louis lüthi, on the self-reflexive page

door johan_velter

Luethi

De vormgever Louis Lüthi schreef ‘The Self-Reflexive Page’, een fascinerend boek. Hij verzamelde uit de literatuurgeschiedenis een aantal boeken waarin typografische elementen het verhalende, het fictionele overnemen en daardoor zowel een bevreemdend effect teweegbrengen als een documentair element vormen. Iedereen kent (Iedereen zou moeten kennen) het werk van Laurence Sterne, zijn spel met het literaire, de geloofwaardigheid van het verhaal, het standpunt van de verteller. Op zeker moment laat hij het verhaal verdergaan door een zwart vlak te drukken. Of hij laat een gemarmerde pagina zien. (Louis Lüthi schrijft overigens dat de gedigitaliseerde boeken door Gutenberg en Google deze elementen laten vallen…) Lüthi maakt in zijn essay duidelijk dat kennis van het boektechnische nodig is om de tekst van Sterne, die hier als stichter-vader gezien wordt, te kunnen begrijpen.

Hij verzamelde een aantal varianten op de zwarte bladzijde, de witte pagina, bladzijden waar tekeningen het woord overnemen. Boeken waar de auteur een foto gebruikt i.p.v. woorden. Bladzijden waar een enkel woord herhaald wordt en zo de hele bladspiegel vult. En dan zijn er ook de pagina’s waar cijfers en leestekens een rol spelen.

Men zou algauw kunnen zeggen: ha, de experimentelen. Maar zo is het niet. Schrijvers als Javier Marìas, Orhan Pamuk, Samuel Beckett, W.G. Sebald, e.a. hebben deze ‘techniek’ gebruikt. Lüthi vraagt zich af wanneer schrijvers (zoals Mark Z. Danielewski dat al gedaan heeft) uitgevers de opdracht zullen geven voor elk personage een specifiek lettertype te gebruiken. Of hoe ze hun boek met typografische middelen zullen construeren. Helaas (en dat is de armoede van het beeld) kunnen veel zaken maar eenmaal gebruikt worden.

Gerrit Krol heeft in een aantal romans verduidelijkende tekeningen/foto’s geplaatst. In zijn gedicht ‘Notities’ maakte hij een tekening en zo introduceerde hij die: ‘Of de bewegingen van een acrobaat:’ om na de tekening te schrijven: ‘’n Goed voorbeeld, deze tekening van iets dat duidelijk is en tegelijk onbeschrijfelijk.’ ‘Handschreeuwkoor’ van Tonnus Oosterhoff was een bijna exclusieve verzameling tekeningen. Voor een deel verwijzen ze naar zichzelf, voor een deel ook niet en zijn ze een stap in het maken van een gedicht.

Deze schrijvers gaan op een andere manier met het boek en boekelementen om dan de traditionele auteur. Zij zijn zich bewust van de materiële elementen om een constructie op te bouwen. Wat veronachtzaamd wordt als hulpmiddelen, gebruiken zij als hoofdbestanddeel. Ze gebruiken perifere elementen en plaatsen die in het centrale beeldvlak, in de bladspiegel, en laten die spreken alsof ze woorden waren. Meer (soms): het is alsof ze zeggen woorden kunnen dit niet –of: het is gemakkelijker iets te tonen dan te beschrijven. Louis Lüthi citeert Jean-François Bory: ‘The writer, thus becoming the layout artist of his book, will no longer write stories (or moments), but books.’ (Once again, 1968)

Louis Lüthi, On the Self-Reflexive Page, Roma Publications, 2010.


Ill. een bladzijde uit ‘Prix Nobel’ van Carl Fredrik Reuterswärd, 1960. Mooi is hoe Lüthi, die ook de lay-out van dit boek verzorgd heeft, de paginanummers van het afgebeelde boek en van zijn eigen essay laat staan: het is alsof er nu moeder- en kindnummers zijn.)

Advertenties