10)

door johan_velter

De tekst van Georges Perros die Hugo Claus vertaalde voor ‘Dichterbij’ heb ik niet kunnen vinden. Ik vermoed dat dit in het boek ‘Sur les pas de Georges’ van René Pichavant te vinden is. Maar zekerheid heb ik niet, het boek niet gezien. In de inleidende tekst zet Claus ‘gedicht’ als aanduiding van deze tekst tussen haakjes. Dit gaat in tegen zijn eigen opvattingen die hij ook in het interview met Hugo Camps verwoordde: de poëzie is daar waar iemand zegt dat die is. (In de tekst schrijft Claus ‘onze Lieve Heer’. Was dit werk degelijk uitgegeven dan had men er ‘Onze-Lieve-Heer’ van gemaakt.).

Bij William Shakespeare schrijft Claus: ‘Engels acteur, dichter en toneelschrijver, leefde van 1564 tot 1616.’ Je voelt onder deze zakelijke zin, hoe Claus die onderkoeld-lacherig geschreven heeft. Dat Claus niet om het even wat vertaalde, maakt hij hier duidelijk: ‘In zijn toneelstuk ‘Hamlet’ laat hij Hamlet aan een groep toneelspelers een korte, wat bazige les geven, waarin hij voornamelijk het gemaniëreerde en gekunstelde van veel toneelspelers hekelt. Hij stelt daar een ‘natuurlijker’ kunst tegenover. Omdat in onze tijd in naam van de natuurlijkheid een onbehouwen muf gemurmel de boven –hand [sic vormgever!] gekregen heeft op de planken, heb ik Shakespeares tekst enigszins omgebouwd.’ – Er zou een studie ‘Hugo claus als moralist’ geschreven kunnen worden. (Maar wie durft de paden te verlaten?)
Dat hij via het theater van Shakespeare ook iets wil zeggen over poëzie moge nu misschien ook duidelijk zijn. (Ons oog valt niet toevallig op de uitspraak van T.S. Eliot: ‘The whole of Shakespeare’s work is one poem.’)

De tekst van Claus – en dit hier is, zoals Claus ootmoedig bekent, helemaal geen vertaling maar een bewerking – is gebaseerd op Hamlet, III, 2. In dit stuk stelt Claus het toneelspelen voor als het midden houden tussen bombast (‘de tijd is voorbij van het gegalm en het geronk’) en het dagelijkse ‘naturel’. ‘Er moet eenvoud zijn maar niet / die van het niets.’ En wat als een ‘Envoi’ kan gelden: ‘En vooral weet wat je zegt. / Want de knul die zomaar wat mummelt alsof / hij in de herberg zit, heeft geen benul van / welke belangrijke vragen aan de orde kunnen zijn, / hoe de toneelspeler de spiegel en de kroniek / van zijn tijd kan zijn. / Ga nu.’ Claus moraliseert hier meer dan Shakespeare zelf. Deze schrijft dat een toneelspeler ernst moet betrachten omdat er een ernstige gebeurtenis in het stuk aan de orde kan zijn. Claus tilt de anekdotiek op naar een algemenere, maatschappelijke probleemstelling. Claus heeft de tekst van Shakespeare gecondenseerd, minder voorbeelden gebruikt en daardoor krachtiger en duidelijker gemaakt. Hij heeft gezegd.

De tekst van Henri Lavedan is een verheerlijking, een patriottistisch manifest ten dienste van de Franse machthebbers tijdens de Eerste Wereldoorlog. Waarom heeft Claus deze tekst opgenomen? Cryptisch verklaart hij: ‘In het huis van de poëzie is er ook een martelkamer.’ Elf maal wordt er ‘Ik geloof’ vermeld. Een voorbeeld? ‘Ik geloof in de prijs van het leed en de verdienste van de hoop.’ Nee, dit is niet inpasbaar in het clausiaanse universum. Tenzij als keerzijde..

Boven het gedicht van René Crevel zet Claus ‘Gedicht’ en geeft verder geen aanduidingen. De vertaalde tekst is ook dit maal een fragment en wel uit het gedicht ‘Elle ne suffit pas l’éloquence’ (1924) (zie ook Shakespeare). Claus begint te vertalen vanaf de vierendertigste regel. Hij verdeelt de tekst in drie strofen waar de tekst van Crevel één geheel is. Hier lezen we een surrealisme dat Claus op dat moment al lang voorbij was: ‘Mijn hart, ik maak er leren repen van, / Repen die ik zal verven / Of in cijfers wringen, /’. Enzovoort. De verveling van de lege bombast. (Dit is één van de weinige slechte gedichten – volgens mij, vandaag, 21 februari 2011- die Claus vertaalt. Opmerkelijk is immers de hoge kwaliteit van de bronteksten, de inventiviteit, de sprankeling. Wie iemand wil overtuigen van de kracht van de poëzie: hier, zie.) Claus maakt een letterlijke vertaling en slechts op drie plaatsen gebruikt hij een andere regelsprong dan Crevel.

