pablo neruda – dick wessels

door johan_velter

In 1954 verscheen van Pablo Neruda ‘Nuevas Odas Elementales’, daarin het gedicht ‘Oda a la tipografia’.

Het boek als object van dichtkunst of beschouwing leidt dikwijls naar valse sentimenten. De geur van het boek (dat over het algemeen niet veel anders is dan een schimmelgeur), de tactiliteit van het papier (dat helaas al te veel naar kitsch neigt), de mooie letters (die dan helaas veel te protserig zijn), dit alles meer schijn dan relevantie. Slechts meester-drukkers zijn in staat om zich niet door het materiaal te laten overweldigen. Het belang van elk onderdeel wordt dan ontdaan van dwaze connotaties en kunnen zowel op zichzelf als in verhouding tot elkaar een schoonheid creëren.

De schoonheid van losse letters, het reliëf van de drukinkt is iets wat nauwelijks nog bestaat. In de naoorlogse periode hebben sommige uitgevers een tijd lang hun boeken nog laten drukken in Oost-Europa –maar dikwijls was dit geen kwaliteit. Nu is alles offset gedrukt. Sommigen drukken digitaal –ook niet altijd met het meest esthetische resultaat.

Er zijn weinig mensen –buiten typografen- die letters van elkaar kunnen onderscheiden en die een oordeel kunnen vellen waarom de ene letter beter is dan een ander. In de wereld van de Nederlandse margedrukkers bestaat er wel nog steeds een ‘letterkennis’ en het weten omgaan met de diversiteit ervan. Tegelijkertijd zie je dat een aantal letters een klassieke status heeft en dat de veelheid aan lettertypes geen belang heeft. Terecht willen velen nog dat een letter leesbaar is. Opvallen is slechts opvallen.

Dick Wessels is een meester. Hij is één van de enige margedrukkers die op een intelligente manier met zijn materiaal kan omgaan. Hij gebruikt de oude methodes: de drukpers, uitgelezen papier, handmatige binding. En toch is hij één van de enige die zijn boeken een hedendaags uitzicht kan geven. Op zijn best is hij wanneer hij een fragment, een kort verhaal, een enkel gedicht kan vormgeven. Dan brengt hij speelsheid en ernst samen. Hij is de eerste om zijn werk te relativeren, maar geloof zijn woorden niet. Zijn werk getuigt van ernstige strengheid. Er is een goede frivoliteit in zijn werk aanwezig waardoor ademen mogelijk is. De lichtheid van geluk, de lichtheid van de zwaarte. Soms kan typografie geluk oproepen, een zomerse dag, een verlossende regenbui.

‘Drukwerk in de marge’ verspreidt een nieuwsbrief en voor de omslag wordt telkens een andere drukker/uitgever gevraagd. Een mooie werkwijze want dit procedé is aldus een staalkaart. Voor de 132ste nieuwsbrief werd Dick Wessels gevraagd. Zijn omslag (afb. 1) verwijst naar ‘De Stijl’, het werk van Van Doesburg, Bart van der Leck en Vilmos Huszàr. Rechtsboven staan de eerste letters van Drukwerk in de marge, onderaan de cijfers 132. Dit omslag was direct herkenbaar als een grand cru Dick Wessels. Niet omwille van de letters of de kleuren, maar wel door de vormgeving, de verhoudingen, de architectuur van het blad. Zoveel drukkers denken bibliofiel te werken maar het oog ontbeert hen. Ze zien niet wat ze moeten zien.

Uit de ‘Ode aan de typografie’, vertaald door Cees Nooteboom, selecteerde Dick Wessels de laatste regels van het gedicht en componeerde daarmee een sprankelend muziekstuk. Het omslag is leeg, op een gekartelde kleur aan de rug van het boek na (de gebogen lijnen van Fernand Léger). Wat voor een ode aan de typografie verrassend is. Maar in dit geval intelligent: omdat het binnenwerk een waterval van letters te zien zal geven. Een typische werkwijze van Dick Wessels is ‘het gaan’, de boekwandeling. We slaan effectief de bladen om –en de drukker maakt deze handeling bewust- om het boek te lezen en te zien. Het eigene van Dick Wessels is niet zozeer de blad- maar wel de boektypografie. Ook hierin manifesteert zich het moderne van deze pers: de beweging is dominant en niet het klassieke ‘daar staan’ van een tekstblok.
Dick Wessels werkte voor dit boek zonder Franse titelpagina. Op de eerste bladzijde staat het woord ‘letters’. Ze zijn zo gezet dat er een dynamiek aanwezig is. Geen onrust maar een spel zoals bij Calder. De volgende bladzijde geeft op de linkerpagina het vervolg van de titel, op de rechterpagina hebben we de ondertitel, de auteursnaam, de plaats van uitgave en de datum. Het middendeel van de dubbele pagina bevat een wirwar van letters en naarmate de lezer-kijker verder wandelt, zullen de letters meer en meer krioelen, ze krijgen een andere kleur om naar het einde van het boek weer rustig te worden.

De lezer-kijker heeft vreugde ervaren.

Letters, ga door met vallen: ode aan de typografie (fragment) door Pablo Neruda. Het Gonst, Antwerpen, 2010. 57 exemplaren.

Het_gonst_1Het_gonst_2
Advertisements