hugo claus, vertaler (5)

door johan_velter

In een Knack-interview met Paul Claes, schrijft Tanja Vanhoecke: ‘De selectie die Claus maakte, is eigenzinnig en werd allicht in hoge mate door het toeval bepaald, afhankelijk van wat hem in die dagen opviel.’ Dit is onzin. Claus wordt hier voor de zoveelste maal voorgesteld als een wispelturig kind. Claus heeft zijn hele leven het beeld van een Parijse apache, of een Amsterdamse, arrogante dandy meegedragen. Terwijl hij als een letterkundige klerk te werk ging. Ernstig en gewetensvol. Veelzijdigheid wordt in de Clausreceptie veel te veel afgedaan als ‘zo-maar-wat-doen’, onverschilligheid, hobbyisme. (In hetzelfde interview zegt Claes dat Claus soms verkeerd vertaalde. De interviewster vraagt natuurlijk niet verder.)

Het is dus interessant om de gedichten op te speuren die in deze bundel vertaald zijn. Weten uit welke periode de gedichten stammen, hoe Claus ze behandelt. Want we zullen zien dat Claus nog verder gaat in zijn visie. Hij neemt niet alleen welbewust die schrijvers op, maar soms haalt hij uit de gedichten ‘slechts’ een fragment. Hij selecteert dus, hij vervormt inderdaad. Hij wil onze aandacht vestigen op wat voor hem belangrijk is.

Maar even interessant zou het zijn om de ‘grondbeelden’ van de portretten die Claus tekende en schilderde op te sporen. Ongetwijfeld zouden ook dat elementen kunnen zijn die de exacte vindplaats van deze gedichten zouden kunnen aantonen.
En dan komt natuurlijk de grote Claus-studie in zicht die dringend gebeuren moet. De bibliotheek (de nog bestaande, de verloren gegane, de geleende, de bekeken) van Claus zou in kaart gebracht moeten worden.

Maar wat willen wij dromen? Van ‘Het teken van de ram: bijdragen tot de Claus-studie’ verscheen in 2005 het vierde en blijkbaar ook laatste deel. De Bezige Bij draagt ook hierin een verantwoordelijkheid. De Claus-studie bestaat nog –hopen wij- maar is nauwelijks zichtbaar en de onderzoeksresultaten worden niet meer publiek gemaakt. De website van het ‘Studie- en documentatiecentrum Hugo Claus’ is (en was) ondermaats, in 2017 zien we een Facebook dat niet meer van het Clauscentrum is maar wel een persoonlijke pagina. Nooit wordt dit land volwassen. (naschrift, 5.6.2017)

In ‘De Morgen’ verscheen van Sarah Teerlynck op 24 december 2010 een artikel naar aanleiding van ‘De wolken’, een postuum boek met werk van Claus. De eerste zin van Theerlynck is fout: ‘In maart verschijnt het laatste boek van Hugo Claus.’ Het laatste boek van Claus is al verschenen. In maart verschijnt een postuum boek, wat een verzameling zal zijn.

Theerlynck laat Veerle De Wit (die zich Veerle Claus noemt – toch raar dat journalisten zich vrolijk maken over tennissters die de naam van hun man aannemen en dit niet doen voor de schrijversweduwe. Overigens: dat vrouwen hun eigen naam blijven houden in België is een culturele en morele verworvenheid waarmee België zich – toch op dit vlak- superieur toont aan de buurlanden.) zeggen: ‘Daarom ben ik blij met elk initiatief dat zijn oeuvre levend houdt. Als je daar niet aan werkt, kan het zo snel in de vergetelheid verdwijnen. Ik wil niet dat het werk van mijn man hetzelfde lot beschoren is als dat van Lucebert of W.F. Hermans.’

Lucebert of W.F. Hermans!? Van deze laatste verschijnt het Verzameld werk in een gebonden en bestudeerde editie. Zijn werk werd onlangs nog vertaald in het Frans en door Kundera in ‘Le Monde’ lovend besproken. Over Lucebert verschenen verschillende werken, o.a. ‘De lezende Lucebert: de bibliotheek van een dichter.’ Zijn dit tekenen dat dit werk verdwenen is? Maar het is waar: er werden voor deze schrijvers geen ‘massabijeenkomsten’ op het strand van Oostende georganiseerd. Gelukkig maar.

