don quichot (5)

door johan_velter

Met pijn in het hart, maar: Jorge Luis Borges heeft ongelijk. De ‘Don Quichot’ is geen treurzang om wat voorbij is. Het is geen melancholische bespiegeling over de tijd van vroeger, de riddereer, de betovering van de wereld. Integendeel. De Cervantes heeft het boek geschreven als een waarschuwing voor hen die naar het verleden willen terugkeren, die een reactionaire houding aannemen en de wereld niet (willen) zien zoals die is. Het is daarom verbijsterend te moeten lezen dat de vertaler, Barber van de Pol, ervoor gekozen heeft om het boek niet te annoteren. (Ze heeft wel enkele essays apart gebundeld.) Dit is hetzelfde als wat we met Diderot gezien hebben: opeens wordt een auteur gereduceerd tot literatuur en wordt hij onschadelijk gemaakt. Er is geen standpunt meer, er is geen visie, geen bijtende kritiek, geen intelligentie. Men wil de lezer ook reduceren tot louter lezer, niet langer is hij een verstandige mens. Daarmee reduceert men klassieke en dus betekenisvolle literatuur tot consumptieliteratuur: leg je achterover en lees.

In de slotalinea maakt Miguel de Cervantes een aantal zaken duidelijk.

  1. Het personage Don Quichot is van de auteur. De Cervantes heeft hem geschreven én het is de schrijver die weet wat de bedoeling van dit personage is. (Terzijde: De Cervantes staat op zijn auteursrecht.)
  2. De Don Quichot is geschreven om ‘mensen afkerig [te] maken van de verzonnen en onzinnige historiën in ridderboeken, die door die van mijn ware Don Quichot al wankelen en zonder enige twijfel uiteindelijk helemaal zullen vallen.’</span>

In het laatste citaat hebben we weer de tegenstelling tussen waar en verzonnen. Waar is Don Quichot (nochtans een verzinsel), onwaar is de Don Quichot van die ‘zogenaamde schrijver uit Tordesillas’ die de figuur Don Quichot gekaapt heeft om zelf een boek te schrijven (nochtans is ook dit personage een verzinsel). De Cervantes noemt zijn Don Quichot waar omdat hij realistisch schrijft, omdat hij zijn figuur een betekenis en een zin gegeven heeft en hem niet zomaar laat ronddolen. De schrijver wil de waarheid tonen. De schrijver is overtuigd van de waarheid van de kunst: er is verbeelding maar de verbeelding is niet vrijblijvend. Kunst heeft een betekenis.

Maar deze hele passage legt De Cervantes in de mond van Sidi Hamid, de zogezegd oorspronkelijke schrijver van de Don Quichot (De Cervantes presenteert zichzelf als de vertaler). Wat is dus waar?

We kunnen hier een modieus spel spelen van spiegels, vragen en diepzinnigheden. Maar eerder zal dit alles ‘gewoon’ een spel zijn: het plezier een masker op te zetten en te weten dat hij die kijkt (of leest) weet dat dit een masker is. De samenzwering tussen auteur en lezer.

Advertenties