hugo claus, vertaler (3)

door johan_velter

Hc_3_supervielle

Wat een botte opmerking was dat daar op 6 december 2010 te zeggen dat het uiterlijk (of beter een slechte vorm) iets zegt over de inhoud van het boek. Dat dit duidt op een mentaliteit. Dat dit iets zegt over slordigheid. Men zegt mij dan dat je op die manier volledige fondsen moet afschrijven. Wat ik zeer waardeer: de scherpzinnigheid van mijn lezers. Laten we de opmerking echter niet als een axioma interpreteren maar als een waarschuwing.

Het gaat nogmaals om ‘Dichterbij’ van Hugo Claus, een De Bezige Bij-uitgave uit 2009. Hier werden de vertaalde gedichten opgenomen die Hugo Claus eerder publiceerde in de weekbladen Knack en Elsevier.

Zo doet men dan. Men schrijft een voorwoord en titelt dit als ‘Het grote misverstand: Hugo Claus over het vertalen van poëzie’. Men ondertekent met Hugo Camps. Dit voorwoord bestaat uit 6 blokken woorden van Hugo Claus. Weliswaar is het een geluk dat Hugo Camps zijn zweterige woorden er niet tussen heeft gegooid. (Met uitzondering echter van het begin van de tweede alinea. Daar schrijft hij: ‘Hugo Claus heeft er zin in.’) Er is geen bronvermelding bij de citaten. (En zie op de eerste pagina is er aan de linker kantlijn al een hapering te bespeuren.)

Er is te lezen: ‘Maar even ontroerend is Blaise Cendrars, die in 1917 van het menu in een restaurant een schitterend gedicht maakte. Ik zal Cendrars zeker vertalen, hij is een van de grootste auteurs ter wereld, maar totaal onbekend gebleven.’ In deze verzameling vertalingen is geen Cendrars opgenomen.

Een ander citaat: ‘Het vertalen van onbekende dichters is beslist niet spelen op veiligheid.’ Onbekende dichters? In dit boek: Ginsberg, Perros, Roethke, Shakespeare, Aridjis, Petrarca, Crevel, Dotremont. Dit zijn dichters die in de inhoudsopgave op de eerste pagina staan en die door elke modale literatuurlezer gekend zijn.

Wat beoogt dit voorwoord? Laten we dit vergeten en ons wenden tot de ‘verantwoording’ op p. 191. Hier wordt de ‘herkomst’ van dit boek toegelicht. ‘Dichterbij’ verscheen in wekelijkse afleveringen tussen 9 september 1987 en 14 september 1988 in Knack en Elsevier. Ha, nu wordt het duidelijk. Het hier opgenomen voorwoord is het interview dat Camps toentertijd van Claus heeft afgenomen. (Inhoudelijk zullen we dit voorwoord nog later kunnen gebruiken.) Over de herkomst van de gedichten zegt de uitgever: ‘Van sommige teksten is evident waar Hugo Claus ze vond, van andere niet. Hij vertaalde wat hem voor ogen kwam: uit zijn eigen bibliotheek, uit kranten, tijdschriften en festivalbrochures. We sluiten zelfs niet uit dat een enkel gedicht of schrijverschap ontstaan is uit zijn verbeelding.’

De evidentie die men voorstelt is toch niet zo evident als men wat concreter wil gaan. Men doet het weer alsof Claus zomaar vertaalt, ‘wat hem voor ogen kwam’. De laatste zin is regelrechte onzin. Als dit zo is, moet men klaar en duidelijk zeggen over welk gedicht het gaat.

Men spreekt van een begindatum: 9 september 1987. En kijk, hier dwarrelt een blad met het gedicht ‘Het domme uur’ van Ramón Gómez de la Serna op mijn tafel, gedateerd: 22/08/1987. Zelfs een datum verifiëren is er niet bij geweest. En het bijschrift van Hugo Claus is veranderd. ‘Niet ingrijpend’ maar er zijn veranderingen en zijn we niet opgevoed in de traditie van tekstgetrouwheid? Waarom werd dit gedaan? En door wie? En is het nu beter? En moet dit dan niet redactioneel verklaard worden? Of zijn er verschillen geweest tussen Knack en Elsevier? Een goede uitgeverij meldt dit toch? De redacteur zwijgt echter.

We citeren enkel de laatste alinea (in de weekbladversie is de tekst niet in alinea’s verdeeld).

Elsevier, 22/08/1987. ‘Meestal van de schrilste, prachtigste slechte smaak, soms teder en mysterieus, soms zoals in dit fragment uit ‘El Doctor Inverosimil’ vol gezond verstand.’

