ja, men heeft gelijk (1)

door johan_velter

‘Vrijheid’ van Jonathan Franzen is inderdaad alweer een boek waarvoor je enkel bewondering kan hebben. Die enkele zinnen die afbreuk doen aan de genialiteit, beklemtonen het geniale van de rest van het boek.

Het is een boek van deze tijd. Een aanklacht tegen de domheid, de gemakzucht. Tegen de ‘liberals’ (in de Amerikaanse betekenis van het woord): hun egoïsme, hun dwaasheid, hun lafheid, hun hypocrisie. Het is dus ook een ‘Vaders en zonen’-boek. Bovenal toont het boek het moreel falen van de babyboomers aan. Het legt de leugen bloot: hoe de ‘liberals’ woorden gebruiken en het tegenovergestelde doen. Wat we dagelijks ervaren – hier, nu.

De roman speelt met spiegels: de ouders zijn even erg als hun ouders even erg als hun kinderen. Walter Berglund en Richard Katz hebben allebei dezelfde soort carrière, allebei geven ze een uitval ten beste (Katz doet dit in een interview, Berglund in een toespraak). Beiden spuwen op de hand die hen voedt. Beiden blijven in het systeem. De vrouwen herhalen zich. De relaties tussen de personen worden steeds als uniek ervaren, maar we zien hoe alles hetzelfde blijft. De roman is een prachtvoorbeeld van hoe mensen zichzelf klem zetten.

De roman heeft niet één hoofdpersoon –Patty Berglund is slechts één personage-, en ook het gezin Berglund is slechts een metafoor voor de teloorgang van een wereld, een cultuur. Het boek is een complexe en inventieve illustratie van Isaiah Berlins’ ‘Two Concepts of Liberty’ (gepubliceerd in 1958). Franzen speelt zijn rol van moralist: hij veroordeelt op een duidelijke manier een parasitair leven. En omdat het over vrijheid gaat, is dit ook een bespiegeling over hoe we het leven zelf kunnen vormgeven. Jonathan Franzen kiest voor een actieve houding: mensen kunnen wel keuzes maken. En toch blijft men gedetermineerd. Sommige bladzijden zijn uitgesproken naturalistisch.

Het boek toont aan hoe een ‘aardige’ mens (Franzen noemt Walter Berglund géén goede mens) door het meeheulen met de macht slecht wordt. Hoe hij slechts genezen kan door zich terug te trekken uit het maatschappelijk leven. (In deze fase laat Franzen jammer genoeg een steek vallen: de boetedoening van Walter Berglund, zijn eenzaamheid, ontaardt ook in een fanatisme –en dit fanatisme komt te staan tegenover het fanatisme van de conservatieven. Franzen had dit thema kunnen/moeten uitwerken. Charlotte Mutsaers heeft in ‘Koetsier Herfst’ het thema van de onverdraagzaamheid van het medelijden wél behandeld.)

De figuren van Franzen hebben niets heroïsch meer. Je kunt nauwelijks respect opbrengen voor hen. Dit hele gezin (met de drie generaties) is door en door rot: niets deugt. Als men iets positiefs begint, ontaardt het in het tegendeel. Elke goede daad van elk hoofdpersonage blijkt alleen maar ingegeven te zijn door een kortzichtig egoïsme. Liefde is eigenliefde. De kinderen van Berglund hebben zelf geen kinderen meer –en doen wat Walter Berglund voor zichzelf verkondigde maar te sentimenteel was om uit te voeren. Franzen bevestigt dat geen kinderen het beste is.

Het slot is een bevestiging van de val. Het lijkt op een eind goed, al goed. Patty en Walter Berglund zijn weer bijeen. Maar deze hereniging is echter de bevestiging van de hel. De figuren zijn niet in staat om hun eigen leugen te ontmaskeren. Weer zal het gaan zoals voordien: man eet vrouw, vrouw eet man. Franzen bevestigt met zijn einde hoe tragisch blind deze generatie is. Hoe haar zelfvoldaanheid zich keert tegen zichzelf: ze laat zich niet vernietigen, ze vernietigt zichzelf. De roman is daarmee een illustratie van de vrijwillige slavernij en daarmee wordt de titel niet in een ironisch licht gesteld maar in een sardonisch kamplicht.

Franzen beschrijft dit alles in verschillende stijlen. Er zijn verscheidene gezichtspunten. Hij heeft een aangename stijl, hij hakkelt of brokkelt niet. Daardoor wordt zijn pessimisme nauwelijks herkend. Franzen heeft in zijn stijl een snelheid ingebouwd (het ene feit na het andere gebeurd kwansuis) waardoor de lezer meegezogen wordt. De onaandachtige leest daardoor enkel nog de vaart, niet wat geschreven is. Wat een boek, wat een universum.

(De bladzijden die Abigail, de esoterische zottin, beschrijven moet Franzen met een ongelooflijk plezier geschreven hebben. En de medeplichtigheid van de lezer.)

Advertisements