drolerieën (3)

door johan_velter

In het verhaal ‘Tlön, Uqbar, Orbis tertius’ schrijft Borges: ‘Een boek dat zijn tegen-boek niet insluit, wordt als incompleet beschouwd.’ Daarmee zet Jorge Luis Borges zich in een boektraditie (niet het boek zoals sentimentelen dit verstaan maar als cultuur): het boek als drager van tegenstrijdigheden, van waarheden, van verbeelding. De zelfbewustheid van Borges is even bevrijdend: een meester van het denken in taal.

De drolerieën in de handgeschreven manuscripten zijn niet zo uitzonderlijk. Ze behoorden tot ‘het leven’. Ook in glasramen waren er soms drolerieën te zien. Zowel in burgerhuizen als in kerken. Maar omdat glas een kwetsbaar materiaal was en na ongeveer een eeuw al verging, is er weinig van overgebleven. Een gelukkig toeval was wat er in Het Pand, het voormalig Dominicanenklooster, gevonden werd. Bij restauratiewerken ‘ontdekte’ men in 1982 een hoop glasscherven. Om een holte boven een gewelf op te vullen was daar in vroegere tijden bouwafval gestort. Daartussen waren scherven geworpen van een kerkraam dat men dichtgemetseld heeft om van de glasramen een muur te maken. Een nieuwe aanbouw werd daardoor mogelijk. Guido Jan Bral was als deskundige aanwezig en alles werd minutieus onderzocht. Deze scherven werden in een glasmuseum ondergebracht. Dat museum werd ondertussen gesloten en is nu bij sommige gelegenheden nog te bezoeken. Ook al is het Pand gerestaureerd, de huidige situatie is slechts lamentabel te noemen. Men wil dit gebouw gebruiken maar de smakeloosheid van de meubels en de inrichting is onrustbarend. Het contrast met de geschiedenis valt in het nadeel van het heden uit.

De glasdrolerieën hebben de tijd overleefd omdat ze veilig tussen het afval verborgen zaten. Ze hebben niet alleen de mensen verschalkt maar ook de vernietigende werking van het licht.

Deze vondst (en vooral de grootte ervan) is uitzonderlijk. Dit alles is ook interessant omdat we van dichtbij kunnen zien welke technieken men gebruikte om de tekeningen levendig te maken. Zo werd de figuur op de voorkant getekend en op de achterkant van het glas werden schaduwpartijen aangebracht. Op deze manier kon men –nog verhoogd door de lichtwerking- reliëf aanbrengen, perspectief suggereren.

Van deze vondst werd een boek in verschillende talen uitgegeven. Met spijt in het hart moet gezegd worden dat dit een afschuwelijk lelijk boek is.

De auteurs stellen een typologie op: rank- en bladmotieven, drolerieën, decoratieve en architecturale elementen. Daarnaast zijn er ook fragmenten van de meer ernstige delen gevonden, een Christushoofd, een engel, de verdoemden. De drolerie?n die gevonden zijn, behoren tot de brave soort. Er zijn mengwezens (half dier, half mens). Er zijn dieren die menselijke gezichtsuitdrukkingen gekregen hebben, er zijn apen die menselijke handelingen stellen. De tekeningen charmeren omdat ze met een soepele, eenvoudige lijn getekend zijn. De snelheid waarmee de kunstenaar gewerkt heeft, toont ook het plezier.

Hoe de glasramen samengesteld waren, weet men niet. Waar bevonden de drolerieën zich? Hadden de verschillende figuren een relatie met een centraal beeld? Wat betekenen ze? Waren ze louter amusement of verwezen ze naar literaire verhalen, spreuken? Leverden ze commentaar op bepaalde (wan)praktijken? De figuren die hier getekend werden, hadden waarschijnlijk geen angstaanjagend effect. Ze lijken eerder tot een onderstroom te behoren. Het volkse tegenover het kerkelijke. Maar hoeveel misinterpretatie bevatten deze woorden? Er zijn veel vermoedens, hier en daar kan een verband gelegd worden maar het systeem dat er achter zit (de mentaliteit, het denken) blijft een raadsel. Zelfs als het raadsel ontraadseld is.

In bovenvermeld boek worden deze figuren vooral als humoristisch gezien –en dus als braaf en onschadelijk. Ze zijn vreemd. Toch legt professor de Schryver een relatie met de literatuur (het Reinaertverhaal) en ziet hij in de tekeningen een parodie. Hij verwijst naar het schilderij ‘Sint-Lucas schildert de Maagd’ van Roger van der Weyden waar in een rond venster drolerieën aanwezig zijn. We zouden dan dezelfde structuur hebben als in de boeken: de drolerieën staan in de marge.
Ill. drie voorbeelden van glasscherven uit het voormalige Dominicanenklooster te Gent)

BellebeestVrouw-manAap
Advertenties