het beeld van de schrijver is niet de schrijver – of toch weer wel

door johan_velter

Drie

Het portretboek ‘Rony Heirman – Ontmoetingen’ (Lannoo, 2010). Tegenover de titelpagina staat een foto met drie schrijvers. Een belangrijke plaats in een fotoboek. Deze foto moet de toon zetten. Het gaat hem vooral om Hugo Claus en Roland Jooris. Rony Heirman heeft de carri?res van anderen –ook Jan Hoet- gedocumenteerd. Beide schrijvers zijn voor hem ankerpunten geweest.

Het onderschrift is geschreven door Rony Heirman, de fotograaf, en luidt: ‘Hugo Claus, Henk Barnard en Roland Jooris, prijswinnaars Prijs Jan Campert Stichting, 1979’. Hugo Claus staat links, rechts Roland Jooris en in het midden de derde. De jeugdschrijver Henk Barnard?

In 1979 kreeg Hugo Claus de Constantijn Huygensprijs, Roland Jooris de Jan Campertprijs voor zijn verzamelbundel ‘Gedichten 1958-1978’, Henk Barnard de Nienke van Hichtumprijs voor ‘Laatste nacht in Jeque’. En Willem Brakman kreeg voor ‘Zes subtiele verhalen’ de F. Bordewijkprijs.

En op de foto staat natuurlijk Willem Brakman –bewijs te meer dat de schrijver in België niet gekend is.

Rony Heirman maakt foto’s van de buitenkant. Hij interpreteert weinig want hij neemt geen afstand. Hij is deel van de leute. Hij fotografeert betrokken. Er is veel beweging in zijn werk.

De foto met de drie schrijvers verrast daarom. Drie gratiën is ongepast, de Drievuldigheid komt er al dichter bij. We zien de afschuwelijke mode van de jaren zeventig: de veel te scherpe revers. (Onvermijdelijk zie je de gruwel van de boekomslagen uit de jaren 70.) Een studie maken van het schrijverskostuum.

Hugo Claus wil te modern zijn –en toch blijft hij klassiek. Zijn kostuum is niet van goede snit. Zijn hemd te patserig. Zijn bril: te groot, te lelijk, te zeventig. Hij draagt een vest, toen de pseudo chic van de bohemien. Zijn jas uiteraard niet geknoopt. Hij geeft de indruk meester te zijn. De magere jongeman is nog even zichtbaar maar zal onherroepelijk verdwijnen.

Roland Jooris is klassiek gekleed maar zijn stijl is smaakvoller, eleganter. Claus is een dandy –of beter, hij wil zich kleden als een dandy. Een dandy voor het vrouwtje. Jooris is de dandy, omdat hij stijl h??ft. Hij is een dandy, als eerbetoon. Das en hemd zijn niet klassiek, maar wollig, apart en warm. Hij overstijgt de jaren zeventig. Een trui met een aparte figuurtekening, los. Niet zoals bij Claus –waar alles spant.

Willem Brakman is al te klassiek. Lelijke, veel te grote bril. Wit hemd (de kraagpunten!), traditionele jas. Alhoewel, ook hier een schrijversjas: op een plechtige bijeenkomst is deze blazer misschien iets te veel vrije tijd. Maar wel dichtgeknoopt: de bescherming van de burgerman. We vermoeden een zwarte broek, maar dit is niet duidelijk. Indien wel, dan geen kostuum. Dus zeker een schrijver. Maar ook lijkt hij toch een gewone man te zijn. Kruidenier. Als dokter, toch ook geen dokter. Hij zei ooit ‘Maar gewone mensen schrijven geen goede boeken.’ Het schrijverschap van het hoofd. Het binnenleven.

De foto geeft een claustrofobische indruk –in mijn herinnering dacht ik dat de foto in een lift genomen was. Niet dus, want er lijken gordijnen in de achtergrond te hangen, als in een huiskamer. Drie prijswinnaars en toch staat prominent op de voorgrond Willem Brakman. Claus heeft de belangrijkste prijs gekregen. Hij glundert nog het meest. Zijn hand in de typische houding van de verlegene (zit de sigaret al klaar?). Roland Jooris luistert. Claus en Jooris hebben interactie met elkaar. Claus poseert ook voor de wereld.

Maar Willem Brakman toont hen zijn rug. Hij is tevreden over zichzelf. Hij monkelt. Hij ziet de wereld. En hij zal die beschrijven –minutieus- en zij zal zich niet herkennen. Brakman zei in een NRC-interview dat hij niet met schrijvers wenst te communiceren, dat hij zijn eigen toon wil horen, dat hij geen behoefte heeft om het werk van anderen te lezen. Dit alles zie je in deze foto. Achter hem een wereld van schrijvers, voor hem een wereld van gewone mensen. Daartussen staat hij, een autonome auteur, in een onzichtbare bel. Afstand, ironie, trots. Zijn ogen zien, zijn mond zwijgt. Zijn hoofd licht voorovergebogen: welwillend, toch/doch wetend. Het motief op het gordijn geeft de suggestie van een laurierkrans. Ook iets frivools, een krul, een jongenskuif. Hij denkt aan de mogelijkheid: een stinkbom gooien. Hij heeft de handen op de rug. Een man met zekerheden en rust. Hij laat zich niet opjagen, noch door tijd, noch door mens.

En zo is deze foto een meesterlijk portret van Willem Brakman. Alles is decor.

(illustratie: bladzijde 2 uit het boek ‘Rony Heirman – Ontmoetingen’)

Advertenties