de bibliotheek van de 21ste eeuw. in gent (21)

door johan_velter

De nieuwe bibliotheek van Gent is een gebouw dat in de jaren 50 kon neergezet zijn, een voorbeeld van laat modernisme. Bestaan eigentijdse vormen? Jazeker. Vandaag de dag zijn de vormen rond en vloeiend, is het strakke verdwenen. Dit is niet alleen zo omdat het technisch mogelijk is: nieuwe materialen, computerberekeningen en –simulaties maken nu veel gedurfder ontwerpen mogelijk maar ook omdat ons denken veranderd is. De harde vormen zijn verdwenen, we weten het niet meer.

Ook de vorm is een waarheid.

In het verleden werden grote overheidsprojecten (hetzij door de godsdienst hetzij door de overheid geïnitieerd) door wetenschappers, geleerden, technici gebruikt om nieuwe (en dus dure) zaken te proberen. Hier zien we dit niet: er is voor dit gebouw geen enkele intellectuele of technische innovatie. Dit is louter toepassing. Er is zelfs geen enkele artistieke poging ondernomen om dit gebouw een cultuur mee te geven. (Er is blijkbaar ook nog niet beslist welk soort kunst of welk kunstwerk in dit gebouw zal geïntegreerd worden. Ook nu weer zal kunst gebruikt worden als behangpapier. Kunst krijgt hier geen enkele grond. Maar de stad Gent heeft ervaring met geïntegreerde kunstwerken: het administratief gebouw heeft na meer dan tien jaar nog altijd niet het wettelijk verplichte kunstwerk…)

Als we het rapport van de jury mogen geloven, is één van de positieve punten het feit dat de overspanning zo groot is, dat er weinig of geen pilaren nodig zijn om het gebouw te ondersteunen. Als dit een criterium is, had men beter een hangar laten zetten. En een tweede doorslaggevend argument was dat dit gebouw ook voor iets anders moet gebruikt kunnen worden: het moet flexibel in de tijd zijn. M.a.w. men ‘bestelt’ een bibliotheekgebouw en de winnaar is dat ontwerp dat zo weinig mogelijk aan een bibliotheek doet denken.

Kwatongen –en daarvoor zijn het kwajongens- menen dat de grote projecten in Gent aan de grotere Gentse architectuurbureaus toebedeeld werden waardoor de stadspoorten mooi gesloten blijven.

Marcel Smeets, de Vlaamse Bouwmeester tussen 2005 en 2010, zegt van dit gebouw: ‘Het [d.i. het gebouw] is er niet zomaar gedropt, maar het spant zich in om die plek te veroveren. Dat moet ook gebeuren met het hart van de mensen. […] De jury, bestaande uit 22 mensen, was unaniem.’ Fascinerende zinnen: een gebouw dat zich spant, het hart van de mensen dat zich zal moeten spannen, de jury die bestaat uit mensen, niet uit deskundigen. En dan, het verraderlijke woord: unaniem. Wie dit woord gebruikt, is niet te geloven. Als ik het woord unaniem hoor, zie ik marcherende laarzen, hoor ik gebrul en ruik ik de geur van verbranding.

Die unanimiteit is natuurlijk niet mis gekozen: het nieuwe bibliotheekgebouw toont immers die onverbiddelijk voorbije eenheid. De eenheid die getuigt van een verouderd metafysisch denken. En zo is dit gebouw een veruitwendiging van een mentaliteit die niet meer hedendaags is. En daarmee is deze bibliotheek geen bibliotheek van de 21ste eeuw. Maar ook niet van de 20ste eeuw.

Want deze eenheidsvisie zien we ook in de verdeling van het gebouw. Er is een cultuur- en een kennisbibliotheek. Hoe, zo? Cultuur en kennis? Jazeker. Cultuur en kennis. De muziek van Bach is cultuur. Maar kennis over de muziek van Bach is kennis. Poëzie is cultuur maar stijlkritiek is kennis. Plato is kennis. Nee, dat is cultuur. Ja, maar toch ook een beetje cultuur en een beetje kennis. En de boeken van Geert Mak? En film? En is cultuur en kennis van elkaar scheiden niet een beetje heel erg ouderwets?

