bart lodewijks

door johan_velter

De overheersende kleur van de uitgeverij ‘Roma Publications’ is grijs. Het papier, de kleur van de omslagen. Laat dit nu goed samenvallen met het werk van Bart Lodewijks. In de Gentse wijk Moscou – normaal wordt dit een volkswijk genoemd maar het is nog altijd niet duidelijk wat het woord volk betekent, tenzij: iedereen met uitsluiting van intellectuelen, joden en homoseksuelen – maakte hij krijttekeningen op de gevels van de huizen. Van sommige inwoners mocht hij de lijnen ook binnenshuis verder zetten. De lijnen lopen, zoals lucht door de straten vloeit. Ook al tekent Lodewijks op muren, dit werk heeft niets van doen met graffiti omdat ze alle agressiviteit missen. Graffiti zijn een directe agressie omdat ze een simpele, eenduidige betekenis hebben.

Het krijt en de lijnen doen denken aan het vroege werk van Raoul De Keyser: de hoeken van voetbalvelden.

Daarmee past Lodewijks in de ambitie van het stadsbestuur –en dus ook in het beleid van het SMAK: de huidige directie is expliciet aangesteld om in deze politiek zijn rol te spelen.

De sociaal-artistieke val is er niet alleen voor de kunstenaar –hij staat nu immers in dienst van de politieke opdrachtgevers. Sommige kunstenaars vinden dit geen bezwaar (overdag volksmens, ’s avonds logeman): het zijn hedendaagse trukendozen. Ze leven van de politieke goedgunstigheid.

Maar die val treft ook de ‘burgers’. De sociaal-artistiekelingen doen immers niet aan uitbreiding van kennis, ze geven geen inzicht. Wat men doet is de buurt gezellig maken, de mensen verdoven. We zijn arm, we hebben geen werk, we verstaan elkaar niet, de schimmel staat op de keukenmuur, buiten staat een armtierige boom, even verder een bank te vies om op te zitten. Maar het is hier toch wel gezellig want er is kunst in de openbare ruimte. De sociaal-democratie heeft het verzet vervangen door het samenzijn. Daarmee wordt de tweedeling in de maatschappij verder bestendigd. Er zijn de enen en er zijn de anderen en hopelijk blijft elk in zijn eigen wijk.

Kunst als opium van en voor het volk.

Het werk van Bart Lodewijks lijkt op het eerste gezicht autonoom te zijn. Het materiaal waarmee hij werkt –krijt- is vluchtig en sympathiek. Het doet denken aan de kleutertijd, de schooljaren en het hinkelspel. Lodewijks werkt met rechte lijnen en wanneer hij figuren maakt is er bijna altijd een perspectivische verschuiving. De lijnen intrigeren en staan in feite los van de huizen zelf. Lodewijks betekent de muren en het tekenen is daarmee een zich toe-eigenen: het geeft betekenis. Het verklaart, het legt beslag, het reduceert. De gevels die eerst slechts een ‘gebruikselement’ zijn, worden op deze manier losgetrokken van hun functie en vormen dan met het krijt een nieuw object.

Men kan allerlei beweren over dit lijnensysteem: het brengt mensen samen want het verbindt. Het is vluchtig als het leven zelf, het vraagt aandacht voor het evidente. De wereld is zowel het canvas als de lijst.

Dit is de sterkte van het werk –maar tegelijkertijd is het daarmee te evident en te veel hedendaagse kunst. Frank Maes schrijft in de catalogus ‘Ghent/Lisbon/Porto Drawings’: ‘Precies daarom vormt dit een opmerkelijke cesuur in Lodewijk’s oeuvre.’ En wat is deze cesuur? Bart Lodewijks trekt in Porto zijn lijnen op een recent gebouw en niet -zoals tot dan toe- op oude huizen. Daarmee wordt dit oeuvre herleid tot een truc en bestaat de vernieuwing enkel uit de drager. Alle originaliteit is daarmee verdwenen.

Want kan men nog enige sympathie hebben voor het Gentse werk, dat verdwijnt grotendeels wanneer men beseft dat dit een herneming is van eerder werk en verder eindeloos herhaald kan (en zal) worden.

Omdat de lijnen verdwijnen, behoren de boeken die Bart Lodewijks bij zijn projecten maakt integraal tot zijn oeuvre. Toch zijn dit geen kunstenaarsboeken. Ze hebben enkel een documentaire waarde. Waar kunstenaars in vroeger tijden voornamelijk creëerden, is het bewaren en archiveren van de eigen activiteiten een integraal onderdeel geworden van de hedendaagse kunst. Waar deze kunst vluchtig is, geeft het boek het werk (de) tijd.

De contradictie is nu dat er een voorstel komt van het SMAK om één van deze werken –dus mét het huis- aan te kopen. Daarmee gaat het museum in tegen de geest van dit werk en wat overblijft is: een huis. De kunst als een houding, als een handeling wordt gereduceerd tot een object dat gekocht kan worden.

(‘Onvergetelijke buurt: voorstel tot permanente krijttekeningen in de Gentse wijk Moscou’, Roma, 2010)

Advertisements