hugo claus, vertaler (6)

door johan_velter

Jules_supervielle

Louter voor het amusement (oh opperste levenshouding) heb ik een aantal gedichten die door Hugo Claus vertaald werden en in het boek ‘Dichterbij’ opgenomen zijn, opgezocht. De talen die ik niet machtig ben, heb ik gelaten (Italiaans, Spaans, Oosterse …). Ook heb ik niet gezocht naar ‘tussenvertalingen’. We mogen veronderstellen dat Claus een aantal gedichten vanuit anthologieën heeft gelezen –ook in de betekenis van verzamelen.

Een aantal zaken valt op. Claus wordt voorgesteld als een nonnenvreter en een paterverachter. Maar in de poëzie overstijgt hij dit. Hij neemt werk op van bijvoorbeeld Charles-Albert Cingria en Paul Claudel. Deze bundel is niet representatief voor de ‘bronnen’ waaruit Claus geput heeft. Opvallend is hoe weinig Duitstalig werk vertaald is (Rilke). Het aantal randgevallen is beperkt (Napoleon, Schnedel, een lezersbrief). Claus heeft vooral hedendaagse meesters vertaald –en met hedendaags bedoel ik: mensen van zijn leeftijd. We mogen veronderstellen dat hij de gedichten van Olson, Roethke (Claus was ooit/leek ooit van plan een bundel van Roethke te vertalen), Bonnefoy, … tijdens zijn leven gevolgd heeft. Dit bedoelt men namelijk, als men zegt dat Claus op de hoogte was van wat in het buitenland gebeurde. Even opvallend is dat van veel van deze dichters er geen of nauwelijks werk vertaald is in het Nederlands. Dat de boeken ook schaars aanwezig zijn in openbare bibliotheken. Er zijn enkele kleinere meesters bij, maar ook dat is normaal. Eveneens opvallend: er wordt nauwelijks ‘experimentele’ of ‘hermetische’ poëzie vertaald (ook bijvoorbeeld geen Du Bouchet). Claus kiest voor (min of meer) toegankelijke poëzie. Niet uit liefde voor de huisvrouw, maar omdat dit op dat moment ook zijn eigen poëtica was. Toch is ook dit (de toegankelijkheid) te relativeren. Veel lijkt, veel is toch wel anders. We kunnen niet zeggen dat hij zwakke gedichten heeft uitgekozen. Elk gedicht heeft zijn relevantie.

John Berryman, ‘Dantes graf’. ‘Dante’s Tomb’ uit ‘Love & Fame’ (1970). In de toelichting zegt Claus dat ‘The Dream Songs’ zijn voornaamste werk is. Maar Claus kiest uit een andere bundel: zijn voorliefde voor kleiner werk. Claus vertaalt dit gedicht bijna woord voor woord. Wie bron en vertaalde tekst naast elkaar legt, ziet hoe los Claus is. Hij vindt met gemak de woorden en de vertelling komt er uitgerold. Bijvoorbeeld de eerste strofe: ‘A tired banana & an empty mind / at 7 a.m. My world offends my eyes / bleary as an enveloppe cried-over / after the letter’s lost.’ Vertaald wordt dit: ‘Een vermoeide banaan & een lege geest / om 7 u. ‘s ochtends. Mijn wereld kwetst mijn ogen / tranend als een envelop waar men over huilt / als de brief verloren is.’ (Waarom niet ‘waarover men huilt’?) In het Engels staat in de vijfde strofe ‘Dantis Poetae Sepulchrum’ (het opschrift boven Dantes graf). Claus neemt dit over maar maakt een schrijffout. Hij schrijft ‘Dantes Poetae Sepulchrum’. Was dit werk bij een ernstige uitgeverij verschenen, dan was deze fout stilzwijgend hersteld.

Het gedicht van Rilke heeft geen titel, het behoort tot de ‘Entwürfe’, opgenomen in het verzameld werk. De eerste zin van de toelichting lijkt uit het Frans vertaald te zijn: ‘Musil zei dat deze grote lyricus het Duitse gedicht voor het eerst volkomen had gemaakt.’ Ja wat, zegt Claus, en hij vertaalt een bij definitie onvolkomen en onvolmaakt gedicht. Ook in deze toelichting verduidelijkt Claus zijn eigen opvatting (en we herinneren ons de tegenstelling in de bundel ‘Het graf van Pernath’ waar hij in de figuren van Hans Lodeizen en Pernath zelf, licht tegenover duisternis plaatste (het gedicht ‘Klerken zullen het einde van je consulaat’). Over Rilke luidt de tekst: ‘Het is on-af. Is het duister? Helderheid of duisternis zijn loze begrippen als de dichter wil weergeven wat ‘het laatste’ is ‘dat hij herkent’, als hij in het nauw gedreven zich vastklampt aan wat hem ‘vroeg verblufte’. De Duitse tekst begint met de regel ‘Komm du, du letzter, den ich anerkenne,’. De vijfde regel is bij Claus zwak: ‘om te begeven aan de vlam die in je laait’ is de vertaling van ‘der Flamme, die du loderst, zuzustimmen,’. Ook de vertaling van ‘ein Grimm der Hölle nicht von hier’ als ‘een verre helse razernij’ is zwak. Omdat het ‘nicht von hier’ vermoedelijk geen geografische plaats aanduidt maar meer de betekenis van ‘onwerelds’ heeft waarmee Rilke de doodstrijd in het gedicht zelf al beslecht.

John Keats, ‘Wat de lijster zei’. Vertaling van ‘What the Thrush said’. Van dit gedicht zegt Claus dat het ‘niet zo tekenend voor zijn werk [is], eerder een grillige notitie met een surreële inslag.’ Claus vertaalt niet om het even wat, maar dat wat buiten de toon valt. Hij blijft bij de grote dichters maar zoekt het marginale op. En is dit niet één van de parolen van het surrealisme en later het existentialisme –dus de gloriejaren van de man Hugo Claus? De versie van Keats die ik gevonden heb bestaat uit een tekstblok. Claus heeft er drie strofen van gemaakt waardoor hij de sonnetstructuur blootlegt. Zijn er afwijkingen? Claus gebruikt geen uitroeptekens, Keats had er drie nodig. Claus democratiseert het ‘O Thou’ van Keats tot ‘O jij’. Claus vertaalt hier veel minder woord voor woord, neemt iets meer afstand tot de Engelse tekst. Hij moderniseert. Bijvoorbeeld. Keats schrijft: ‘O thou whose only book has been the light / Of supreme darkness’ en Claus vertaalt ‘O jij, je enige boek is het licht geweest / van uiterste duisternis, […]’. Claus vertaalt ‘Phoebus’ met de ‘zonnegod’. Hij verklaart in de vertaling dus de oorspronkelijke tekst. Phoebus is een andere naam voor Apollo en het gedicht gaat dus ook over kennis. Wat Claus in dit gedicht moet aangetrokken hebben zijn de paradoxen, de onmogelijkheden die in het gedicht werkelijkheid worden. En natuurlijk ook zijn afkeer van kennis. Kennis als een systeem, een kooi. Kennis als een mand vol weetjes daarentegen! Daarmee kun je kruiswoordraadsels oplossen!

Advertenties