de persoonlijke boodschapper van de zwarte god (2) – gods filosofen door james hannam

door johan_velter

Enkele voorbeelden uit het revisionistische, zwart-katholieke boek ‘Gods filosofen’ van James Hannam.

Over een ondervraging door de inquisitie. ‘De procedure was niet anders dan wanneer hedendaagse studenten de correcte antwoorden moeten geven om voor hun examen te slagen. Zeggen dat de examinatoren ongelijk hadden, was echter riskanter dan nu.’ (p. 186). De tweede zin lijkt de eerste te corrigeren. Maar het is een retorische truc om A met een anekdotisch feit b, dat sympathiek is, te vergelijken. De vergelijking maakt A kleiner en daardoor gezelliger. En wie kan er nu tegen zijn dat er op een examen niet de correcte antwoorden gegeven worden?

Een andere retorische truc is om in een zin woorden als misschien, wellicht, naar we veronderstellen, … op te nemen maar het betoog wel verder zetten alsof deze twijfels zekerheden zijn. Pagina 252: ‘[…] maar leerde waarschijnlijk ook iets over meer esoterische geschriften.’ […], van wie hij misschien via Plethon had gehoord.’ Pagina 267. ‘Misschien had zijn zorgvuldige […]. Bovenal bewijzen […]’. Pagina 290: ‘Regiomontanus heeft het werk van Richard van Wallingford misschien niet in directe zin gebruikt, maar hij heeft ongetwijfeld een ruwe schets [sic] van de verhandeling van de Engelsman bezeten, […]’.

Niet gefundeerde uitspraken. ‘Het heeft er alle schijn van dat hij [Duns Scotus] dit alles [dunce betekent idioot] heeft verdiend omdat hij voor latere lezers te moeilijk was om te begrijpen.’ (p. 236). Met dit grapje laat Hannam uitschijnen (!) dat de humanisten te dom waren om het genie van Duns Scotus te begrijpen.

Halve waarheden vertellen. Zo schetst Hannam de Renaissance als een reactionaire beweging: ‘Het verlangen terug te kijken naar Griekenland en Rome was het werkelijke kenmerk van de Renaissance, die in veel opzichten een conservatieve beweging was die eerder poogde op een denkbeeldig verleden terug te grijpen dan vooruit te komen.’ (p. 231) Dat de Renaissance een begin van secularisering was waardoor het wetenschappelijk denken mogelijk werd, wordt door Hannam verdoezeld want elke secularisering is voor hem een duivels werk en gaat in tegen zijn onjuiste stelling dat er in de Middeleeuwen dankzij de Kerk een wetenschap was.

Bronnen worden niet vermeld, terwijl de insinuatie wel gedrukt staat. De auteur insinueert dat hij wel de recente teksten kent, maar de anderen –kortzichtig als ze zijn- natuurlijk niet. Ze zijn niet alleen te dom, ze zijn ook te lui. ‘Pas kortgeleden is duidelijk geworden dat hun [middeleeuwse natuurfilosofen] doelwit de half verblinde aanhangers van Aristoteles waren, die de middeleeuwse kritische houding tegenover de Filosoof volledig kwijt waren geraakt.’ (p. 238)

Hij doet aan geschiedvervalsing. Hij beschuldigt Erasmus van de scheiding van katholicisme en protestantisme: ‘Erasmus’ retorica maakte deel uit van een langdurige aanval op de katholieke kerk, waardoor het christendom al snel zou worden gespleten.’ (p. 241)

Door tussenvoegingen schetst hij een klimaat vol verdachtmakingen. Zo gebruikt hij een uitdrukking als ‘volgens de verhalen’ (p. 241) waarmee hij insinueert dat al die horden historici dat wel mogen zeggen maar dat de auteur wel beter weet. Hij is verheven boven de massa, ja waarlijk, hij is de goddelijke boodschapper. Een ander voorbeeld staat op p. 242. Het gaat over Luther: ‘Er wordt gezegd dat hij zijn toespraak heeft besloten met de beroemde verklaring: ‘Hier sta ik, ik kan niet anders’. Als samenvatting van zijn gevoelens is dit accuraat, zelfs als de preciese beweringen apocrief zijn.’

De morele schuld van de inquisitie wordt verlegd naar de bevolking: ‘De inquisitie ging bij de uitvoering van haar taak heel erg op laster van informanten af. Dit leverde dus voor iedereen die er zijn voordeel mee wilde doen een makkelijke methode op om wraak te nemen.’ (p. 267) Dat de inquisitie een verklikkermentaliteit opbouwde en beloonde wordt hier natuurlijk niet vermeld. De auteur draait de zaak om: het is door het volk dat de inquisitie deed wat ze gedaan heeft. De Kerk wordt hiermee vrijgepleit.

De vijand als kinderen opvoeren. ‘Er was niets waarvan humanisten zo genoten als van een flinke kibbelpartij.’ (p. 288)

Onjuiste voorstelling van feiten. ‘Men stelt zich Copernicus vaak voor als een eenzaam revolutionair genie die aan de rand van Europa werkzaam was.’ Men? Aan de rand van Europa? James Hannam zet zijn kwaadaardig werk gewoon voort. Nee, Copernicus was geen eenzaam genie, hij correspondeerde met anderen en hij was op de hoogte van wat andere geleerden deden. En Polen was in die tijd geen randgebied. Algemene kennis wordt door Hannam genegligeerd en hij doet alsof hij nu de puntjes op de i zal zetten. Dit alles met de bedoeling de andere historici belachelijk te maken om zijn eigen broodheer, de katholieke kerk, te dienen.

Op p. 300 staat nog zo’n merkwaardige gedachtegang. ‘Copernicus heeft misschien van deze idee?n gehoord toen hij in Italië rondreisde. Helaas hebben historici niet precies [sic] kunnen vaststellen waar hij erop [de Nederlandse vertaling is bijwijlen abominabel] is gestuit. Het is onwaarschijnlijk dat hij de Arabische verhandelingen waarin deze theorema’s stonden heeft gelezen, omdat hij de taal niet kende en nergens is gebleken dat ze zijn vertaald. […] Copernicus was dus niet een eenzaam genie […].’

We leven in de tijd van de Restauratie.

Advertenties