verwachten

door johan_velter

De zomerfolders van de uitgeverijen zijn er. Vol verwachting duwen we onze neus tegen de ruit.

Charlotte Mutsaers heeft ter gelegenheid van de P.C. Hooftprijs 2010 een aparte folder gekregen met minstens één citaat dat het commerciële overstijgt. In mei komt van haar de essaybundel Pedante pendules en andere wekkers uit.

Bij Meulenhoff/Manteu verschijnt de nieuwe poëziebundel Dode kamer van Erik Spinoy. Het werk van Ann Veronica Janssens speelt er een rol in. Het is opvallend hoe Spinoy de hedendaagse beeldende kunst opzoekt. Bij dezelfde uitgever zal de biografie van Karel Van de Woestijne door Peter Theunynck verschijnen. KVDW is waarschijnlijk de meest dode schrijver in de Nederlandse literatuur over wie toch de meeste publicaties geschreven worden. Bij Athenaeum verschijnt de biografie van Maurice Gilliams. De schrijfster Annette Portegies wordt afgebeeld als een smachtend wezen.

DBB brengt een nieuwe bundel van H.H. ter Balkt Onder de bladerkronen.

Ook de uitgeverswereld staat voor bullshit en neppraat. Zo: ‘Orlando staat voor authenticiteit, inspiratie en betrokkenheid.’ En dat blijkt dan uit de titel Het verhaal van de minne: ‘Een vermakelijke, gemoedelijke roman, gelardeerd met suiker en ricotta, waaruit de sprankelende manier van leven spreekt die zo typerend is voor de vrouwelijke ‘Siciliaansheid’.’ Op de omslag zijn twee, och stop, die wansmaak.

De uitgevers doen hun best om de boeken te slijten. Daarvoor gebruiken ze ‘veel free publiciteit’ of ze zetten een ‘virale marketingcampagne op’. Sommige uitgevers (Manteau bijvoorbeeld) geloven hun eigen woorden niet: ‘Erotische roman, pittig gekruid met talloze seksscènes.’

Het uitgeven van boeken is een afgeleide van de amusementswereld – slechts hier en daar kun je nog zeggen dat een bepaald boek uitgeven een autonome daad is. Niet te verwonderen dus dat er nog nauwelijks ernstige poëzie wordt uitgegeven. Saving Amy, de kookboeken, de Canvas crack, De glimlach van de ziel (‘Naomi Apache geniet naam en faam als adviesgevend medium. Als schakel tussen hemel en aarde gebruikt zij haar gave om andere mensen en dieren te helpen.’), de andere rommel. Het boek als esoterisch escapisme, de uitgever als bedrieger. En elke uitgeverij loopt achter de trend aan: niet de inhoud maar het product is belangrijk. Vermits er meer producten dan inhoud kan zijn, is de balans duidelijk.

De Arbeiderspers (De Arbeiderspers!, ooit een instituut om het denken niet in dwaasheid en vooroordeel te laten verzanden) geeft het werk van Geert Kimpen, Paulo Coelho, Richard Bach .. uit: volstrekt nietswaardig pseudo-denken. Maar dit is niet de ‘echte ‘AP, dit wordt nu ‘AP 360’ genoemd. In de aanbiedingsfolder van de echte AP staat als citaat: ‘De waarheid is oneindig veel verschrikkelijker dan alles wat een mens zich kan voorstellen.’ AP doet nochtans haar best. Van John Updike verschijnt de dichtbundel Eindpunt, vertaler is Rob Schouten.

Ook zou er een studie gemaakt moeten worden van de uniformiteit in de omslagen die uitgevers gebruiken. Een foto over de volledige omslag, in een kader naam van de schrijver en titel van het boek. De foto wordt enkel als sfeerbeeld gebruikt. De sfeer is informatie. Bijna nooit heeft men respect voor het beeld zelf. Letter en beeld worden samen versmacht. Dit geldt ook voor het verzameld werk van Willem Frederik Hermans. Het derde deel (met de meesterwerken De donkere kamer van Damocles en Nooit meer slapen) krijgt een schilderij van Picabia – ook de folderomslag toont dit werk. (Niet dat de uitgeverij het de moeite vindt dit te vermelden.) De verhouding van beide delen is echter twee keer anders. Of omslagen waar de typografie een deel van het beeld wordt: letters als messen. Maar altijd: dezelfde vulgariteit, dezelfde opdringerigheid, dezelfde roep om aandacht.

Advertenties