Weet u wat: we doen als koning Salomon. In alle twijfelgevallen zeggen we dat de eerste vijftig bladzijden zich in de cultuurbibliotheek bevinden en de rest ergens anders.

Er wordt hier gedaan alsof cultuur en kennis (gekende) eenheden zijn en dat een openbare bibliotheek in 2010 alleen maar cultuur en kennis aanbiedt. Wie de laatste tien jaar in een openbare bibliotheek geweest is (en blijkbaar is dat niet iedereen) weet dat de ‘kennis’ in een openbare bibliotheek vooral bestaat uit doe-het-zelf-boeken (van geestesnood, zielenpijn, keukenhulp, badkamergeneugten, kiezen van meubelstoffen tot het schikken van kraaltjes) en dat de cultuur in een openbare bibliotheek voor een groot deel bestaat uit consumptieliteratuur die na enkele jaren vervluchtigd is.

Het gaat hier om de ouderwetse indeling tussen fiction en non-fiction. Elke indeling is ideologisch bepaald, is een artefact van de tijd. De indeling die in de openbare bibliotheek gebruikt wordt (het onderscheid tussen fiction en non-fiction) is een overblijfsel van de negentiende eeuw. In de twintigste eeuw werd deze indeling al bekritiseerd omdat veel boeken (en andere dragers) niet meer in dit schema waren in te passen. Men bleef spreken van non-fiction, van kennis en men gaf daarmee de indruk dat de openbare bibliotheek een onderdeel van de informatiemaatschappij was. In werkelijkheid is ze dat de laatste 20 jaar niet meer, ze is een onderdeel van de consumptie-, de vrijetijdssamenleving geworden.

Dit geldt ook voor de zogenaamde cultuur. Wat de uitgeverijen op de markt gooien, wordt door de openbare bibliotheken aangeboden. Het gros van deze boeken behoort uiteraard niet tot de cultuur in de enge betekenis van het woord. Ze vormen niet de canon, maar ze ondersteunen die ook niet. Ze staan los van de literatuur. Is dit alles een ramp? Nee, maar het is zo.

Een hedendaagse bibliotheek is dan ook niet meer gebaseerd op de strikte scheiding tussen fiction en non-fiction (beide in de culturele betekenis van het woord) en dit komt omdat het gebruik van heel wat boeken veranderd is. Een kookboek is geen non-fiction maar een kijkboek geworden. Een boek over Kongo (Congo) fungeert als een salonboek. Een catalogus wordt niet bekeken als een studie esthetica, maar als een bladerboek.

Daarom moet een bibliotheek geordend worden naar doelgroepen, naar de verschillende gebruiksmogelijkheden van informatie, kennis en cultuur. (Maar zolang er mensen zijn die op een ernstige manier een bibliotheek willen gebruiken, zo lang zou een bibliotheek zich ook ernstig moeten nemen.)

En daarom is het antwoord van Toyo Ito het intelligentste ontwerp (esthetisch is het helaas een herneming van eerder werk) omdat het die verschillende mogelijkheden ook in de architectuur zelf mogelijk maakt. Zijn ontwerp toont materieel wat deze tijd denkt én nodig heeft. Ito stapt af van die eenheidsidee en daarmee toont hij een mogelijkheid van deze tijd. Hij laat toe om verschillende bibliotheken binnen één gebouw te creëren. Ito is de enige die heeft nagedacht over wat deze tijd heeft en wat de mogelijkheden zijn. Hij heeft het rotsdenken (één geloof, één paus, één leger, één profeet, één boek) achter zich gelaten en met lichtheid ziet hij het leven.

Advertenties