Vol lof spreekt Claus over Dotremont: ‘Een van de meest inventieve dichters in de Franse taal. Zijn werk staat als geen ander in het teken van liefde, revolutie en vrijheid.’ Hij vertaalt het gedicht ‘qu’il nous arrive de bafouiller’. Dit is een transcriptie van een logogram, september 1972 en te vinden in ‘Grand Hotel des Valises, locataire Dotremont’ (Galilée). Dit hele gedicht is door en door Claus: het stotteren, het hinken, het struikelen. Oedipous, niet als minnaar van de moeder, maar als de gemankeerde mens die het goede wel wil doen, maar alleen het dwaze volbrengt. Claus zet als titel boven dit gedicht ‘Logogram’. Dotremont titelde zijn werken gewoonlijk met de eerste regel van zijn logogrammen. Ook dit is dus een ‘valse’ titel.

Lees deze prachtige beginverzen: ‘Als het gebeurt dat we stotteren / wel laat ons dan stotteren / daar wij in leven zijn dus dronken / van te veel van dit van niet genoeg van dat / […]’.

Er is slechts één regel die Claus niet exact vertaalt. Dotremont: ‘puisque nous sommes des bêtes à vivre et à penser’. Claus: ‘daar wij dieren in leven zijn dieren die denken’. Maar het letterlijke vertalen van Claus is geen tekortkoming, integendeel. Het getuigt van dichterlijke nederigheid, van eerbied voor andermans ambacht. En Claus betracht inderdaad geen ‘literaire’ vertaling, hij neigt naar spreektaal – en die toch vol poëzie geladen is..

Als je de tekst van Dotremont niet naast je had liggen, zou je kunnen denken dat dit een pastiche is op de woordenschat en het levensbeeld van Claus. (Ik neem de oorspronkelijke woorden van Dotremont en de vertaalde van Claus over zoals ze in het gedicht en de vertaling staan.) Bafouiller/stotteren; ivres/dronken; notre bouquet/onze geur; disloquons/radbraken; vacillent/wankelen; boitons/hinkend; bégaye/hakkelt; fouaillerie/grabbelend (wat een onorthodoxe vertaling is); titubements/waggeling …

En bij het lezen van zo’n prachtig gedicht vergruwen we natuur en maatschappij: de onrechtvaardigheid dat een mens als Dotremont zo vroeg gestorven is, dat hij –de grote organisator, vriend en bindmiddel van de Cobra-beweging- zo veel armoede heeft moeten kennen. Hij heeft slechts 1 roman geschreven, maar wat voor één (‘La pierre et l’oreiler’). En Dotremont moeten we ook herinneren om te weten wat het betekent als een man slechts één vrouw heeft lief gehad. Gloria.

Nog deze anekdote. Hij amuseerde zich ooit met aan gewichtige personen quasi-volkse brieven te schrijven. Zo schreef hij aan Samuel Beckett als ‘Vve [veuve] Michiels’, met taal- en schrijffouten en in een kinderlijk handschrift: ‘Monsieur Beckett. permettez que je vous écris c’est à cause de mon fils Freddy qui est dans les meubles et qui est parti pour vous voir à Parijs parti pour vous expliquer son projet de fauteuil pour votre pièce Monsieur Beckett je suis sans nouvelles de mon fils qui est parti si vous le voyez dites lui s’il vous plait qu’on est sans nouvelles ici Monsieur Beckett agréez ma salutation distinguée.’ Hierbij moet u zich de lach van Pierre Alechinsky en Asger Jorn verbeelden..


(Chantal Maes heeft dit gedicht gebruikt in één van haar kunstprojecten, een fascinerend gebeuren:

http://www.voxphoto.com/expositions/maes_chantal/maes_chantal.html” href=”http://www.voxphoto.com/expositions/maes_chantal/maes_chantal.html” target=”_blank” rel=”nofollow”>http://www.voxphoto.com/expositions/maes_chantal/maes_chantal.html )

Advertisements