het boek, een vorm (ook) (3)

door johan_velter

Paginanummers. Nu boeken steeds meer een standaardformaat kennen en de lettertypes steeds dezelfde klassieke letters zijn, lijkt het wel alsof vormgevers zich enkel nog kunnen uitleven in het verplaatsen van de paginanummering. Een paginanummer is een louter functioneel gegeven. Men weet hoeveel bladzijden er te gaan zijn. Het is noodzakelijk bij het citeren. De cijfers staan best buiten het tekstblok –er kan op die manier geen contaminatie gebeuren. Maar ze mogen ook niet te ver van de tekst af staan want dan wordt te veel aandacht naar het getal getrokken.

Een slecht voorbeeld is ‘Gevoelige ideeën’ van Carel Peeters. Het boek werd in 2008 door De Harmonie uitgegeven. De typografie was van Ar Nederhof. Men slaat een bladzijde om (ill. 1 en 2) en het oog is verdwaald: het ziet eerst een getal en daarna de titel van het boek, terwijl de hersenen wel een samenhangend begrip verwachten. De bovenmarge (de afstand hier tussen het tekstblok en het bovenste deel van het boek) is te ruim genomen. Dit is verklaarbaar omdat de vormgever daar ook de paginering en de titel in wilde opnemen. Gerekend vanaf de nummering is de boven- en ondermarge gelijk. Maar wat rekenkundig gelijk is, is niet noodzakelijk leesvriendelijk. Elke keer hapert het oog van de lezer aan de titel. Dat de titel bovenaan steeds herhaald wordt, is niet verkeerd. Integendeel, dit getuigt van een kennis van de traditie. (Ook al is dit dikwijls een lege vorm gebleven. Titels hebben zin als het boek uit verschillende onderdelen bestaat én het noodzakelijk is om de lezer bij de les te houden.)

Een voorbeeld (ill.3) van een titel in de bovenmarge is de reeks Privé-domein. Op de linkerpagina wordt de hoofdtitel gecentreerd en in kapitaal opgenomen, op de rechterpagina de ‘hoofdstukken’. Omdat er een typografisch onderscheid is tussen het tekstblok en de titels werkt dit hier niet storend. Het oog vindt direct het volgende woord. De typografie dient in het geval van ‘Gevoelige ideeën’ de tekst niet. Men zou kunnen verwachten dat het betoog van Carel Peeters en de vormgeving van het boek toch enigszins zouden overeenstemmen. Dit is hier niet het geval: integendeel. De typograaf wil ‘hedendaags’ zijn en toch de traditie volgen. Maar er hapert iets: kennis van traditie, kennis waarom iets zo en niet zo moet zijn. Ambachtelijkheid ontbreekt hier.

Wat zeer storend is, is wanneer de paginanummers in de linker- of de rechtermarge staan. Daardoor is de scheiding tussen tekst en cijfers dikwijls nog veel diffuser en soms lijkt het er op dat cijfers en letters elkaar beïnvloeden. De cijfers worden een typografisch element, zijn niet meer dienend maar worden decoratie. Een voorbeeld hiervan is ‘Dichterbij’ van Hugo Claus, een uitgave van De Bezige Bij, in een vormgeving van Brigitte Slangen. Dit boek is typografisch een mislukking. De verhoudingen zijn overal zoek. Het begint al met de inhoudsopgave. Deze is in een redelijk klein font opgenomen. Maar in het binnenwerk zijn de inleidingen van Claus in een groot font gedrukt, de vertalingen zijn dan weer in een kleiner font. Ook de tekeningen van Claus staan niet in verhouding tot de paginaspiegel. Over elke tekening (soms ook onder de tekening) werd dan ook nog de naam van de vertaalde dichter opgenomen, net alsof we de linkerpagina niet kunnen lezen. Het lijkt allemaal te veel op reclame, opzichtigheid, meisje speelt met letters.

Brigitte Slangen heeft de dubbele paginanummering steeds op de linkerpagina opgenomen (ill. 4): op één blad vermeldt ze dus de twee pagina’s. Ze doet dit uiteraard consequent op dezelfde hoogte maar dit klopt niet omdat er in dit boek al zoveel decoratie aanwezig is. Ze wil de aandacht trekken naar de cijfers terwijl de cijfers maar een secundair gegeven mogen zijn. Het is zoals Claus het dicht (in zijn vertaling van Hamlet): ‘Er moet eenvoud zijn maar niet / die van het niets.’ Ze maakt de zaken nodeloos ingewikkeld. De teksten worden niet meer ‘zuiver’ gezet.

En deze truc levert haar nog een ander probleem op. Omdat de nummering een louter functioneel gegeven is, worden traditioneel het voorwerk, het eventuele colofon en de blanco bladzijden niet genummerd. Ze hebben namelijk geen referentie nodig. In dit boek doet Brigitte Slangen dit echter wel: op blanco bladzijden wordt de dubbele paginering opgenomen (‘ill.’ 5). Daardoor toont ze overduidelijk aan dat dit slechts ornament is en lelijk bovendien.

Dit boek heeft een hardcover maar dit is louter bedrog. Dit is geen genaaid maar een gelijmd boek. Wie iets te enthousiast leest, zit algauw met losse bladen.

PagPagPagPagPag
Advertenties