hugo claus, vertaler (7)

door johan_velter

Het gedicht in ‘Dichterbij’, dat Hugo Claus vertaalde van Raymond Queneau ‘De man en de fles’ is de vertaling van ‘L’homme et la bouteille’ uit de bundel ‘Fendre les flots’ (1969). Het is een mooi nostalgisch gedicht, waar de surrealistische elementen niet de boventoon voeren maar wel een melancholie. ‘De man en de fles’ lijkt te gaan over drinken, maar het gaat over verloren zijn. Claus vertaalt dit gedicht trouw, woord na woord. Het is geen anekdotisch gedicht. Het handelt over de kracht van de taal, het buitelen met woorden en het einde, zoals het is. Eindigheid.

Paul Claes zei van het gedicht van Luis De Góngora dat zelfs de Spanjaarden dit gedicht niet kunnen begrijpen, laat staan Claus. Bart Vonck schreef over dit gedicht en de vertaling ervan: ‘Van Góngora vertaalt Claus de aanhef van de befaamde Soledades, die bestaat uit een lofzang op de bestemmeling, de hertog van Béjar. Ik vertaal letterlijk uit het Spaans: “Stappen van een zwervende pelgrim / deze verzen die een zoete muze mij dicteerde, / in verwarde eenzaamheid / verloren sommige (stappen), andere geïnspireerd.” Claus maakte er dit van: “De stappen van een pelgrim zijn, zwervend, / deze verzen die mij de zoete Muze zong: / in een verwarde eenzaamheid, / sommige verloren, andere bevlogen.” Hij besluit dat Claus de tekst letterlijk vertaalt. (In de reeks ‘Scherven’ staat het gedicht ‘Dialoog tussen Buridan en Gongora’. Claus gebruikte en hergebruikte veel en alles en onverwachts.)

‘Elegy for Jane’ van Theodore Roethke, komt uit de bundel ‘The Waking’ (1953) en is misschien wel één van de ontroerendste gedichten die hier opgenomen zijn. Een gedicht, huilend om de dood van een jonge vrouw. De Engelse editie bestaat uit vijf strofen, Claus maakt er vier van (de eerste twee werden samengenomen). Toch zijn er wijzigingen die soms beter zijn. ‘Stirring the clearest water.’ schrijft Roethke als het gevolg van daden uit droefheid. Claus maakt er een bijna zelfstandige zin van ‘Het klaarste water trilde.’ Daarmee objectiveert hij het gedicht en stapt hij niet mee in de bijna-sentimentaliteit van Roethke: het is niet meer de persoon die de trilling veroorzaakt. Water en persoon komen los van elkaar te staan. Claus verdedigt zijn kompaan en maakt het gedicht daardoor beter. Het is dus niet juist wat Janita Monna in ‘De Groene Amsterdammer’ van 03/07/09 schreef: ‘Zoals Claus’ eigen werk zinnelijk is en zintuiglijk, zo ook zijn vertalingen.’ Er is veel beheersing, veel intelligentie en terughoudendheid in dit werk. (Ditzelfde gedicht werd ooit door Sybren Polet vertaald, zie zijn ‘1900-1950: bloemlezing uit de moderne buitenlandse poëzie in Nederlandse vertaling’, De Bezige Bij, 1961, p. 277-278.)

Van Henri Michaux verschijnt hier ‘Neem me mee’. Dit is een fragment uit ‘L’espace du dedans’ uit 1929. ‘Het begint met de regels ‘Emportez-moi dans une caravelle,’. ‘Melopee’ van Paul Van Ostaijen vertoont verwantschap met dit gedicht. Dit is geen gedicht dat Michaux typeert. Het is gebouwd op herhalingen. De woorden vertalen een verlangen. In de reeks ‘Scherven’ is het gedicht ‘Barbaar in Azië’ opgenomen. Dit gedicht gaat –zonder hem te noemen- over Henri Michaux. En zoals steeds bij Hugo Claus weet je niet goed wat zijn houding is. Hij beschrijft en wat hij schrijft, kun je zowel negatief als positief interpreteren. Maar misschien zijn dit morele categorieën die niet van toepassing mogen zijn. De laatste strofe van het tweede deel van ‘Barbaar in Azië’ luidt: ‘Hij verkoos de kleurloze lente van het concept, / hij vloekte steeds minder in een verstaanbare taal, / hij smolt als margarine in het woest tapijt.’ Michaux verdween m.a.w., werd bijna ether. Dus toch positief.

Van Charles Simic neemt hij het kleine gedicht ‘De uitvinding van het mes’ op. ‘Invention of the knife’ komt uit de bundel ‘Dismantling the Silence’ (1971). Klein maar gruwelijk. Een referentie naar de uitvinding van het mes als guillotine. De problematiek van George Steiner: hoe kan een mens verder leven? Hoe kan een beul met een mes het dagelijkse brood snijden? En een perspectiefwisseling in het gedicht dat problematisch blijft: het lemmet –de gehangene – het touw – de beulen – de stilte van de sneeuw – de warme dagelijksheid. Hoe lieflijk dit gedicht eerst leek te zijn, Artaud wacht achter de keukendeur.

Advertenties