bram van velde en de literatuur (5)

door johan_velter

Jean Frémon (° 1946) was nauw verbonden met Galerie Maeght. Hij publiceerde veel in het tijdschrift Répères. Sinds 1981 is hij verbonden aan Galerie Lelong. De reeks ‘Argile’ (klei) is opgezet door Maeght en verenigde een aantal kunstenaars uit de eigen stal met bevriende auteurs. Zo ook hier: Frémon schreef een tekst, Bram van Velde maakte litho’s. Er bestaan twee edities van ‘L’envers’ (1978). Als ‘livre de peintre’ bevat het boek vijf bijzonder kleurrijke litho’s (ill. 1); de volksuitgave bevat enkel afbeeldingen van zwart-wit ‘tekeningen’ (ill. 2). Beide edities zijn daardoor compleet andere boeken geworden.

De tekst bestaat uit vijf delen. In de gewone editie (de luxe-editie ken ik niet) wordt elk deel voorafgegaan door een prent. De beelden helpen op deze manier het boek te structureren. De prenten worden altijd –met uitzondering van de frontispice- op de oneven bladzijde afgedrukt, de achterzijde wordt blank gelaten.

En het is nog ingewikkelder. De prenten van de volkseditie (of ‘l’édition ordinaire’) hebben niets te maken met de luxe-editie van dit boek maar zijn lavis-tekeningen die gebaseerd zijn op lithografieën (of is het omgekeerd?) voor het ‘livre de peintre’ ‘Fantasmes’ van Michel Bohbot (Labyrinthe, Paris, 1978). Dit boek bevatte 6 (met het omslag 7) vierkleurige litho’s op 60 exemplaren.

Argile’ is een typerende naam voor de na-oorlogse kunst in Frankrijk. Het is een paradox: Paris bepaalt de landscultuur en is bij uitstek dé stad. Maar de Franse cultuur zelf tendeerde naar het platteland. Zo ook de politiek: Mitterrand is ondenkbaar zonder het concept van ‘la France profonde’. Het is pas de generatie van na ’68 die zich lijkt los gemaakt te hebben van dat mythische Frankrijk. Bij veel Franse schrijvers is de scheiding tussen poëzie, proza en essay diffuus. Dit komt de scherpte van het denken niet altijd ten goede. De teksten cirkelen rond het werk van, ja van wie? Soms zijn teksten inwisselbaar omdat ze niet verwijzen naar concrete werken.( Zo verwees André du Bouchet in het boek ‘La couleur’ bijvoorbeeld naar het blauw bij Bram van Velde terwijl de bijgevoegde prent geen blauw bevatte…) De lezer wordt zaken gesuggereerd, de schrijver wordt zaken in de mond gelegd. Het is alsof de Franse cultuur de aanvaarding van de moderniteit nog niet verwerkt heeft.

Ook bij Frémon heb je een typische, ‘Franse’ problematiek, de verhouding tussen werkelijkheid en verbeelding. Dus tussen realiteit en kunst. De abstracte vormen worden ter discussie gesteld: verwijzen die naar het niets of naar iets. En dat geldt ook –want alles kan gelden voor iets anders- voor de figuratieve vormen: de vorm mens verwijst niet naar de mens – want de mens bestaat niet. (Dit levert hoongelach op aan de andere kant van de zee.)

‘L’envers’ is een meditatieve tekst waarbij de prenten de woorden verstevigen. De zwarte inkttekeningen trekken de zinnen naar de aarde, door het niet-verwijzen naar een zichtbare wereld verdampen ze de woorden. Het verhaal speelt zich af tussen twee personen. Er is rijm, sneeuw, natuur, wandelen, vastzitten. Op zeker moment zegt een figuur: ‘Comme c’est curieux ces mots concrets, du bois, des pommes, du vin, j’avais oublié leur existence. Je voudrais qu’il neige beaucoup, qu’il ne cesse pas de neiger pendant des heures, des journées entières. Que la maison en soit recouverte, nous serions à l’abri, au chaud, sous une épaisse couche blanche que personne ne pourrait franchir, nous resterions longtemps, toujours […]’ Die merkwaardige tendens in de cultuur : verdwijningskunst.

Envers_jean_fremon_luxeLenvers_volk
Advertenties