Dichterbij, 1987. Hij [d.i. Ramón Gómez de la Serna] is vaak van een prachtige slechte smaak, soms ondoordringbaar, maar af en toe, zoals in dit fragment van ‘De onwaarschijnlijke Dokter’ vol gezond verstand.

Heeft Claus zelf die tekst later veranderd? (Maar gaat het dan niet om een postume uitgave?) Want ook het gedicht zelf bevat varianten. In de Elsevierversie luidt de vierde strofe als volgt:

‘Ik heb een man gezien die altijd floot,
onophoudelijk, die zijn gedachte kwelde
met gefluit, die haar prikte met de lange naald
van zijn gefluit,
en die geleidelijk
verlamd geraakte tot zijn hersenen smolten.’

In ‘Dichterbij’ zijn strofen 4 en 5 samengevoegd. Ik citeer nu enkel strofe 4, al zijn er ook op andere plaatsen verschillen.

‘Ik heb ooit een man gezien die altijd floot,
onophoudelijk floot, zijn gedachten kwelde
met gefluit, die zijn gedachten prikte
met de lange naald van zijn gefluit,
en die geleidelijk verlamd geraakte
tot zijn hersenen smolten.’

Welke tekst(en), welke versie heeft de uitgever voor deze uitgave gebruikt? Daarover zwijgt men. In een degelijke uitgeverij zijn zulke praktijken niet veroorloofd.

En wat is dit? Hier vinden we nog een gedicht dat in Elsevier verscheen op 31/10/1987: een zang van de Maori’s.  Niet opgenomen in ‘Dichterbij’. In ‘Getande raadsels’ -een overigens door Meulenhoff|Manteau schabouwelijk boek uitgegeven boek- schrijft Patrick Conrad over een foto van Hugo Claus en Veerle De Wit, genomen door Herman Selleslags en in Humo gepubliceerd (maart 2003): ‘Zij staan er samen op, Veerle en Hugo, voor een gigantische, onscherpe foto van een getatoeëerde Maori die de ingetogen wijsheid en de berusting belichaamt.’ (p. 90).

En dit? Op 05/12/1987 verscheen in Elsevier ‘Jij en mijn ziel’, een gedicht van Jules Supervielle. Een gedicht dat niet te vinden is in het boek ‘Dichterbij’. Illustratie 1 toont dit blad en maakt tegelijkertijd de superioriteit zichtbaar van deze vormgeving tegenover die van Brigitte Slangen in het DBB-boek.

En ik heb nog niet eens gezocht.

Ook over de volgorde van de gedichten wordt niets gezegd. De rangschikking in ‘Dichterbij’ is niet die zoals de gedichten verschenen zijn in de jaren 1987-1988. Nu, ik geloof niet dat Claus een betekenisvolle volgorde heeft nagestreefd. Mat wat beoogde de redacteur (als er al een redacteur hier aan te pas gekomen is) dan met deze volgorde?

Tot zover de redactionele bekommernissen om dit werk te duiden. Is dit dan genoeg? Dit is bijlange na niet genoeg.

In kleine letters staat op p. 7: ‘De titels achter de auteursnamen zijn titels van de gedichten […], niet van de bundels zelf.’ Zou het geen mooi werk voor een redacteur geweest zijn om te achterhalen uit welke bundels deze gedichten gehaald waren?

En je leest de gedichten –waarover later meer- en je oog blijft hangen aan een versregel van Theodore Roethke. Het gedicht is ‘Elegie voor Jane’ en is in het boek ‘Dichterbij’ te vinden op p. 26. Ik citeer:

‘O, zelfs toen ze treurig was, stortte zij zich in zo’n pure diepte,
Zelfs een vader kon haar niet vinden:
Haar wagen schraapten langs stro,
Het klaarste water trilde.’

Haar wagen? Schraapten? Wat zou dat kunnen betekenen? Geen geleerde zijnde, denk ik niet na. Ik neem een boek. De Engelse editie spreekt van ‘cheek’: ‘Scraping her cheek against straw’. Dit is dus een drukfout, het moet zijn ‘wangen’. Drukfout? Wat ben je optimistisch.

Je kijkt naar de Knack-versie van 30 september 1987 en je leest: ‘Haar wagen schraapten langs stro,’. De redacteur heeft de teksten gewoon aan de secretaresse gegeven en gezegd: ‘Tik’. Waarom zou men lezen? Dit is een uitgeverij.

Hugo Claus is een topauteur én –vertaler. Het is een schande hoe met zijn werk gesold wordt.

Advertenties