Tussendoor. In maart zal dus ‘De wolken’ verschijnen. De ondertitel van dit boek luidt: ‘Uit de geheime laden van Hugo Claus’. Men maakt het alweer sensationeler dan het is. Iedereen weet dat een schrijver aanzetten heeft (en bewaart), dat er gelukte en mislukte teksten blijven liggen. De laden (of dozen) van Claus waren dus niet geheim. Dit boek wordt aangekondigd in de voorjaarsaanbieding 2011 van De Bezige Bij en van De Bezige Bij Antwerpen. Grote verrassing! Voor de Vlaamse en de Nederlandse markt heeft men blijkbaar een verschillende editie voorzien. De Vlaamse wordt samengesteld door Veerle Claus en Mark Schaevers. Voor de Nederlandse editie staat alleen Mark Schaevers vermeld.

In de tekstbijdrage van de Amsterdamse editie staat: ‘Uit deze papieren nalatenschap maakte journalist en schrijver Mark Schaevers een schitterende selectie.’ Schaevers is dus de enige ‘auteur/samensteller’.

De Antwerpse brochure: ‘Uit deze papieren nalatenschap maakte weduwe Veerle Claus samen met journalist en schrijver Mark Schaevers een schitterende selectie.’ In deze editie is Veerle De Wit dus hoofdauteur/-samensteller.

Maar laten we terugkeren naar ‘dat wat hem voor ogen kwam’, zoals in de verantwoording bij ‘Dichterbij’ staat. We weten –ook al uit de eigen gedichten van Claus zelf- dat hij in dialoog met anderen leefde. In ‘Van horen zeggen’ (1970) bijvoorbeeld is het achttiende dagboekblad (Vertalen) (en niet ‘Over het vertalen van De Tango van Borges’ zoals het min of meer verkeerd vermeld staat in ‘Het teken van de ram 4’) één van de vele verwijzingen. Deze vertaling is niet verschenen in de reeks ‘Dichterbij’ maar wel opgenomen in het vierde jaarboek. In gedicht (Vertalen) schrijft Claus:

Het kraakt aan alle kanten, het waggelt,
Dit treurlied van een dans.
In het Spaans: een harde doos met muziek erin,
Een vuursteen, en opgekrulde veer
In het Vlaams: een pleister. Metrum zakt onder tafel.
De muziekband is verbrand.
(non est possibile)
Natuurgetrouw kwakkelt, hoe kan het anders?
elke tango in het Vlaams op tweetijdige voeten.

Het waggelen, het kwakkelen is het thema. Het kan niet anders.

Zou Claus niet zijn leven lang Shakespeare gelezen hebben? Heeft hij op een achternoen zijn ‘Sonnetten’ geschreven? En wat met Rilke, Petrarca? Blijven we in de twintigste eeuw en nemen we als voorbeeld Theodore Roethke.

Claus vertaalt hier het gedicht ‘Elegy for Jane’. Het Claus-jaarboek 3 behandelt de periode 1955-1965. Er staan teksten afgedrukt die Claus voor de BRT geschreven heeft. E?n daarvan gaat over Roethke (een andere gaat over Charles Olson, ook van hem is een gedicht opgenomen in ‘Dichterbij’.)

Maar er zijn ook andere ‘aanwijzingen’. Randstad, bijvoorbeeld, ‘het driemaandelijks tijdschrift’ dat verscheen van 1961 tot 1969 en waar Claus een belangrijke rol in speelde. Dit tijdschrift in boekvorm bevatte opvallend veel wereld poëzie.

Nee, er is dus geen sprake van willekeur maar van een leven lang omgaan met poëzie.

Dit begrijpt men niet langer: ernst.

De_wolken_amsterdamDe_wolken_antwerpen
Advertenties