tirant lo blanc (7)

door johan_velter

En na de liefde, komt de wreedheid.

‘Tirant hakte stukken uit zijn onder- en bovenarm zoveel hij maar kon, en hieraan ziet men pas goed wat voor een vreselijk wapen de aks wel is, […]. Hij gaf hem nog een laatste slag op het hoofd en de aks ging nu door de helm en kliefde de schedel, zodat de hersenen er langs oren en ogen uitspoten, waarna de ridder van zijn paard viel.’ (p. 133)

Een toernooi. ‘Nu weet u wel, heer, dat als er, bij tweegevechten naar Franse wijze, een voet, arm of hand buiten de omheining raakt en de kamprechters gevraagd wordt die af te hakken, deze gehouden zijn dat te doen.’ (p. 154)

Mededogen: ‘[…], plantte de dagge op zijn oogbol, […]’

Of –en alweer- over de moslims: ‘In Griekenland werden bij de eerste inval tal van burchten en dorpen ingenomen en zestienduizend kinderen werden opgepakt en naar Turkije en het land van de sultan afgevoerd om hen in het islamitisch geloof op te voeden. En een menigte vrouwen en meisjes werd in slavernij gedompeld.’ (p. 207)

Of: ‘Tirant keek even om zich heen, ontwaarde niemand, greep toen de man onverhoeds bij zijn haar beet, sleepte hem het hok binnen en sneed hem daar de keel af.’ (p. 634). Later zal blijken dat Tirant de man ten onrechte verdacht.

Hoogten en laagten. Emoties hebben nauwelijks een morele connotatie. De emotionele huishouding bestaat niet zoals wij die kennen. Nochtans komen verschillende humanistische passages voor. Een vorstenspiegel, bespiegelingen over hoe man en vrouw zich tegenover elkaar moeten gedragen, hoe men de vijand moet behandelen, enz. De Stoa is daarbij steeds een richtlijn. De beheersing wordt als een ideaal voorgesteld (bijv. in hoofdstuk 374). Maar er is een verschil tussen daden en woorden, tussen Sein en Sollen. Ook dat is voor deze tijd aantrekkelijk. Net zoals er toen gezocht werd om de relaties tussen mensen op een andere manier vorm te geven, zo is ook de kloof tussen wat wij doen en wat wij weten wat we zouden moeten doen, groot. De liefdesrelaties tussen de personages is veel minder stringent dan wat we nu denken. Dat de keizerin –nog steeds gehuwd met de keizer- een relatie aangaat met een ridder die haar zoon zou kunnen zijn, wordt moreel niet af- of goedgekeurd. De liefde is er. We zijn hier ver van het spotten met ongelijke relaties door Erasmus, Cranach, e.a. humanisten. In ‘Tirant lo Blanc’ wordt dit beschreven als een liefde zoals er andere liefdes zijn. En voor ons is dit bevrijdend, omdat aan deze voorstelling –uiteraard- geen freudiaanse connotaties verbonden zijn.

Er wordt op verschillende plaatsen verwezen naar Seneca als een morele leidsman. De Klassieke Oudheid is voor de schrijver Joanot Martorell een grotere, concretere realiteit dan de bijbel. De godsdienst lijkt gereduceerd te zijn tot rituelen, ceremonies, een vorm.

Een kloosterling houdt een preek: ‘Het is goed een heer als deze te mogen dienen, die zijn ondergeschikten zijn vrijgevigheid en genegenheid betoont, want hem behoort de eer toe, die niet van hem wijkt, omdat zij voortvloeit uit de luister van zijn geest, waarin alle andere gaven rusten. Luister is immers het gevolg van grootmoedigheid, die alle andere deugden en eigenschappen voortstuwt. Daarom zegt Seneca dat handelingen van een grote geest altijd wilskracht tot uiting brengen en dus eigen zijn aan grootmoedige, luisterrijke en vastberaden vorsten die op wijsheid en eer gesteld zijn.’ (p. 512).

Advertenties