de bibliotheek informeert

door johan_velter

Folders

[Groot nieuws! Groot nieuws!

Het personeel werd samengeroepen. Het was al half augustus en een personeelslid had gezien dat een lener niet één maar twee folders van de voorbije Gentse Feesten had meegenomen! Het personeel kwam bijeen. Er was de plicht. En dus. Men sprong omhoog, jubelde, danste in het rond. Ballonnen werden geblazen, confetti rondgestrooid. Een loflied gezongen. De toekomst vertrouwd. Dankbaarheid voor het leiderschap. Respect voor de daadkracht, de durf, het inzicht, de sprong naar de toekomst, het licht dat gloort over de bergen, de zon die gloeit, de hemel die wenkt. Engelen daalden neer. Klaroenen weerklonken. Duiven kirden.

Communicatiegewijs werd nu immers aanschouwelijk bewezen dat de folders geliefd en omarmd werden door de hele Gentse bevolking. Cultuurgewijs komt de Gentse bibliotheek daarmee in de top 100 van de innovatiefste bibliotheken te staan. Informatiegewijs was dit voor Gent de sprong in de eenentwintigste eeuw. De bibliotheek was klaar, zonneklaar, helemaal gaar.

De bejubelde stond er bedremmeld bij en prevelde –met het gezicht naar de grond- dat ze dit alleen maar gedaan had voor de kleur. In dat geel wilde ze haar tuinmuur schilderen en ze had twee folders meegenomen: een voor haar, een voor de schilder.]

Tijdens de Gentse Feesten werd een ‘Gents aperitief’ georganiseerd. Een moderator sprak met ‘Gentse’ figuren. De bibliotheek verspreidde keuzelijsten. Er waren er teveel. Het waardevolle mag communicatiegewijs niet verloren gaan. De communicatie moet zichzelf elke dag kunnen tegenkomen: ‘Ik besta. Ik besta. Ik zeg het zelf.’

De folders moeten en zullen verspreid worden. Desnoods tot de volgende beesten.

Het spook van de keuzelijsten. Vroeger –tien, vijftien jaar geleden- kon men van zinvolheid spreken. Een bibliotheekcollectie was weliswaar ontsloten maar de ‘ingangen’ waren beperkt. Met keuzelijsten kon men een andere invalshoek geven. De mensen kregen een lijst: zo hoefde men niet in die vuile papieren catalogus te zoeken –waar de meeste mensen toch hun weg in verloren.

Vandaag is er internet. Ik herhaal: vandaag is er internet.

]

En de keuzelijsten zoals die vroeger gemaakt werden, hebben nu geen zin meer. Nu nog kan een keuzelijst recht van bestaan hebben als die op een verstandige wijze samengesteld en geannoteerd is. Als de lijsten voor een specifiek publiek gemaakt worden, als dat publiek mogelijk interesse heeft. En als de keuzelijsten correcte informatie bevatten. Het lege weet niet beter, doet het toch. Wat moet ze anders doen? Tafels opblinken? Slijmsporen verwijderen? Nadenken? In de bibliotheek van de eenentwintigste eeuw?

De folders zijn kleurrijk en er is een foto. En waardevolle informatie. Nergens anders te vinden! En bovendien gratis. Het mag allemaal wat kosten –de gemeenschap betaalt toch. Alles voor het imago, het imago voor de communicatie. De folders liggen te verkommeren.

En je kunt erover communiceren.

Je kunt bijvoorbeeld op zoek gaan naar een zekere schrijver Tom Lannoye die ‘Sprakeloos’ geschreven zou hebben. Lannoye? Wie in een bibliotheek werkt, weet dat dit Tom Lanoye moet zijn. Volgens de folder uitgegeven in 2010, in werkelijkheid in 2009.

Of je kunt in discussie treden over de vrouwenemancipatie. Wie één van de folders leest, zal denken: ‘Het zijn toch altijd de mannen die het doen.’ Het boek ‘Vrouwen vertegenwoordigd, Wetstraat gekraakt?: representativiteit feministisch bekeken’ is immers geschreven door Peter Meier e.a. Volgens de folder. In werkelijkheid is Peter Meier Petra Meier.

Als voorbeeld van ‘het socialisme en Gent’ wordt het boek ‘Edgard: het verhaal van mijn vader’ van Marcel Vanthilt vermeld. Gent? Een aardverschuiving: is Gent naar Limburg verschoven. Of omgekeerd? Ook ‘De Kapellekensbaan’ van Louis Paul Boon (uit 1985!) wordt vermeld. Gent en socialisme? En Aalst is Gent? Of Gent is Aalst? (Hadden de socialisten dit boek overigens begrepen, dan leefden we nu in een ander land.) En er wordt ook nog ‘Vooruit en de Vlaamsche beweging’ van Edward Anseele, een boek uit 2003 (sic), aangeprezen.

Het boek ‘Ministers in alle staten’ van Marlène de Wouters verschijnt in verschillende folders. Waarlijk, een standaardwerk dat iedereen gelezen moet hebben.

Marthe Maeren schreef volgens een folder de thriller ‘De erfenis van Himler’. Wie deze titel intikt, zal niets vinden. Wie iets van geschiedenis kent, weet dat hij ‘Himmler’ moet intikken.

Soms geeft men internetlinks: verwijzingen naar lemma’s in Wikipedia. Men gelooft zijn eigen ogen niet. Hoe ver kan men gaan in het vernederen van de lezer? Zouden er in Gent leners rondlopen die nog geen weet van Wikipedia hebben, die geen zoektermen kunnen intikken?

En dan, toch nog een verrassing. Opwinding! Verse informatie! Cultuur! Gent heeft een nieuwe culinaire specialiteit. Naar de naam te oordelen dachten we aan een nieuwe jeneversoort. Er is nu een Michel Casteelspijs en men kan volgens de folder daarover informatie vinden op de website van de stad Gent. Het is natuurlijk geen spijs maar de ‘Michel Casteelsprijs voor cursiefjes’.

Slordigheid is onverschilligheid, is d?dain, is arrogantie. Domheid hier.

De folder vraagt aan de lezer: ‘Even niet meer mee?’. Kan een spiegel dan spreken?

Nog 666 folders te verdelen en dan zijn het Gentse Feesten 2011 en kan men zich weer wanen.

Advertenties