het boek, een vorm (ook) (9)

door johan_velter

‘Haha. Boeken van vroeger, handgeschreven en zo, die waren allemaal verschillend. Met de machines is dat allemaal veranderd. Eenheidsproducten. Alles is hetzelfde geworden. Zoals nu met de computer: vooraan op de knop duwen, achteraan een boek.’

In 1924 verschijnt ‘Zon in den rug’ van Karel Van de Woestijne bij Boosten & Stols te Maastricht. Het is het vierde deel in de reeks ‘De schatkamer’. De reeks werd door Jan Greshoff geredigeerd, Alexandre A.M. Stols stond in voor de typografie. De oplage bestond uit 1055 exemplaren. 40 werden gedrukt op Hollands papier, 1015 op Engels papier.

In het boek van G. van Dijk ‘Alexandre A.M. Stols 1900-1973: uitgever, typograaf: een documentaire’ (Walburg Pers, 1992) wordt dit werk even vermeld maar er wordt geen specifieke informatie gegeven.

Peter Theunynck schrijft in zijn boek ‘Karel Van de Woestijne biografie’ (Meulenhoff|Manteau, 2010) (dit boek kan bekroond worden voor de lelijkste stofomslagrug) dat de samenwerking met Greshoff een ‘win-winsituatie’ was. KVDW kon zijn werk laten verschijnen in belangwekkende en stijlvolle reeksen en Greshoff kon uitpakken ‘met een van de reuzen van de Vlaamse literatuur, een auteur die ook boven de Moerdijk bekend en geliefd is.’ In de documentaire over Stols lezen we op p. 421 dat de firma Enschedé aan Stols laat weten dat ze van de ‘Nagelaten gedichten’ drie (3) exemplaren verkocht heeft. Peter Theunynck schrijft dat de oplage van 1000 exemplaren een voor die tijd ‘erg hoog oplagecijfer’ was.

Hetzelfde boek en toch is de fysieke verschijning van de exemplaren niet altijd hetzelfde. De kleur van de omslag verschilt niet alleen, er is ook sprake van een ander papier. Op illustratie 1 zie je links het nummer 1043, rechts het nummer 88. Ook het formaat is verschillend: 1043 is een halve centimeter kleiner. De boekomslag is bij beide boeken verschillend: het nummer 1043 heeft een rechtere rug dan het nummer 88. De manier van binden is anders: het nummer 1043 lijkt kleinere naaisteken te hebben dan nummer 88. (Om dit zeker te zijn, zou de rug moeten losgemaakt worden.) Het linnen op de rug is bij beide boeken niet gelijk aangebracht.

Het intrigeert te weten wat gebeurd zou kunnen zijn.

Wat ook intrigerend is, is de durf van Stols. Op pagina 67 drukt hij een halve versregel af (ill. 2). Het is de laatste regel van gedicht 3 van de cyclus ‘Het gelag bij Pholos’. Dit is iets wat nu nooit meer gedaan zou worden. En wie dit zou doen, wordt gelijk verketterd en onbekwaam verklaard. Maar zie, op een of andere manier is dit hier aanvaardbaar. De regel staat alleen maar is niet verloren. Dit komt omdat de rechterbladzijde direct aansluit bij de linker. Toch is ook dit niet helemaal correct. Op pagina 86 drukt hij één woord af. En de vormgever heeft geluk dat het het woord glimlachen is en daarmee de lezer verzoent (ill. 3).

9-19-29-3
Advertisements